Uit de lege landen

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven: een wild ogende poëziebloemlezing

Sommige boeken worden geboren om onbesproken te blijven. Dit is er zo een. Het is een bloemlezing van gedichten, waarvan er toch al zoveel verschijnen. Zoek een paar gedichten bij elkaar, doe er een omslagje omheen, verzin een titel, bij voorkeur iets met ‘dichter’ erin of, nog beter, ‘dichter bij’. En dan maar hopen dat het er in de boekhandel goed bij komt te liggen. Dicht bij de kassa.

In dit geval is ook de naam van de samensteller voorspelbaar. Henk van Zuiden heeft sinds 1982 tientallen poëziebloemlezingen gemaakt. Hij wordt wel de Bloemlezer des Vaderlands genoemd. Als ik goed heb geteld is dit de derde van dit jaar. Eerder zagen we al Op reis. De mooiste reisgedichten voor onderweg en Van harte gefeliciteerd. De mooiste gedichten om weg te geven. En nu is er dus Dicht! Een Rainbow-pocket, met een simpel omslagje. Titel en ondertitel in lettertangletters, schots en scheef onder elkaar, om een wilde indruk te maken. Hier komt gevaarlijke poëzie! Deze bloemlezing bevat ‘de beste poëzie, slamdichters en rapteksten’. Er zit geen inleiding bij, geen nawoord en ook geen programma.

Toch sloeg ik Dicht! open. En ik heb het met veel plezier gelezen. Het ging ook heel snel. Dat komt natuurlijk door al die rap en slam, zou je denken, maar daar kwam het helemaal niet door. Van Ali B. werd het flauwe en langdradige Wie is Ali B opgenomen, een skit van zijn eerste cd. Van Lange Frans en Baas B. het bekende, slome oudemannennummer Het land van ... met zijn trage klacht over bijvoorbeeld de hoge belastingdruk: Nederland is ‘het land waar als je rijk wordt je zoveel inlevert / dat je bij jezelf denkt hoeveel zin heeft het.’ En van Yes-R de brave lofzang op zijn lieve oma Haziza die altijd zo goed voor hem heeft gezorgd. ‘Je bent een sterke vrouw / dapper en ook altijd trouw. / Deze gaat uit naar jou en ja ik meen het nou / ik hou zoveel van jou, je hebt een hart van goud.’ Vader Abraham en Johnny Hoes zouden het hem niet verbeteren.

Het snelle zit hem in de onvoorspelbare afwisseling van bekend en onbekend, jong en oud, praterig en zangerig, rap en ready-made, waardoor elk gedicht vanzelf met een frisse en onbevooroordeelde blik gelezen wordt. Steeds weer waren er verrassingen. Van F. Starik (1958) is er een sterke verhandeling over afwassen in films. Daarnaast staat Herman van Veen (1945) met een even sterke verhandeling over het maken van filmmuziek. Ik kwam langs een geestig portret van Meppel (Meppel is booming) door Rense Sinkgraven (1965). En langs een heel mysterieus verslag van, ja, van wat – van een onverwachte ontmoeting met God, lijkt het wel, door Juliën Holtrigter (1946). En daarnaast stond een zoekend gedicht van Alexis de Roode (1970), die in de trein naar Utrecht plotseling wordt overvallen door de vraag of dit nu alles is. ‘De lege landen’. Struiken, koeien, boerderijen, haagbeuken – het ‘bestaat zo ontzettend’ en ‘is allemaal zo van deze wereld’, maar zou er niet iets bij kunnen, een beetje verschuiving van de werkelijkheid? ‘Een heel klein krasje / in het diamant van de feiten, / een mirakeltje van niets’ – meer niet. Geen rap, geen slam. Een klacht over de leegte van het bestaan, geschreven in 2005.

Dicht! De beste poëzie, slamdichters en rapteksten. Samenstelling Henk van Zuiden. Rainbow Pockets. 186 blz. € 5,-.