VN-rapporteur noemt Australië racistisch

De speciale VN-rapporteur voor inheemse volkeren heeft gisteren, na een twaalfdaagse rondgang langs inheemse gemeenschappen in Australië, geconcludeerd dat racisme in het land „verankerd” is. Volgens rapporteur James Anaya is een omstreden hulpprogramma van de overheid discriminerend voor Aborigines.

Anaya betoonde zich negatief over de militair geleide Northern Territory Emergency Response (NTER), die in 2007 onder de vorige regering werd ingevoerd om alcoholisme en seksueel misbruik onder Aborigines tegen te gaan, ondermeer door een verbod op alcoholgebruik en pornografie. Om die maatregelen mogelijk te maken, werd in de Northern Territory de wet tegen discriminatie opgeschort.

„Deze maatregelen zijn openlijk discriminerend voor Aborigines, maken inbreuk op hun recht van zelfbeschikking en stigmatiseren gemeenschappen die al gestigmatiseerd worden”, aldus Anaya.

De verklaring van de rapporteur komt op een gevoelig moment in Australië. Een maand geleden werd het land ook beticht van racisme toen Indiase studenten beroofd en in elkaar geslagen werden. In mei toonde het land zich beledigd door Sol Trujillo, de vertrekkende baas van telecombedrijf Telstra. De Amerikaan van Mexicaanse afkomst noemde Australië „racistisch” en „achterlijk”.

Hoewel premier Kevin Rudd, die officieel excuus aanbood voor de manier waarop Aborigines in het verleden zijn behandeld, het verschil in ontwikkeling tussen de inheemse bevolking en de rest van Australië wil dichten, blijkt uit recent onderzoek dat de achterstand de afgelopen jaren alleen maar groter is geworden. Het aantal meldingen van kindermisbruik en verwaarlozing bij Aborigines is verdubbeld sinds 2000 en is zes keer zo hoog als bij niet-inheemse kinderen. Inheemse vrouwen hadden 35 keer zoveel kans om in het ziekenhuis te belanden door huiselijk geweld dan niet-inheemse.