'Hooligans gaan vaak vrijuit'

Hooligans die worden opgepakt bij rellen, worden relatief vaak vrijgesproken. Dat blijkt uit het onderzoek Rellen om te rellen, dat is uitgevoerd in opdracht van Politie en Wetenschap, het onderzoeksbureau van de Politieacademie.

In 17,5 procent van de gevallen draait vervolging van hooligans wegens verstoring van de openbare orde uit op vrijspraak. Als hooligans betrokken zijn bij andere delicten, en dat zijn ze geregeld blijkt uit het onderzoek, worden ze minder vaak vrijgesproken. Bij verkeersdelicten gaat maar 1,5 procent vrijuit. Bij vervolging wegens wapenbezit minder dan 1 procent.

Onderzoeker Henk Ferwerda van bureau Beke, dat het onderzoek uitvoerde, zoekt de verklaring voor het geringe aantal veroordelingen vanwege ordeverstoringen in de onoverzichtelijkheid van de incidenten. „Het is lastig te bewijzen wie vanuit een groep een baksteen gooide.” Wel zegt hij dat de bewijsvoering makkelijker wordt door de toename van camera’s in de publieke ruimte en doordat mensen met hun gsm filmpjes maken van incidenten.

Uit het onderzoek blijkt ook dat veel grote rellen niet spontaan ontstaan, maar zorgvuldig worden gepland door „een harde kern die doelbewust de confrontatie met de politie zoekt”. In de Utrechtse wijk Ondiep, waar in 2007 een grote rel ontstond nadat een buurtbewoner werd neergeschoten, waren volgens Ferwerda maar twee mensen de echte aanstichters van de onrust. „De rest bestaat uit meelopers en wannabees, zoals wij ze noemen.”

Ferwerda hoopt dat zijn onderzoek helpt beter zicht te krijgen op de groepen notoire ordeverstoorders. „Zeker hooligans zijn vaak al bij de politie bekend.” De politie zou volgens Ferwerda meer kunnen doen om deze groepen beter in de gaten te houden, „hun wegen na te gaan en dossiers bij te houden”. De zogenoemde voetbalwet die nu bij de Eerste Kamer ligt geeft de politie meer bevoegdheden om preventief op te treden tegen relschoppers.