Waar rancune, achterklap en een messias heersen

Jim Lynch: Noordgrens. Vertaald door Peter Abelsen. Contact, 352 blz. € 24,95

Jim Lynch: Noordgrens. Vertaald door Peter Abelsen. Contact, 352 blz. € 24,95

Met een post-9/11-roman lijkt het duidelijk wat je mag verwachten: paranoia, ontheemding, desoriëntatie, een zoektocht naar nieuw houvast. Des te opvallender is het dat deze gewichtige thema’s in de tweede roman van Jim Lynch onzichtbaar zijn. De war on terror speelt een prominente rol in Noordgrens, maar alleen als basis voor het soort goedmoedige satire dat in de literatuur al eeuwen bedreven wordt.

Het zal ermee te maken hebben dat de Amerikaanse schrijver in de noordwestelijke staat Washington woont, ver verwijderd van het tumult in New York. Als journalist schreef Lynch voor The Seattle Times regelmatig over de grensovergang tussen de VS en Canada. De in 1846 getrokken lijn tussen beide landen is een arbitraire streep. De woeste natuur voorkomt dat de grens duidelijk aanwijsbaar is, ook al wil een aantal officiële grensovergangen anders doen geloven. De vele Canadese drugskoeriers hebben vrij spel.

Hoofdpersoon van de roman is de 23-jarige Brandon Vanderkool, die sinds kort lid is van de tandeloze grenspolitie ter plaatse. Lynch plaatst deze twee meter lange, dyslectische reus als moreel ankerpunt in een stadje in de noordwesthoek van Washington, dat door slechts een sloot van Canada gescheiden wordt. Brandon is een ietwat zwakbegaafde, maar bloedeerlijke zoon van een veehouder. Te midden van de inwoners van de door Lynch met groot plezier beschreven dorpsgemeenschap – die zich verliest in rancune, achterklap en licht crimineel gedrag – krijgt hij haast het aura van een flink uit de kluiten gegroeide messias.

Brandon is een manische vogelaar die tijdens zijn patrouilles als grenswacht vooral omhoog zit te kijken om te tellen: een roodstaarthavik, een grijze junco, een ransuil, een paar bastaardmeeuwen, een handvol treurduiven. Hij lijkt hiermee op de hoofdpersoon uit Hoogtij, Lynch’ debuut uit 2005. De 13-jarige Miles is hierin een gedreven amateurzeebioloog, die slib en strand afzoekt naar zeesterren en maanslakken. Beide personages bewegen zich aan de rand van hun dorpsgemeenschap, en hebben dus een goed opmerkingsvermogen. Lynch gebruikt het kinderlijke perspectief om de wereld te kijk te zetten.

Brandon ontwikkelt zich in Noordgrens tot een plaag voor de Canadese drugsindustrie. Hij struint rond op de meest onafzienbare plekken in de natuur en stuit zo telkens op smokkelaars en illegale immigranten. Door zijn vele arrestaties vestigt hij de aandacht op de onveiligheid aan de grens, met name als hij een man oppakt die explosieven bij zich heeft. Congresleden komen poolshoogte nemen. Er komt meer geld vrij voor het politiekorps, grenswachten uit New Mexico worden overgevlogen en een leger beveiligingscamera’s wordt geïnstalleerd.

De kracht van Lynch is hoe hij met zijn typisch bedaarde toon heel soepel verschillende werelden aan elkaar knoopt, terwijl hij niet vergeet komedie te bedrijven met de sluimerende hysterie in een dorpsgemeenschap. Zijn portrettering van de knullige Amerikaanse grenspolitie is wat flauw. Maar hij geeft de lezer met groot schrijfplezier een virtuele tour door de hennepkwekerijen van de Canadese drugsindustrie én de zieltogende Amerikaanse melkveeteelt aan de grens.

In dit deel ontmoeten we het roerendste personage: de gekwelde Norm Vanderkool, Brandons vader. Hij heeft pijn in zijn knieën, zijn vee wordt geplaagd door infecties, zijn vrouw lijdt aan beginnende alzheimer en hij heeft door de jaren een fortuin uitgegeven aan een zeilboot die hij niet afgebouwd krijgt. Norm mag dan opgevoerd worden in een post-9/11-roman, hij is een tijdloos personage: een man in gevecht met de elementen in zijn leven. Karakteristiek voor de mildheid van Jim Lynch als romanschrijver is dat de geplaagde veehouder toch een heldenrol mag vervullen. Hij redt een koe die bijna sterft tijdens een bevalling. Dat gebeurt in een glorieus fysieke scène, vol plastische details, die Noordgrens alleen al lezenswaard maakt. Als het er echt op aankomt, wijkt de hysterie en blijkt de mens minder machteloos dan gedacht.