Politicus bewondert politicus

De Engelse ex-politicus Jonathan Aitken schreef een biografie over Nursultan Nazarbajev, de leider van Kazachstan. Volgens Aitken deed Nazerbajev in 1991 de coup tegen Gorbatsjov mislukken.

Jonathan Aitken: Nazarbayev and the making of Kazakhstan. From Communism To Capitalism Continuum Publishing, 256 blz. € 26,99

Nursultan Nazarbajev werd in 1940 in een boerenhut geboren. Zijn ouders waren analfabeet. De jongen was sterk, energiek en ambitieus, was de beste op school, leerde vloeiend Russisch spreken, kon naar een universiteit, maar werd arbeider in een staalfabriek. Hij maakte snel carrière in de communistische partij, werd op zijn 44ste premier en, na de ineenstorting van de Sovjet-Unie, president van Kazachstan, een land dat zich uitstrekt van de Kaspische Zee tot China. Onder zijn leiding veranderde Kazachstan, in de Sovjet-Unie een dumpplaats voor mensen en kernwapens, tot de welvarendste van de voormalige Sovjet-republieken.

Spannend materiaal voor een biografie, vond Jonathan Aitken, een voormalige Tory-grandee uit de Thatcher-jaren die wegens corruptie en andere sleaze-praktijken ten val kwam. Na een mislukte poging de Britse krant The Guardian een financiële loer te draaien, kreeg hij wegens liegen voor de rechtbank achttien maanden gevangenisstraf. Toen hij na zeven maanden vrijkwam, schreef hij een autobiografie (Pride and Perjury) en enkele boeken over zijn nieuwe, christelijke geloof. Aitken, nog altijd lid van de conservatieve partij en bevriend met mensen die deuren kunnen openen, sprak 28 uur met Nazarbajev‚ die, zo zei hij op een presentatie van zijn boek, ook oncomfortabele en gevoelige vragen niet uit de weg ging.

In zijn vlot leesbare biografie, waarvoor hij ook talrijke andere getuigen en bronnen raadpleegde, klinkt op vele pagina’s bewondering door, de bewondering van een politicus voor een politicus. Aitken vermeldt wel kritiek op de autocraat Nazabajev, de omvangrijke corruptie, het ontbreken van vrijheden, de breidel van de pers (en sinds kort van internet) in Kazachstan. Maar hij presenteert deze als tijdelijke problemen, die niets voorstellen in vergelijking met de eindeloze strijd die zijn held moest voeren, in zijn armoedige jeugd, als staalarbeider, als premier in de laatste chaotische jaren van de Sovjet-Unie en daarna als ‘bevrijder’ van zijn land, in de eerste plaats van de nefaste invloed van Moskou. Niet voor niets luidt de titel Nazarbayev and the making of Kazakhstan.

Kazachstan, het op acht na grootste land ter wereld, zeer dun bevolkt, werd door Sovjetleiders in Moskou lang alleen geschikt geacht voor deportaties (twee miljoen Russen, honderdduizenden Wolga- Duitsers en talloze andere nationaliteiten werden er gedumpt), kernproeven (in Semipalatinsk werden er 450 uitgevoerd, waarvan een groot aantal bovengronds) en het ruimtevaartcentrum Baikonoer dat nog altijd in gebruik is. De lokale partijleiders, mastodonten zoals hun Moskouse bazen, deden wat hun werd bevolen.

Nazarbajev had vaak lef. In 1973, net vijf jaar volledig partijlid, publiceerde hij onder eigen naam een zeer kritisch artikel in de Pravda over de wantoestanden in een staalfabriek in zijn land. Dat leverde hem een verrassende uitnodiging op van Soeslov, destijds de machtige partij-ideoloog in het Kremlin, die hem gelijk gaf en krachtig ingreep. Zo kregen duizenden staalarbeiders woningen waarop ze jaren hadden gewacht en verwierf Nazarbajev in zijn land de reputatie van een man die dingen gedaan kreeg.

Nazarbajev leerde snel de weg te vinden in het Kremlin. Hij ontwikkelde goede relaties met beschermheren als Gorbatsjov en Jeltsin, wiens overvloedig wodka-gebruik de enige vrolijke anekdotes in Aitkens biografie opleveren. Zo wilde Jeltsin, op een excursie met zijn Kazachse vriend in augustus 1991, een bad nemen in een ijskoude, snelstromende rivier in de Talgarkloof, nabij Almaty (vroeger Alma Ata). Nazarbajev probeerde zijn reeds half ontklede gast daarvan te weerhouden, maar Jeltsin die ook in Moskou wel eens in bijna bevroren rivieren sprong, hield vol. Tijdens het twistgesprek dat volgde, legden bewakers van beide presidenten snel een kleine dam aan, waardoor een gevaarlijke stroming werd omgeleid – Jeltsin nam zijn bad en warmde zich tevreden op met vele wodka’s tijdens de daaropvolgende afscheidslunch. Zo veel dat hij niet meer op kon staan, aldus zijn gastheer. Zijn vertrek, om 17 uur, per vliegtuig, moest drie uur worden uitgesteld.

Later bleek dat dit uitstel vermoedelijk Jeltsins leven had gered: in Moskou hadden conservatieve coupplegers die Gorbatsjov wilden afzetten, bevel gegeven aan de militaire basis Aktyubinsk in het westen van Kazachstan het vliegtuig neer te schieten dat om 17 uur vanuit Almaty zou vertrekken. De raketten waren gereed om afgevuurd te worden, maar er kwam geen vliegtuig. Na twee uur wachten hielden de soldaten het voor gezien.

Nazarbajev speelde volgens Aitkens gedetailleerde verslag ook een belangrijke rol bij de onderdrukking van de coup in december 1991 tegen Gorbatsjov. Zijn telefoontje met minister van defensie Jazov, met wie hij bevriend was, had vermoedelijk tot gevolg dat de tanks die onderweg waren naar Moskous Witte Huis tot stilstand kwamen. Vervolgens kon Jeltsin met zijn bekende rede, staande op een tank, het pleit winnen en mislukte de coup. Gorbatsjov, die kort daarop aftrad, prees Nazarbajev tegenover Aitken als ‘de enige leider die steeds gelijk had over de grote vragen’.

Kazachstans onafhankelijkheid begon in 1992 rampzalig: hyperinflatie, lege winkels, geen geld om lonen te betalen, de uittocht van miljoenen Russen, een onervaren en conservatief parlement, een ernstig gebrek aan medewerking en sabotage op monetair gebied van het Moskou van ‘vriend‘ Jeltsin, onzekerheid over de internationale grenzen en de potentiële olierijkdommen in de Kaspische Zee, en de aanwezigheid van 1.200 Russische kernkoppen die later met behulp van de VS en Rusland werden opgeruimd. Aitken beschrijft uitvoerig hoe Nazarbajev, nog altijd energiek als een staalarbeider, met twaalfurige werkdagen acceptabele oplossingen vond voor al deze problemen. En, uiteraard verwijzend naar Margaret Thatcher, overschakelde op een kapitalistische economie die vooral dankzij de Kaspische olie-export het jaarlijkse inkomen per hoofd van de bevolking in vijftien jaar deed stijgen van 400 tot 8.400 dollar.

Wat de overgang van de voormalige Sovjetrepubliek naar een vrije en democratische maatschappij betreft ‘verdient het glas van Kazachstan te worden beschreven als half vol in plaats van half leeg’, schrijft Aitken, opeens zuinig in de epiloog van zijn boek, dat wegens het hoge gehalte aan informatie respect verdient. Dit oordeel kan volgend jaar worden getest: Kazachstan en zijn president, zetelend in zijn protserige Witte Huis dat groter is dan dat in Washington, zijn dan voorzitter van de OVSE, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, die toeziet op naleving van mensenrechten en fundamentele vrijheden.