Kiezen voor de roes

De Vlaamse acteur Josse De Pauw bewerkte de roman Onder de vulkaan van Malcolm Lowry voor het toneel. Zelf speelt hij de rol van de alcoholistische Britse consul in Mexico, Guy Cassiers doet de regie. „Maar onze boodschap is niet: meldt u na de voorstelling aan bij de AA.”

‘Wij zijn in Mexico ook in de Farolito geweest, een kroeg waar je niet langer dan twintig minuten wilt zijn. Echte diepe dronkenschap, diepe eenzaamheid en vuile prostitutie”, zegt Josse De Pauw. De Vlaamse acteur zit op een terras aan de voet van de Bourlaschouwburg in Antwerpen, en drinkt een glas Picon Club, sinaasappellikeur met witte wijn: „Niet te donker.”

Vanaf september speelt hij de consul in Onder de vulkaan, de toneelbewerking van Malcolm Lowry’s roman over de laatste dag van een Britse alcoholicus in Mexico die, nadat zijn vrouw bij hem wil terugkeren, in een roes van tequila op missie gaat naar de binnenste cirkel van de hel. Gezien de reputatie van de roman, de reputatie van regisseur Guy Cassiers en die van Josse De Pauw belooft het een der hoogtepunten van het theaterseizoen te worden.

Om Mexicaanse beelden en geluiden op te nemen, ging De Pauw met Cassiers, een cameraman en een geluidsman van het Antwerpse Toneelhuis naar Cuernavaca, de stad waar Lowry in de jaren dertig woonde, dronk, ruziede met zijn eerste vrouw en de eerste zinnen schreef van Onder de vulkaan.

De Pauw: „In het boek is de Farolito de krocht waar de consul zijn laatste glas mescal drinkt (‘mescal is voor de verdoemden’). De cantina die hiervoor model stond, bestaat nog steeds. Maar hij ligt niet in het dal tussen de vulkanen, aan de rand van het ravijn, waar Lowry zijn cantina neerzette. Hij staat gewoon midden in de stad.” Hoewel Onder de vulkaan tot de grootste romans van de twintigste eeuw behoort en een schare van devote fans heeft, zag De Pauw in Cuernavaca geen sporen van literair toerisme: „Het is niet zo’n goed boek om Mexico te verkopen, het gaat over zuipen en fascisme.”

Binnen, in de schouwburg, tonen de technici wat ze uit Mexico hebben meegenomen: op het podium hangen achter lappen gaasdoek zo’n zestien schermen op verschillende hoogtes en dieptes. Daarop projecteren zij beelden van een drankkast in een café. De drankkast werpt zijn licht op de acteurs die voor het doek staan. Verder beelden van palmen, de Maagd van Guadeloupe, een steeg, een raam, een schemering. Cassiers: „Om de sfeer van Mexico op te roepen laten we een bombardement van beeldfragmenten op de toeschouwers los. De geluidsman heeft met vijf microfoons geluiden opgenomen, in de zaal hebben we een ring van speakers om het ruimtelijk effect te versterken.”

Dan horen we een propellervliegtuig door de zaal vliegen, het loeien van een stier, een straatorkest dat het droeve liefdeslied Flores negras speelt: „Flores negras que el destino nos apartam sin piedad”. Zwarte bloemen die het lot ons genadeloos toebedeelt. Cassiers: „We hebben alle mariachi die we tegenkwamen gevraagd om Flores negras te spelen, omdat het voorkomt in het boek. In de voorstelling zingt Bert Luppes het lied. Hij speelt M. Laruelle, die als verteller optreedt. Een schuldige verteller: hij was ooit de minnaar van de vrouw van de consul.”

De Britse schrijver Malcolm Lowry

(1909-1957) is een literair one hit wonder. Hij publiceerde verder één jeugdroman, en na zijn dood verschenen nog eens vijf boeken met nagelaten en onvoltooid werk. Maar hij blijft de schrijver van dat ene boek. Het is aantrekkelijk om in Onder de vulkaan een autobiografie te zien. Lowry lijkt in veel opzichten op zijn consul. Afkomstig uit de hogere middenklasse, geschoold in Cambridge waar hij zijn twee liefdes voor het leven leerde kennen: drank en literatuur. Ook stierf hij ontijdig, de arts omschreef het als death by misadventure, een romantisch klinkende juridische term voor ‘per ongeluk’, om zelfmoord of een misdaad uit te sluiten. In dit geval stikte hij in zijn braaksel na het innemen van te veel slaappillen en gin. Aan Onder de vulkaan schreef hij tussen 1934 en 1945. Het werd in 1947 uitgegeven.

De Pauw: „Ik heb het boek voor het eerst gezien toen ik een jaar of 25 was, maar ik kon er niet doorheen raken. Wat me toen aansprak was de stoere zelfkantromantiek, de Bukowski-sfeer van de drank en de goot, in een exotische setting. Later heb ik het boek steeds weer gepakt, en werd het mijn lievelingsboek. Ik ontdekte steeds meer lagen. Als het alleen over drank en zelfvernietiging zou gaan, zou het niet zo’n rijk boek zijn.”

Cassiers: „De drank staat zeker niet alleen voor de zelfvernietiging. Onze boodschap is niet: meldt u na de voorstelling aan bij de AA. De drank biedt ook een oplossing voor de consul. In de roes kan de hij een eigen, draaglijke wereld creëren, los van de ondraaglijke buitenwereld. Hij maakt een mythisch uitvergrote wereld, een literaire schepping.”

De Pauw: „Over de drank zegt hij: het is niet alleen donkerheid en duisternis, zoals jullie denken. Kijk naar het licht dat ’s ochtends binnenvalt door de ramen van de cantina.”

Cassiers: „Een van de omstanders zegt: ‘Ergens kun je het geen drinken meer noemen. Maar wat is het dan wel?’”

Wat is het dan wel?

De Pauw: „Zijn vrouw had iets met zijn halfbroer, en heeft hem verlaten. Nu is ze teruggekeerd, maar hij wil niet meer. Kan hij het niet verkroppen, zijn vrouw met zijn halfbroer? Zij zijn bereid tot verzoening, maar hij rakelt het verleden steeds weer op. Jaloezie en gekwetste liefde vormen niet het hele antwoord. Hij gebruikt de jaloezie omdat deze hem een veilige positie geeft: die van de afgewezene. Hij wijst zelf moedwillig de liefde af, en hij kiest voor de roes. Want de roes is makkelijker: alles klopt, en je hebt altijd gelijk. Maar ja, ‘no se puede vivir sin amar’. Het is onmogelijk te leven zonder lief te hebben. Hij neemt de weg omlaag, die van de lafaard die bang is voor het leven en de liefde. Dat is ook menselijk, zoals een van de motto’s in het boek stelt: een deel van de ziel begeert niet de verlossing.”

De modernistische roman zit

vol symboliek en verwijzingen. De laatste dag van de consul is Allerzielen 1939, in Mexico een feestdag waarop wordt gepicknickt op de graven van dierbaren, en de kinderen schedels van suikergoed krijgen. De dodencultus leeft in Mexico, en Lowry verwijst er veelvuldig naar. Vrijwel alles in het boek verwijst naar de ondergang.

De Pauw, die ook de bewerking maakte: „Het boek zit eivol, en het theaterpubliek kan niet even terugbladeren. Ook kun je op het podium geen voetnoten laten zien. Dus ik heb veel geschrapt. Bovendien kunnen we veel laten zien met de videoprojecties, beeldequivalenten van de literaire verwijzingen. Het zou nooit in me zijn opgekomen om een complexe roman als deze voor toneel te bewerken, maar toen Guy Cassiers me vroeg dacht ik: zo kan het misschien wel. De methode van Cassiers lost veel op, je kunt met beelden veel tonen wat niet in dialogen is te vatten.”

In de schouwburg komt een rijtje van vijf blije technici aanlopen met ieder een computer onder de arm. Cassiers: „Ah, de nieuwe computers zijn er!” Cassiers is de meester van het vooruitstrevende hightech-theater, met een dominante rol voor de videocollages en de geluidscollages van muziek, gesproken tekst en geluidseffecten. „De voorstellingen worden technisch complexer, dus hadden we nieuwe computers nodig. In mijn soort theater is de technicus een medespeler geworden. Vroeger bedachten we iets tijdens de repetities, wat de technici later in hun eigen tijd in elkaar knutselden. Nu kunnen ze alles meteen tijdens de repetities uitproberen, zodat er meer interactie ontstaat tussen mij, de spelers en de technici.”

In zijn eerdere regies gebruikte hij video om live beelden van de acteurs te tonen, al dan niet gemanipuleerd. Dit keer gebruikt hij voor het eerst van tevoren opgenomen beelden, uit Mexico. Spelers en video zijn los van elkaar gezet. De acteurs staan op het kale voortoneel, daarachter de videoschermen.

Cassiers: „Op het toneel wordt niet gedronken. De consul zegt alleen maar dat hij drinkt. Vervolgens zie je achter hem op het videodoek een hand met een vol glas en dan met een leeg glas. De collage van videobeelden moet die binnenwereld uitdrukken, beelden uit de buitenwereld grotesk vertekend tot hallucinaties. Het is een deconstructie, van waaruit de toeschouwer zijn eigen voorstelling kan samenstellen.”

Cassiers is niet de enige

toneelregisseur die steeds weer naar een roman grijpt als hij een nieuwe toneeltekst zoekt. In het komende seizoen zijn er nauwelijks Shakespeares of Tsjechovs te zien. Noch ander klassiek repertoire. Wel worden veel romans en films bewerkt voor toneel. Waarom?

Cassiers: „Ik werk al mijn hele carrière op die manier. Zoals Proust en Lowry de romankunst hertekenden en iets onvergelijkbaars schiepen, zo wil ik steeds weer de voorstelling maken die nog nooit eerder is vertoond. Daarvoor geeft een roman me meer ruimte, juist omdat ze nooit bedoeld is voor het theater. De romanschrijver houdt zich niet bezig met de ijzeren toneelwetten. In de klassieke toneeltekst moet alle informatie in de dialogen zitten, en ben je gebonden aan een beperkt aantal locaties. In zekere zin zijn de toneelwetten geboren uit technische beperking. Nu die beperking is weggenomen, ontstaat op het podium een vrijere ruimte, waarin je ook de gedachtes van een personage kunt laten horen, de innerlijke reflectie. Ook kun je makkelijker een verteller laten optreden die in en uit de handeling stapt, en je kunt eenvoudiger van locatie wisselen. Net als in een roman .”

Cassiers maakt later dit seizoen een bewerking van Een man zonder eigenschappen, de 1784 bladzijdes lange roman van Robert Musil. Daarna begint hij aan Wagners 15-urige operacyclus Der Ring des Nibelungen, waarvoor zijn eigen Toneelhuis samenwerkt met de Teatro alla Scala in Milaan en de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn. Eerder regisseerde hij een vierdelige Proust-cyclus, en een nieuwe trilogie over oorlog en dictatuur van Ton Lanoye. Hoe past Onder de vulkaan tussen deze monsterprojecten?

Cassiers: „Van Proust tot Wagner, al die stukken gaan over Europa: de drang tot eenwording versus nationalisme, de angst om de eigen cultuur te verliezen, de idealen die worden vermoord door de oorlog, de geschiedenis die overal op drukt. Prousts en Musils romans gaan over het oude, vooroorlogse Europa dat is verdwenen. Musils roman speelt aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, Onder de vulkaan aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Musil is veel explicieter, maar ook bij Lowry speelt politiek een rol. De halfbroer van de consul is een salonrevolutionair. En de consul wordt gedood door antiwesterse fascisten. Het gaat over de ondergang van de oude Europese heersende klasse.”

De Pauw: „Onder de vulkaan gaat niet over Mexico, evenmin als Heart of Darkness over Congo gaat. Mexico fungeert hier als een exotisch natuuroord vol onbekend gevaar, om de ontworteling der Europeanen op scherp te zetten. Het gaat over Europeanen van gegoede huize die een andere cultuur opzoeken, en vervolgens geen enkele moeite doen om zich daarin te verdiepen. Ze staan er bewust los van. Mexico zou voor hen het paradijs kunnen zijn. Maar ze zijn verdwaald, vervreemd, verloren.”

Onder de vulkaan van Het Toneelhuis. Première 24 sept Bourla schouwburg, Antwerpen. Tournee t/m 19 dec. Inl: www.toneelhuis.be.