Inbeukend op de politie volwassen worden

‘Hooligans niet welkom’, stond er op een flyer voor het dancefeest Sunset Grooves. Een duidelijker uitnodiging kun je niet versturen. In de voetbalwereld zijn hooligans inmiddels een instituut geworden, daar kunnen ze dus niet meer terecht. En om dan toch aandacht te trekken, sla je iemand met een grote bek en een witte zonnebril neer. Immers: wie nooit geslagen heeft of in elkaar is geslagen, heeft niet geleefd, zoals de hoofdpersoon van Fight Club (1996) opmerkt – het met Brad Pitt in de hoofdrol verfilmde debuut van de Amerikaanse cultauteur Chuck Palahniuk. In zijn boeken zoekt hij altijd naar zingeving in een bestaan vol sleur. En dat doe je niet door te bidden of kunst te maken, maar door het Louvre in brand te steken, ‘en je kont af te vegen met de Mona Lisa. Zo leert God tenminste onze namen’.

In Fight Club draait het om een jongen met een gat in zijn wang – waar hij twee vingers op drukt om niet te lekken bij het koffiedrinken – die met zijn vriend een vechtclub is begonnen. Domweg omdat hij en zijn vriend nog nooit hadden gevochten. ‘Net als op de sportschool is er gegrom en lawaai op de vechtclub, maar de vechtclub draait niet om een mooi postuur. Er klinkt hysterisch geschreeuw in alle talen op, als in een kerk, en als je op zondagmiddag wakker wordt voel je je gered’.

Klappen uitdelen bij wijze van initiatierite, met als doel je échter te voelen, om van een kereltje met een huid ‘als wit brood’ te worden tot iemand die uit ‘hardhout gesneden lijkt’. Een rite die altijd hard nodig geweest is, kennelijk. Onlangs was op tv te zien hoe Ursul de Geer na jaren op bezoek gaat bij vakantiegangers die zich voor zijn camera liederlijk hadden gedragen (in zijn programma Het is hier fantastisch). Daar zit-ie dan, uitgezakt op de camping met vrouw en kinderen, de man die veertien jaar eerder trots de condooms had laten zien die hij van plan was er in zijn vakantie doorheen te jagen. ‘Je wordt wat rustiger, je bent niet meer zo wild’. En dat soort beelden bestaat ook van voormalige hooligans: trots op de eerste grote door hen aangestichte rellen, nu liefdevol hun kinderen in Feyenoordpyjama onderstoppend. ‘Je wordt wat rustiger, je bent niet meer zo wild’.

Maar eerst moet je dat ‘dus’ wel geweest zijn. De stadions zijn de best beveiligde vestingen van Nederland geworden, en bij het eerste versplinterde tl-buisje maakt de supporterstrein alweer rechtsomkeert. Daarom verzamelen jongeren die nog even wild willen zijn zich nu op massale gratis feesten, via mobiele telefoontjes worden de plannen eenvoudig en oncontroleerbaar gemaakt. En de politie is de draak die verslagen moet worden onderweg naar volwassenheid. Of misschien wel om de wereld te redden, zoals de personages bij Chuck Palahniuk denken. ‘Ik hield het gezicht van meneer Engel vast in de kom van mijn arm alsof het een baby of een rugbybal was en beukte erop met mijn knokkels. Beukte hem daarna met mijn elleboog tot hij tussen mijn armen door als een dweil neerviel aan mijn voeten.’ Dit alles om ‘een einde aan de beschaving te maken zodat we de wereld tot iets beters kunnen opbouwen’. Als dat het doel was afgelopen weekeinde, dan had de ME niet mogen ontbreken. Zo ontneem je ze immers hún initiatie, hun poging tot het redden van de wereld. Waarom zou die maar aan één groep voorbehouden zijn?

Toef Jaeger