Zoon-van loopt zich warm in Gabon

Gabon kiest zondag een opvolger van Omar Bongo, de overleden president die 42 jaar heerste. Zijn zoon Ali Ben Bongo, nu minister, is de grootste kanshebber.

Op de Rotonde van de Democratie in de hoofdstad Libreville kregen de inwoners van Gabon begin deze maand een voorproefje van wat hen te wachten staat, mochten ze de uitslag aanvechten van de verkiezingen die zondag plaatsvinden. Met knuppels en traangas sloeg de politie een vreedzame demonstratie tegen de belangrijkste presidentskandidaat, Ali Ben Bongo, uiteen.

Veel Gabonezen zijn de dictatuur van de familie Bongo beu. Ali’s vader Omar was met 42 jaar aan de macht de langstzittende president van Afrika. Maar Ali is niet alleen de zoon-van, hij is ook minister van Defensie. Dan is het niet moeilijk om verkiezingen te winnen die hij zelf heeft helpen organiseren.

Omar Bongo, die in juni op 73-jarige leeftijd overleed, regeerde het olieland Gabon zonder concurrentie. De op verhoogde hakken lopende despoot was het cliché van de Afrikaanse leider die zowel zijn land als de staatskas als zijn persoonlijke eigendom beschouwde. Critici met politieke ambities kregen ministersposten aangeboden of werden omgekocht met oliegeld. Bongo’s onaantastbare positie was af aan te lezen aan zijn steeds hogere verkiezingswinsten en de steeds lagere opkomstcijfers.

Won hij kort na de introductie van het meerpartijensysteem in 1993 nog met 51 procent van de stemmen, in 2005 was dat 79 procent. De Gabonezen haakten gaandeweg af omdat ze wisten dat Bongo zonder hun stem ook wel won. Bij lokale verkiezingen vorig jaar bleef 70 procent thuis. Via een Facebook-campagne moedigt het 29-jarige fotomodel Gloria Mika, die in Parijs het gezicht is van cosmeticabedrijf L’Oréal, haar landgenoten aan dit keer wel te gaan stemmen: er is maar één verkiezingsronde, dus „iedere stem telt”.

Voor het eerst in de geschiedenis van Gabon ligt de uitslag van de verkiezingen niet van tevoren vast. Voor het eerst hebben meer dan twintig politici zich kandidaat kunnen stellen. Maar in een schijndemocratie waar opiniepeilingen niet bestaan, alle telefoons worden afgetapt en de televisie op verkiezingsdag uit de lucht gaat, is fraude niet uit te sluiten. Alleen al het opgeblazen aantal kiezers voorspelt weinig goeds. De oppositie noemt het een veeg teken dat 813.000 Gabonezen een stem mogen uitbrengen, op een inwonertal van krap 1,5 miljoen. In veel Afrikaanse landen is meer dan de helft van de bevolking jonger dan achttien jaar.

De 50-jarige Ali Ben Bongo heeft de hoofdstad intussen volgehangen met affiches die zijn impopulariteit moeten tegengaan. De man die op zijn negenentwintigste het ministerie van Buitenlandse Zaken in de schoot geworpen kreeg en vervolgens minister van Defensie werd, vindt zichzelf de logische opvolger van zijn vader. De Gabonezen zien hem als een rijkeluiszoon die zich geen raad weet buiten de muren van het paleis omdat hij nooit de moeite heeft genomen een lokale taal te leren.

Ali’s gooi naar het popsterrendom – als tiener maakte hij een plaat – is een bron van spot, zijn afkomst – hij zou geadopteerd zijn – aanleiding tot boosaardige roddels. Omar Bongo liet zijn kinderen 66 bankrekeningen en 45 huizen in Frankrijk na, maar deed niets voor de half miljoen Gabonezen die in bittere armoede leven. Onder zoon Ali, zo wordt gevreesd, zal het wegsluizen van de oliedollars gewoon doorgaan.

Met zijn kandidatuur schaart Ali Bongo zich in een rij Afrikaanse zonen-van die in het voetspoor van hun vader treden. Faure Gnassingbé van Togo won dubieuze verkiezingen na het overlijden van zijn vader, die het land bijna veertig jaar had bestuurd. Een pas 29 jaar oude Joseph Kabila werd president van Congo nadat zijn vader Laurent was vermoord. In Senegal en Libië stomen president Wade en kolonel Gadaffi hun zoons klaar voor een machtsovername.

De concurrenten van Ali Bongo zeggen dat het tijd is voor verandering en een eerlijker verdeling van de olie-inkomsten, maar bijna iedereen is besmet met een verleden in de regering van vader Bongo. De enige kandidaat die zich nooit heeft laten omkopen met een ministerspost, is de voormalige ingenieur Pierre Mamboundou, die zijn weerbarstigheid moest bekopen met enkele jaren ballingschap. Mamboundou wil de tandeloze senaat afschaffen en het aantal ministersposten terugbrengen van 50 tot 30. Ali Bongo is kansloos, meent Mamboundou: „Men wil hier geen monarchie.”

Onder de sluwe francofiel Bongo werd Gabon het meest flagrante voorbeeld van de duistere invloed die Frankrijk op haar voormalige koloniën uitoefent door staatshoofden met onzichtbare hand te steunen omwille van gunstige zakendeals en politieke stabiliteit. „Zonder Frankrijk is Gabon een auto zonder chauffeur”, zei Bongo vaak. „En Frankrijk zonder Gabon is als een auto zonder benzine.”

Hoewel Parijs tegenwoordig meer olie in Angola oppompt dan in Gabon, lijkt sturing vanuit het Elysée niet uitgesloten. Ali Bongo is de favoriet van een Afrika-adviseur van president Sarkozy, de invloedrijke advocaat Robert Bourgi. Minister van Buitenlandse Zaken Bernard Kouchner beweerde in juli dat Frankrijk „geen kandidaat” heeft in Gabon. Volgens de Franse pers was dat een krampachtige poging om de schijn van partijdigheid te vermijden: onlusten na de verkiezingen zouden zich tegen de tienduizend Fransen en de nog altijd omvangrijke Franse belangen in Gabon kunnen keren.