Spelen zonder kippengaas

Na vele omzwervingen woont zanger en gitarist Michael de Jong al jaren in Dordrecht. Op zijn laatste album neemt hij het leed van de wereld op zijn schouders. „Songschrijvers als ik moeten het opnemen voor de gewone man. Anders doet niemand het.”

‘Bluesmuziek kun je niet leren spelen”, zegt Michael de Jong. „De blues moet je geleefd hebben. In mijn leven is er van alles verschrikkelijk misgegaan. Die verdomde blues is vanzelf in mijn muziek geslopen. Je moet gek zijn om het te willen spelen en nog gekker om al die ellende aan te willen horen.”

For Madmen Only, heet de cd waarop de 64-jarige zanger en gitarist het leed van de wereld op zijn schouders neemt. Solo dit keer, zonder band of gastmuzikanten. Alleen met zijn helder klinkende akoestische gitaar daalt Michael de Jong af in de diepste krochten van de menselijke ziel, met een stem die gelooid en getekend is door een heftige levensstijl. Die heeft hem niet ongeschonden gelaten. Hij spreekt over „het virus”, aids. „O ja”, zeiden ze er later bij in het ziekenhuis, „je hebt ook nog Hepatitis C. Daar ga je waarschijnlijk eerder aan dood.”

Hij wijst op de enorme uitstalling aan medicijnen in zijn Dordrechtse huiskamer. „Mijn Nederlandse paspoort heeft mij het leven gered. Ik heb er drie: een Frans, een Amerikaans en een Nederlands. Toen ik na al mijn omzwervingen in Amsterdam eindigde, ben ik echt uit de goot gevist.”

Hij overleefde excessen met drank en drugs, aanvaringen met de politie, gevangenisstraf en psychiatrische behandeling. Er waren vrouwen in zijn leven, reddende engelen. Hij heeft ze met spijt in zijn hart vaarwel moeten zeggen. „Nu woon ik hier, alleen met mijn virus. Ik klaag niet. Nederland heeft mij opgevangen en mij dit huis gegeven. Ik heb een brief van koningin Beatrix waarin staat dat ik welkom ben. Muziek maken is het beste wat ik kan doen om iets terug te geven.”

Er is geen korte versie

van zijn levensverhaal. Michael de Jong werd in 1945 geboren in het Franse Fontenay, als zoon van een Franse moeder en een Friese vader die daar als zeeman verzeild was geraakt. Op vierjarige leeftijd verhuisde hij mee naar de Verenigde Staten waar zijn ouders een nieuw bestaan opbouwden. Elvis Presley en Little Richard waren zijn vroegste helden en op zijn dertiende kreeg hij zijn eerste gitaar. Optredens van Johnny and the Hurricanes (de altijd strak in het pak gestoken groep van het nummer Red river rock) en Johnny Cash deden hem besluiten om zelf zijn geluk in de muziek te beproeven. Hij speelde in bands en toerde door de zuidelijke staten, waar muzikanten achter kippengaas speelden om het rondvliegende glas te ontwijken.

In Detroit en New Orleans leerde hij het muziekleven van binnenuit kennen, met alle seks, drugs en rock-’n-roll die daarbij kwamen. Na omzwervingen langs de Caraïbische eilanden en een periode in de band van gitarist Roy Buchanan eindigde hij in San Francisco waar hij speelde met Jerry Garcia, Mike Bloomfield en Country Joe McDonald. In 1976 trad hij toe tot de band van blueslegende Jimmy Reed. In de blues vond De Jong zijn roeping en van Reed leerde hij de stelregel dat blues niet zomaar een vrijblijvend muziekgenre is, maar een levensstijl. Toen Reed kort daarop overleed, was Michael de Jong degene die zijn lichaam vond en de begrafenis regelde.

Halverwege de jaren tachtig keerde hij terug naar Europa, waar hij op het slechte pad raakte. De muziek nam een steeds minder belangrijke plek in zijn leven in. Pas nadat hij in Nederland met de harde realiteit van zijn ziekte geconfronteerd was, kwam de muziek terug in zijn bestaan. Omdat hij rekening hield met de mogelijkheid dat hij niet lang meer de leven had, besloot De Jong elk jaar een cd te maken. Vijftien cd’s maakte hij tot nu toe. Die albums dragen veelzeggende titels als Alive, Grown Man Moan en Last Chance Romance.

Zielig wil hij niet gevonden worden, vandaar dat hij op For Madmen Only de wereldproblematiek in bredere zin op de korrel neemt. In openingslied A little army of words stelt hij vast dat we er met zijn allen een puinhoop van hebben gemaakt en dat onze kleine planeet alleen gered kan worden als we leren van onze fouten. In Searching for Sophia laakt hij goede doelen die geld inzamelen om zichzelf in stand te houden en in Captain, captain en Retreat of the grand army formuleert hij zijn oorlogsprotest. „Ik heb een jaar gewacht met het uitbrengen van dit album”, zegt hij, „omdat ik eerst moest weten of Obama de presidentsverkiezing zou winnen. Nu het zo ver is, ben ik bang dat er nog altijd bedroevend weinig veranderen gaat.”

Als Michael de Jong Nederlands

spreekt heeft hij niet alleen een onuitroeibaar Amerikaans accent, maar krijgt zijn stem een zachtmoedige toon die hem iets kinderlijks geeft. Een lieve, oudere man die het beste voor heeft met de wereld. In het Engels, nog altijd de taal waarin hij het makkelijkst spreekt, klinkt hij zelfverzekerd en stoer, als de zanger die zowel John Lee Hooker als Bruce Springsteen tot zijn vakbroeders rekent. Zijn zangstem is doordrenkt van emotie, vooral wanneer de zwaarte van de tekst hem tot diepe vibraties in zijn stem beweegt. Voor vergelijkbare zangers moeten we terug naar Joe Cocker en Frankie Miller, die hun soulgevoel net als De Jong modelleerden naar het voorbeeld van Ray Charles.

„Ik ben een blanke neger”, zegt hij trots. „Ik mag dat zeggen, want zwarte muzikanten in Amerika noemden mij zo. Nigger, het grootste compliment dat je kon krijgen als je in hun ogen iets goeds gespeeld had. Altijd zocht ik het gezelschap van muzikanten die aan de verkeerde kant van de spoorlijn woonden. Het schrijven van songs is een kracht die ik niet onder controle heb. Ze komen vanzelf, alsof ze door een hogere macht worden aangereikt. Inspiratie komt van de dingen die ik heb meegemaakt, of van de boeken die ik heb gelezen. For Madmen Only is een frase uit Steppenwolf van Herman Hesse. Ik ken de blues van binnenuit, maar ik ben er de persoon niet naar om een tekst te beginnen met My baby left me this morning. Dat is mij te simpel. Mijn teksten moeten mensen op het verkeerde been zetten. Michael de Jong de onvoorspelbare. Dat ben ik.”

Na al zijn omzwervingen heeft hij in Dordrecht de rust gevonden die hij nodig heeft voor zijn muziek. „Ik schrijf songs, ik hou van woorden. Op mijn zesde wist ik al dat ik artiest wilde worden. Ik zong Ave Maria in de katholieke kerk en ik merkte dat alle aandacht op mij gevestigd was. De nonnetjes vertelden me dat ik talent had. Dat heerlijke gevoel wist ik vast te houden tot ik de baard in mijn keel kreeg. Later heb ik vaak geprobeerd om dat moment terug te halen, van al die mensen die bewonderend naar me luisterden. Tegenwoordig moet ik er meer moeite voor doen, met eigen songs en een rauwe stem die het tegenovergestelde is van dat heldere jongensstemmetje van toen. Mijn onvoorwaardelijk geloof in religieuze zaken is ook niet meer wat het geweest is. God heeft geen religie, zei Ghandi. Dat is misschien wel het enige waar ik vandaag nog in geloof.”

Het schilderij op zijn cd-verpakking

toont hem als een Don Quichot met een gitaar, vechtend tegen windmolens. Het vak van liedjesmaker is een eenzaam bestaan, zegt De Jong. „Strikt genomen hou ik niet van mensen. Ik voel me prima bij een bestaan als kluizenaar. In een hutje in Ierland ben ik in mijn element, uitkijkend over de oceaan. Totdat het moment komt dat de muziek voor een publiek gespeeld moet worden. Ik respecteer de luisteraar en ik wil de mensen iets geven om over na te denken. Soms voelt dat als een gevecht tegen windmolens, inderdaad. Met het verschil dat ik altijd weer een nieuwe strijd kan aangaan, een nieuw onderwerp kan uitzoeken. Zo was Last Chance Romance een veel mildere plaat dan deze. Dit keer geef ik mijn ongezouten mening over een aantal maatschappelijke thema’s. Songschrijvers als ik moeten het opnemen voor de gewone man. Anders doet niemand het.”

Hij is niet jaloers op de muziekvrienden uit het verleden die grote sterren werden. Jerry Garcia bezweek aan een overdosis, Jimmy Reed stierf berooid en oude kennissen als Boz Scaggs en Paul Kantner van Jefferson Airplane moesten jarenlang krom liggen om hun belastingschulden af te betalen. Hij heeft geluk gehad met zijn rustige bestaan in Dordrecht, vindt Michael de Jong. „Aan Amerikanen valt moeilijk uit te leggen dat ik hier wil wonen en niet in Amsterdam, dichtbij Rembrandt en het Anne Frankhuis. Ze weigeren te begrijpen dat muzikale inspiratie zich in mijn hoofd afspeelt, niet op de enige plek in Nederland waar ze wel eens van gehoord hebben.”

Toen hij het ouderlijk huis verliet, hield zijn vader hem twee dingen voor. „Wees niet bang om je handen vuil te maken en laat niemand je dwingen om je naam te veranderen.” Soms was de verleiding groot om een artiestennaam als Michael DeYoung aan te nemen, maar hij deed het niet. Als Nederlandse Amerikaan weet hij wat het is om hard te werken voor succes, ook als het betekent dat hij voor vijftien man speelt. Hij is allang blij dat er hier geen kippengaas voor het podium gespannen hoeft te worden.

Zijn komende tournee onderneemt hij solo met gitaar. „Spelen voor een publiek is een intieme aangelegenheid, zeker als er zulke persoonlijke songs als de mijne voorbijkomen. De koorknaap in mij verlangt naar applaus dat alleen voor mij bestemd is; een directe reactie op de liedjes die ik speel. Als ze boe roepen, kan ik daarmee leven. Zo lang het me brood op de plank brengt.”

‘For Madmen Only’ is uitgebracht door Music & Words. De tournee van Michael de Jong begint 6 september in Muziekcentrum Frits Philips, Eindhoven. Inl: www.michaeldejong.org