Zakenman voelt zich kapotgemaakt door OM

Het Openbaar Ministerie noemt het afpersing, volgens Erik de Vlieger was het een stevig gesprek. Deze week stond De Vlieger voor de rechter. „Slachtoffers worden daders.”

Aanpassen, dat doet Erik de Vlieger naar eigen zeggen nooit. Niet toen hij nog een gevierd zakenman was. Niet toen hij in 2005 gearresteerd werd voor afpersing. En niet nu hij zich daarvoor deze week voor de rechter moest verantwoorden.

Dus noemde hij het een „flutzaak”, een „cowboyverhaal” en „lariekoek”. Hij zei tegen de rechter dat het „een schande” is dat hij hier zit. En hij wist ook wel waarom hij hier echt zit. Omdat hij te vaak tegen politie en justitie aangeschopt heeft. Daar maak je volgens hem geen vrienden mee.

In 2005 werd de Amsterdamse zakenman Erik de Vlieger opgepakt. Hij was toen op allerlei terreinen actief: luchtvaart, multimedia, scheepswerven en vastgoed. Maar na zijn arrestatie stortte zijn imperium snel in elkaar. Banken wilden hem niet meer financieren. Zakenpartners trokken zich terug. Nu doet hij eigenlijk niets meer, zei hij deze week tegen de rechtbank. Hij heeft nog wat „posities” in Portugal. Maar verder is hij kapotgemaakt door justitie. De strafzaak tegen hem is een „stripverhaal”.

Dat verhaal begint in 2000. De horeca-ondernemer Alberto Fernandez heeft grote financiële problemen. Hij zoekt mensen die willen investeren en komt bij Erik de Vlieger en zijn broer Frans terecht. Die steken veel geld in de zaak, waarmee onder meer schulden worden afbetaald. De zaak blijft een puinhoop, en De Vlieger moet er telkens weer geld in steken. De Vlieger spreekt met Fernandez af dat hij in ruil voor al die financiële steun een groot gedeelte van de aandelen aan hem zal overdragen. Die afspraken leggen ze vast in een overeenkomst.

Maar Fernandez weigert vervolgens in augustus 2002 om de aandelenoverdracht bij de notaris te tekenen. Tot zover zijn het openbaar ministerie en De Vlieger het redelijk eens.

Uiteindelijk tekent Fernandez toch bij de notaris, op 8 augustus. Hoe, daarover verschillen de meningen. Na een stevig gesprek bij mij op kantoor, volgens De Vlieger. Fernandez wordt zo zwaar onder druk gezet dat hij meegaat naar de notaris en tekent, stelt het Openbaar Ministerie (OM).

Dat wordt gedaan door Ithzak M., een Israëliër die beveiligingsklusjes doet voor De Vlieger. Hij is op uitnodiging van De Vlieger bij het gesprek en zegt een aantal keren tegen Fernandez dat hij moet tekenen. Daarna rijdt M. Fernandez naar huis, waar Fernandez zijn paspoort ophaalt. Vervolgens rijdt M. Fernandez naar de notaris. Hij tekent de aandelenoverdracht.

De Vlieger wist hoe intimiderend Ithzak M. over kon komen, hoe hij mensen onder druk kon zetten, stelde het OM gisteren in zijn requisitoir. Dat had De Vlieger namelijk zelf ook ondervonden. Ithzak M. werd in mei vorig jaar door het gerechtshof ook veroordeeld tot 6,5 jaar cel voor afpersing van onder andere Fernandez én De Vlieger. De Vlieger betaalt in 2000 4 miljoen gulden nadat M. hem had meegenomen in de kofferbak van een auto. Daarbij kreeg De Vlieger een pistool op zijn hoofd. De Vlieger heeft altijd ontkend dat hij afgeperst was. De 4 miljoen gulden was een afkoopsom voor een mislukte vastgoeddeal. Uit angst ontkent hij, zegt het Openbaar Ministerie.

Officier van justitie Van Leijen zei gisteren dat de rol van De Vlieger opmerkelijk is. Eerst slachtoffer van afpersing, later verdachte van afpersing. „Slachtoffers worden daders, als zij inzien dat dat de methodiek van afpersing of intimidatie ook op anderen een gewenste uitwerking heeft.”

Volgens Van Leijen had De Vlieger er ook voor kunnen kiezen om op een legale wijze, bijvoorbeeld in een civiele procedure, er voor te zorgen dat Fernandez de gemaakte afspraken na zou komen. Maar daar heeft hij „om hem moverende redenen” niet voor gekozen, aldus Van Leijen.

De advocaten van De Vlieger zeiden in hun pleidooi dat het helemaal niet vreemd was dat de Israëliër M. door De Vlieger gevraagd was om bij het gesprek met Fernandez te zijn. Fernandez nam namelijk zelf ook een beruchte Israëliër mee, die kort daarvoor De Vlieger telefonisch zou hebben bedreigd. Waarom M. daarna Fernandez ook nog vergezelde naar de notaris? Dat wist De Vlieger niet meer. „Of dat handig was, dat is vers twee. Maar er is niets strafbaars aan.”

Het OM eiste uiteindelijk een jaar voorwaardelijke gevangenisstraf en 240 uur dienstverlening. In de relatief milde eis heeft het OM meegewogen dat het zakelijk imperium van De Vlieger is ingestort en dat hij zo lang op de rechtzaak heeft moeten wachten. Uitspraak op 10 september.