Maatregelenpakket

Laura kán nog tegen zichzelf beschermd worden, maar voor Boris is het leven alweer ruim twee maanden voorbij. Hij was twaalf jaar, een jaar jonger dan Laura, toen hij op het Marnixplein in Amsterdam op de morgen van 19 juni, om 08.30, door een vrachtwagen werd doodgereden. De vrachtwagenchauffeur sloeg links af en zag Boris over het hoofd, die met zijn fiets aan de rechterzijde van de rijbaan stilstond.

Het ongeval leidde tot grote commotie in de buurt. De bewoners hadden al vaker geklaagd over de onveiligheid van dit punt, waar de laatste drie jaar zes ongelukken met letsel gebeurden. Er waren ook verbeteringen toegezegd, maar de molens der verbetering malen nu eenmaal tergend traag in molenland. Symptomatisch was het commentaar van de stadsdeelvoorzitter kort na het ongeval: „Je kunt achteraf zeggen dat de aanpak van de plek te lang heeft geduurd, maar dit is een ingewikkelde plek en er was veel overleg nodig met belanghebbenden.”

Er was ook een dode voor nodig, en nóg meer druk van omwonenden, om de gemeente zo ver te krijgen alvast ‘een maatregelenpakket’ op te stellen en uit te voeren, voordat het definitieve ontwerp van de straat zijn beslag krijgt.

Maar de ouders van kinderen in de buurt blijven klagen, onlangs nog in Het Parool. „De herinrichting helpt niets”, zei een ouder. „Ze hebben alleen wat lijnen getrokken. Daardoor weten fietsers niet waar ze heen moeten.” Een woordvoerder van de gemeente liet daarentegen weten: „De aanpassingen voldoen aan het ontwerp van de deskundigen.”

Het werd dus tijd voor verkeersdeelnemer F. A. te A. om zichzelf te overtuigen van de al dan niet aanwezige ernst van de situatie.

Nauwelijks had ik een voet op het veelbesproken punt gezet of het duizelde me, als bij een lijder aan hoogtevrees die droomt dat men hem op de top van de Mount Everest in z’n eentje heeft achtergelaten. Wat was hier gaande? All hell broke loose, dacht ik, in paniek mijn toevlucht nemend tot een Engelse uitdrukking die ik net had gelezen en die ik treffender vond dan het Nederlandse ‘de rapen zijn gaar’.

Het Marnixplein lijkt niet op een echt plein en bevat een soort T-kruising: een lange, razend drukke straat, de Marnixstraat, met loodrecht daarop een verbinding over een brug met de Nassaukade. Het is een kolkende flessenhals, vol met trams, bussen, vrachtauto’s, taxi’s en gewone auto’s, met ertussendoor scooters, fietsers en schichtig overstekend mensenwild.

Om de situatie beheersbaar te maken, heeft de gemeente er nu „de belijning en bebording verbeterd” en een vrijliggend fietspad toegevoegd. Het resultaat is te vergelijken met het ingewikkelde lijnenspel in een sporthal waar verschillende sporten worden beoefend. Er is geen lijn meer aan vast te knopen, vooral als je het punt slecht kent.

Hoe moest je je hier als fietser van de straat naar de brug reppen? Ik zou het niet zo gauw weten. Ik zag fietsers diagonaal oversteken, het zag er gevaarlijk uit en het mocht ook niet, bleek me later. Verder reden de taxi’s, auto’s en vrachtauto’s er nog even knoerthard als vroeger.

Kortom, de situatie is er onoverzichtelijk gebleven en de verkeersdeelnemers doen nog steeds vooral waar ze zin in hebben. Er zijn bewoners boven dit punt die niet meer uit hun raam durven kijken uit vrees voor nieuwe ongelukken. Ik deel hun vrees.