Meisjes als Laura zijn nu eenmaal onbesuisd

Met 13 jaar zou Laura de jongste zijn die alleen de wereld rond zeilt.

Dat is een slecht idee, zeggen veel mensen die wel eens op zee gezeild hebben.

„Die keer dat ik recht omhoog moest kijken om de top van de golven achter ons te zien.” Mijn dochter Doortje (14) hoeft niet lang na te denken over de vraag wat haar bangste momenten op zee waren. Ze is, op het oog, net zo’n meisje als Laura Dekker. Als Laura (13) haar zin krijgt, begint ze volgende week aan een zeiltocht rond de wereld. Ik probeer me voor te stellen dat mijn dochter de ervaring van Laura heeft – de Friese Meren, de Waddenzee en één oversteek naar Engeland in een vriendelijk seizoen. Maar bij het idee dat ik Doortje zou aanmoedigen om als volgende stap in haar eentje de wereld rond te varen, draait mijn maag om.

We vertrokken die ochtend met een zonnetje uit IJmuiden. Maar zon werd striemende regen. De wind trok geleidelijk aan, zoals voorspeld, maar de beloofde windkracht vijf werd zeven. Tussen IJmuiden en Den Helder zijn geen havens. Terugkeren kon niet. Doorvaren dus als enige optie, met gestreken grootzeil en alleen een kleine fok. Met de Noord-Hollandse duinen ergens rechts en de zandbanken aan bakboord is het Schulpengat met harde wind uit het zuidwesten een trechter waarin de zee hoog oploopt. Met golven van wel drie meter. Pal voor de wind; het ene moment surf je, meteen daarna word je ingehaald door zo’n grote golf die aan boord probeert te klimmen, en steeds moet je met al je kracht sturen om te voorkomen dat de boot uit het roer loopt. Je weet dat het wel goed zal komen, maar ik herinner me die dag net zo scherp als mijn dochter.

Mijn gezin en ik zijn beginnende zeezeilers. We scharrelen voornamelijk langs de Noordzeekust, bij daglicht en niet te harde wind. Elk jaar leggen we de horizon iets verder. Maar zo’n spannend tochtje naar Den Helder stelt niets voor bij wat ambitieuzere zeilers routinematig meemaken, zowel de geharde offshore-wedstrijdzeilers als de ‘vertrekkers’, het groeiend leger doorsnee Nederlanders dat de doorzonwoning verruilt voor een zeilboot en de wereld rondvaart. Dat is – met een goede boot, langdurige voorbereiding, genoeg zeemijlen ervaring en een beetje geluk met het weer – prima te doen. De route hoeft echt niet te lopen via de Grote Kapen en de Roaring Forties in de zuidelijke Atlantische Oceaan, met zijn ijsbergen, permanente stormen en watermuren van tien meter en hoger.

Die zeeën, waar de roergangers op de negentiende-eeuwse klippers werd verboden achterom te kijken, zijn het domein van een kleine groep extreme sporters. Robin Knox-Johnston, de Brit die in 1969 als eerste solo non-stop rond de wereld zeilde, schrijft in zijn journaal ergens dat de wind „gelukkig is afgenomen tot windkracht zeven”. Behalve met stormen vocht hij met windstilte, hallucinaties, materiaalpech, eenzaamheid en verdriet. Zeilers als Ellen MacArthur en Francis Joyon hebben dat eerste record van 313 dagen teruggebracht tot iets meer dan twee maanden. Dankzij hun superieure boten, en hun extreme fysieke en mentale kracht.

Wat al die verschillende soorten zeilers, van mooiweerzeilers tot recordbrekers bindt, is het idee dat zeilen geen vrijblijvend tijdverdrijf is. Als er iets kapot gaat, of je doet iets doms – wat gemakkelijk kan als je weken lang nauwelijks hebt geslapen en gegeten, doorweekt bent, de zeilen scheuren, de boot lekt, en je niemand hebt gesproken – kan het heel erg fout gaan.

Knox-Johnston was een volwassen man, koopvaardijofficier en een ervaren zeiler, toen hij begon aan die ‘natte Everest-beklimming’. Laura Dekker is een meisje van 13. Toen ik voor het eerst over Laura las, dacht ik even aan een Grote Donorshow-achtige stunt. Maar ze meent het. Ze heeft in haar hoofd gezet het Guinness Book of Records te halen als jongste zeiler rond de wereld. Ze zegt het alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

„Ga ervoor!” en „Volg je droom, Laura!”, schrijven de fans op haar website. Het zijn beangstigende aanmoedigingen. Alsof het alleen een kwestie is van willen. Maar het is absurd te denken dat Laura met haar beperkte ervaring en één keer naar Engeland en terug als volgende stap de wereld kan rondzeilen. Het is alsof je je zwemdiploma-A hebt gehaald en daarna het Kanaal wil overzwemmen. Aangemoedigd door je ouders.

Laura kijkt naar andere jonge zeilers, zoals Sebastian Clover, de Britse jongen die in 2003 op 15-jarige leeftijd de Atlantische Oceaan in zijn eentje overzeilde. En naar Mike Perham (17), ook een Brit, die sinds gisteren de jongste nonstop-solozeiler rond de wereld is en al eerder als jongste een Atlantische oversteek maakte. Wat Laura vergeet, is dat beide jongens ongeveer alle zeezeilbrevetten hebben gehaald die er zijn en duizenden mijlen op zee hebben doorgebracht. Alleen en als bemanningslid, overdag en ’s nachts, op de Noordzee en de oceanen, met dagen zonder een haven in zicht. Sebastian en Mike hadden bovendien kapitaalkrachtige sponsors achter zich. Niet alleen een vader met een sterke opinie van bijna misdadige wereldvreemdheid.

Ik vind dat meisjes van dertien naar school moeten. Het is goed dat de Raad voor de Kinderbescherming met een beroep op de leerplicht een stokje voor haar reis probeert te steken. En het is goed dat in Engeland en Nieuw-Zeeland ook alarmbellen zijn afgegaan over zoveel domme stijfkoppigheid van vader en dochter. Het maakt me boos maar vooral droevig. Een meisje dat de Noordzee oversteekt en haar vader staat niet aan de overkant op haar te wachten en is er ook niet als ze terugkomt. Ze „bouwt een feestje in mijn eentje”, schrijft ze over die tocht.

Misschien vindt ze het normaal, misschien wil ze echt niets liever dan twee jaar alleen zijn op het water. Maar weet ze wat het is om vrienden te maken, om ze te verliezen en terug te winnen? Kent ze het plezier van leren en boeken lezen, muziek maken? Is ze wel eens verliefd geweest? En zou dat anders geen tijd worden? Wat zijn dat voor ouders die hun dochter in deze fase van haar leven twee jaar alleen laten. Het is denkbaar dat hun dochter voor het eerst ongesteld wordt tijdens die reis. Met wie kan ze daarover praten? Over een satelliettelefoon? Via een blog?

Meisjes van dertien denken dat ze onsterfelijk zijn en maken soms onbesuisde plannen. Ouders van meisjes van dertien moeten ze daartegen beschermen, hoe moeilijk dat soms ook is. Het hoeft niet tot elke prijs, kinderen zijn geen kasplantjes en het hele leven is tot op zekere hoogte een calculated risk. Maar zo’n zeiltocht in de meedogenloze wildernis van de zee, hoort daar niet bij, niet op deze leeftijd althans.

Het grotere zeezeilen en een zekere wereldvreemdheid horen een beetje bij elkaar. Robin Knox-Johnston had een vijfjarige dochter toen hij in 1968 vertrok voor zijn recordreis om de wereld. Ze duikt in zijn verslag pas op na een pagina of vijftig, heel kort, als ze hem uitzwaait. Ze weet niet wanneer en of ze hem ooit zal terugzien. En hij weet het evenmin. In zijn journaal schrijft hij daarna tien maanden lang vrijmoedig over zijn gevoelens, over god en over zijn ouders. Maar aan zijn dochter wijdt hij geen woord. Waarom blijft onduidelijk, maar deugen doet het niet. Het is een beeld dat me moeilijk loslaat: Laura heeft zowel iets van die wegzeilende zeebonk als van dat meisje op de steiger, een meisje zonder vader.

Ik vraag Doortje wat ze van Laura vindt. „Stoer, maar een beetje gestoord”, zegt ze. „Ik denk niet dat ze haar laten vertrekken.” Meisjes van dertien kunnen heel nuchter zijn.