'Piraterij moeten we stimuleren'

Jeugdculturen hebben de wereld beslissend veranderd, beweert de Engelse journalist Matt Mason in zijn boek ‘Piraterij’. ‘De jongens die YouTube hebben opgericht, zijn punkkapitalisten.’

‘Nee, nee, toen de punk begon, was ik nog niet eens geboren’, zegt de Engelse ex-radiopiraat Matt Mason lachend op het terras van een hotel in Amsterdam. Met zijn boek Piraterij, dat begint met een hoofdstuk over punk, wekt hij de indruk dat hij eind jaren vijftig is geboren en als jongeling de glorietijd van de punk beleefde. „Ik ben opgegroeid met house”, zegt hij. „Ik ben zelf dj geweest. Op mijn 19de werkte ik bij een radiopiraat.” Met piraterij hield Mason (1978) zich bezig naast zijn studie economie aan de Universiteit van Bristol. Na zijn afstuderen was hij onder meer hoofdredacteur van RWD, het Londense tijdschrift over hiphop, grime, garage, drum & bass en andere dancegenres. Sinds enkele jaren woont Mason – gemillimeterd haar, polo, spijkerbroek en sneakers – in New York en schrijft en adviseert hij over jeugdcultuur.

Piraterij, dat eerder in het Engels verscheen als The Pirate’s Dilemma, gaat over de vraag ‘hoe hackers, punkkapitalisten en graffitimiljonairs onze cultuur remixen en de wereld veranderen’. Mason beschrijft hoe punk de Do-It-Yourself-mentaliteit bracht, reggae en disco de wereld de remix schonken en hiphoppers van samples geluidscollages maakten. Piraterij bevat ook een hoofdstuk over illegale radiostations en andere vormen van piraterij, zoals het illegaal downloaden van muziek en het kopiëren van gepatenteerde medicijnen.

Masons betoog is verwant met het recent verschenen Gratis van Chris Anderson, de internetjournalist die verwacht dat de gratis distributie via internet zorgt voor een omwenteling op andere economische terreinen. ‘Piraterij is er in alle fasen van de geschiedenis geweest en is een fenomeen dat we moeten stimuleren’, schrijft Mason. ‘Piraterij is dé manier om inefficiënte systemen te vervangen.’

‘Piraterij’ begint met punk uit de jaren zeventig. Niet met de tegencultuur van de jaren zestig of de rebelse rock-’n-roll van de jaren vijftig waarmee de doorsnee socioloog een boek over jeugdcultuur zou beginnen.

„Ik geloof dat punk veel meer focus had dan bijvoorbeeld de hippiecultuur. Natuurlijk tref je verschillende elementen van punk ook al aan in de tegencultuur van de jaren zestig, zoals de anti-autoritaire houding. En de organisatoren van het Woodstock Festival hadden ook een Do-It-Yourself-mentaliteit. Maar pas in de punk werd Do-It-Yourself een mantra. Het besef dat je het zelf moest en ook kon doen was de kern van punk. Dat leeft nog steeds. De jongens die YouTube hebben opgericht, zijn punkkapitalisten.”

Een andere verrassing is dat u ook disco rekent tot een jeugdcultuur die de wereld heeft veranderd. Punks haatten disco. Ze vonden het mainstream en commerciële troep.

„Die haat stamt uit de late jaren zeventig. Maar in de begintijd van de disco, begin jaren zeventig, gebeurde er echt iets nieuws in de New Yorkse clubs. Daar dansten blank en zwart, homo en hetero met elkaar. Zo’n cross-over was nooit eerder vertoond, ook niet in de jaren zestig. En vergeet ook niet dat disco de basis van hiphop vormde. De eerste hiphopplaten werden gemaakt met stukjes disco.

„Disco bracht ook, samen met de reggae op Jamaica, de remix. Zo kwam het kopiëren weer terug in de muziek. Eeuwenlang was het in de kunst en muziek heel gewoon om werk van anderen te imiteren en te bewerken. Maar in de loop van de twintigste eeuw raakte dit door het modernisme uit de gratie. Terwijl kopiëren en imiteren onze tweede natuur is.”

Opvallend afwezig in ‘Piraterij’ is rock. Heeft rock de wereld niet veranderd?

„Ik schrijf niet over rock, omdat ik er niet van houd. Als ik te veel gitaren hoor, haak ik af. Bovendien is er al zoveel geschreven over rock dat ik dat niet wilde herhalen.”

In de meeste jeugdculturen spelen kopiëren en imiteren een belangrijke rol. Computers, samplers en internet hebben de mogelijkheden om te kopiëren vergroot. En dus is ook piraterij, in de vorm van bijvoorbeeld illegaal downloaden, sterk toegenomen. U bent in het algemeen positief over piraterij.

„Er bestaan natuurlijk vormen van piraterij die verwerpelijk zijn. Chinese fabrikanten die tandpasta van een bekend merk inclusief de verpakking kopiëren, en er lood bij stoppen, moeten hard worden aangepakt. Maar meestal duidt piraterij erop dat een systeem of een markt niet goed werkt. Waarom ontstonden illegale radiostations? Omdat mensen op de legale stations niet de muziek hoorden waarvan ze hielden. Iedereen heeft baat bij radiopiraten. De luisteraars omdat ze hun favoriete muziek horen, de artiesten omdat er eindelijk radiostations zijn die hun muziek uitzenden en zo bekend maken. Zelfs platenmaatschappijen zijn er blij mee. Bij de radiopiraat waar ik werkte, kregen we de platen van de platenmaatschappijen gratis, hoewel we nooit copyrights betaalden. Ze wisten dat uitzending van muziek leidde tot verkoop. De enige die er niet van profiteert, is de overheid, omdat die geen geld krijgt voor uitzendvergunningen.”

Internet speelt een hoofdrol in uw boek. Ex-internetondernemer Andrew Keen schreef in ‘The Cult of the Amateur’ (besproken in Boeken, 11.01.08) dat internet de cultuur en de economie om zeep helpt. Door de gratis distributie van kunstwerken kunnen nog maar weinig kunstenaars leven van hun werk. Kranten worden te gronde gericht.

„Het lijkt me onzin om te zeggen dat internet de cultuur vernietigt. Er is nog nooit zoveel muziek gemaakt als nu en nooit eerder was die zo gemakkelijk verkrijgbaar. Nu kun je die kolossale hoeveelheid en diversiteit een probleem vinden, maar voor mij is dat iets waar ik heel goed mee kan leven. Bovendien schept juist die toename in omvang werk voor journalisten en andere experts, die uit die veelheid het waardevolste vissen.

„Het ontstaan van piraterij op internet betekende dat er iets mis was met de distributie van muziek. In het begin konden platenmaatschappijen internet nog links laten liggen. Maar toen ze het niet meer konden negeren, hebben ze geen goede vorm aan de distributie via internet weten te geven. Platenmaatschappijen hebben het nu moeilijk, maar daar hoeven we niet over te treuren. Technologische vernieuwingen hebben altijd geleid tot de ondergang van industrieën. De hoefijzerindustrie is ook niet meer wat die geweest is.”

Prince komt in uw boek niet voor, hoewel hij toch de eerste ster was die zelf via internet zijn muziek ging distribueren en de platenmaatschappijen buitenspel zette. Maar internetpionier Prince achtervolgt wel alle piraten met rechtszaken. Hij breekt met het beginsel dat alles op internet gratis is.

„Prince is de belichaming van het pirate’s dilemma. Internet heeft tot oneindige distributie van gratis muziek, films, teksten en afbeeldingen geleid. Maar de vraag is dan: hoe kun je ervoor zorgen dat je betaald krijgt voor je muziek enzovoorts? Want als er niet op een of andere manier betaald wordt, houdt de productie van muziek op. Er zijn twee uiterste standpunten in deze kwestie. Aan de ene kant staan bijvoorbeeld de oprichters van de file-sharingsite Pirate’s Bay die beweren dat beknotting van het downloaden op internet een inbreuk is op de vrijheid van meningsuiting. En aan de andere kant heb je de platenmaatschappijen die vinden dat voor elke download copyright moet worden betaald. De oplossing moeten we in het midden zoeken.”

Is er eigenlijk wel een oplossing voor?

„Het verscherpen van de wetgeving op auteursrechten is in ieder geval niet de manier. De muziekindustrie kan leren van de mode-industrie. Daar is het heel gewoon dat men met elkaars ontwerpen aan de haal gaat. Daar zeurt niemand over auteursrechten. Maar men geeft elkaar wel ruimhartig de credits.

„Vergeet ook niet dat veel mensen best willen betalen voor muziek. Je kon de nieuwste plaat van Radiohead downloaden, voor niets als je wilde. Maar de meeste mensen betaalden iets. The Pirate’s Dilemma kun je gratis downloaden op mijn site [ook op de site van uitgeverij Lebowski]. Maar de meeste mensen betalen ervoor.

„Bedrijven moeten piraten niet achtervolgen, maar de concurrentie met ze aangaan. Bill Gates van Microsoft stelde tien jaar geleden al vast dat de miljoenen kopers van computers in China nooit betaalden voor de software. Maar Microsoft heeft daar nooit werk van gemaakt. Zolang ze stelen, willen we dat ze onze spullen stelen, vond Gates. Dan raken ze er verslaafd aan, zei hij. En intussen moet Microsoft uitvogelen hoe ze in het volgende decennium geld kunnen verdienen aan de Chinezen.

„Onverwachte combinaties van producten zijn een mogelijke oplossing. De rapper Mos Def verkoopt zijn nieuwste album via zijn T-shirts. Bij aankoop van een Mos Def T-shirt krijg je het adres van een link waarmee je zijn muziek kunt downloaden. Er is creativiteit voor nodig om piraten te bestrijden. Uiteindelijk zal de wereld daar beter van worden.”

Matt Mason: ‘Piraterij. Hoe hackers, punkkapitalisten en graffitimiljonairs onze cultuur remixen en de wereld veranderen’. Vertaald door Anne Jongeling en Robert Neugarten. Lebowski, 335 blz. € 17,90

Links naar de gratis downloads van de boeken van Mason en Chris Anderson zijn te vinden via nrcboeken.nl. Daar staat ook een interview met Chris Anderson over 'Gratis’