Kabinet houdt in 2010 koopkracht niet op peil

Het kabinet is niet van plan om de koopkracht van Nederlandse burgers op peil te houden. Volgend jaar gaat iedereen erop achteruit. De koopkracht daalt volgens uitgelekte prognoses gemiddeld met een kwart tot een heel procent.

Minister Bos (Financiën, PvdA) wilde gistermiddag na afloop van de begrotingsraad niet ingaan op de cijfers. Hij zei wel dat het „vreemd zou zijn als mensen een van de grootste economische crises die Nederland ooit heeft meegemaakt níét in hun eigen portemonnee zouden voelen”.

De lichte achteruitgang in 2010 volgt op een uitzonderlijke koopkrachtstijging dit jaar, tot ruim 4 procent voor alleenstaande ouders met een minimumloon of een modaal inkomen. Die stijging is het gevolg van een inflatie die aanmerkelijk lager uitvalt dan werd verwacht. Minister Donner (Sociale Zaken, CDA) sprak gisteren van een „merkwaardige situatie”. Uit de uitgelekte prognoses, die Donner niet wilde bevestigen, blijkt dat alle inkomensgroepen ondanks de crisis er over twee jaar bekeken gemiddeld op vooruitgaan. In dezelfde periode krimpt de economie met circa 5 procent.

Donner benadrukt dat de grootste pijn zit bij mensen die hun baan verliezen. „Dat zie je niet terug in de statische koopkrachtcijfers. Die mensen gaan er pas echt op achteruit.” Hij waarschuwde voor „fixatie op de koopkracht”. „Economisch herstel, behoud van werkgelegenheid en loonmatiging zijn in de huidige situatie veel belangrijker.”

Het kabinet worstelt volgens ingewijden met de toonzetting van zijn boodschap. Vele westerse economieën groeien weer, de aandelenbeurs is binnen vijf maanden met de helft gestegen. Het Centraal Planbureau rekent volgens vertrouwelijke prognoses volgend jaar op een nulgroei, waardoor de recessie achter de rug zou zijn. Tegelijkertijd moet de grootste werkloosheid zich in Nederland nog manifesteren en zullen juist op iets langere termijn de problemen bij de overheidsfinanciën zichtbaar worden en om pijnlijke bezuinigingen vragen. Op Prinsjesdag zal daardoor nadrukkelijk aandacht worden geschonken aan de begrotingen die na 2010 aan de orde zijn.