Sterven in stilte, zonder te klagen

John Hersey: Hiroshima. Vertaald door Catalien van Paassen en voorzien van een nawoord van H.J.A. Hofland. Meulenhoff, 188 blz. € 18,95

Precies op het moment dat de inwoners van Hiroshima op 6 augustus 1945 hun schuilkelders verlaten omdat het gevaar van een bombardement lijkt geweken wordt vanuit de Amerikaanse bommenwerper Enola Gay een atoombom op de stad geworpen. De ontploffing even daarna, die vrijwel onmiddellijk 78.000 mensen doodt, wordt gretig vastgelegd door de camera’s in de begeleidende toestellen in de lucht. ‘Little Boy’, zoals de 4.000 kilogram wegende bom door zijn makers liefkozend wordt genoemd, heeft 2.000 maal de kracht van de zwaarste bom die tot dusver in de oorlog is gebruikt. Drie dagen later gooit Amerika Little Boy’s broertje op Nagasaki. Nog zes dagen later, op 15 augustus, capituleert Japan.

Een jaar later, op 31 augustus 1946, kan de wereld via een speciaal nummer van het tijdschrift The New Yorker kennisnemen van wat zich onder de paddestoel boven Hiroshima afspeelde. Journalist John Hersey (1914-1993), die later genoemd zal worden als een van de grondleggers van New Journalism, een vorm van journalistiek met fictiemethodes, reconstrueert het inferno op de grond via zes overlevenden. The New Yorker is die dag binnen enkele uren uitverkocht. Het verhaal, dat daarna al snel in boekvorm zal verschijnen, wordt decennia later door de New York University uitgeroepen tot het beste journalistieke boek van de twintigste eeuw. Een laatste hoofdstuk, ‘De nasleep’, schreef Hersey toen hij 40 jaar na het bombardement de zes hoofdrolspelers opnieuw opzocht. Met Hiroshima gaf Hersey slachtoffers van de bom een gezicht. Het is, zo schrijft Henk Hofland in een nawoord bij de laatste druk, op de eerste plaats een politiek boek geweest: sinds dit boek kan geen politiek leider meer volhouden dat hij geen weet had van de gevolgen van het inzetten van een atoomwapen. Informatie als een zet op het schaakbord.

Hiroshima is 63 jaar na verschijning nog steeds een imponerend werkstuk. Voor een groot deel komt dat natuurlijk door de verschrikkingen die Hersey zo gedetailleerd uit de monden van de overlevers optekende. Zo heeft in Hiroshima bijvoorbeeld niemand een knal gehoord op het moment dat de bom afging, want er was alleen maar een ‘geluidloze flits’. Kort na de ontploffing dacht men dat het magnesium was geweest dat over de stad was uitgestrooid en door elektriciteitsdraden was ontstoken. Door de vrijgekomen hitte van de bom losten veel mensen vrijwel meteen op, ze verdampten simpelweg en er is nooit meer een kruimel van ze teruggevonden. De ogen van Japanse soldaten die in de richting van de lichtbron keken smolten in hun kassen.

Aan het einde van het kalenderjaar 1946 was het dodental al opgelopen tot 140.000 en werden er steeds meer ‘spikkelbloedinkjes’ bij de overlevenden gesignaleerd: de in het besmette gebied opgelopen stralingsziekte begon zich te openbaren. Velen zouden nog hun leven lang medische klachten houden. Sommige ‘hibakusha’, zoals de overlevenden van de bom genoemd werden, zouden uitgroeien tot maatschappelijke paria’s omdat ze vanwege hun voorgoed aangetaste fysieke gestel als zwakke werknemers werden beschouwd.

Veel van de kracht schuilt echter in de manier waarop Hersey dit opschrijft. Allereerst voel je als lezer de overweldigende (zonder dat dit woord ook maar ergens in het boek valt) uitwerking van een atoombom op mensenlevens.

Het voorstellingsvermogen lijkt tekort te schieten bij wat er is gebeurd. Het is te veel geweest, want in plaats van ontredderd of woedend lopen de mensen verdwaasd en verdoofd rond. Mensen sterven in stilte, zonder te klagen. Herseys beheerste, kale stijl (waar hij bewust voor koos, zo zou hij later in een interview vertellen) is ideaal voor het schetsen van de beschamende gevolgen van een massavernietigingswapen, ingezet tegen burgers.