Hoe lang blijft 'Het Indiëgevoel' nog bestaan?

Inez Hollander: Verstilde stemmen en verzwegen levens. Een Indische familiegeschiedenis. Atlas, 294 blz. € 24,90.

Marlene de Vries: ‘Indisch is een gevoel’. De tweede en derde generatie Indische Nederlanders. Amsterdam University Press, 412 blz. € 39,50

In mei dit jaar haalde oud nieuws over Nederlandse oorlogsmisdaden tijdens de ‘politionele acties’ weer eens de pers. In het Javaanse plaatsje Rawagede doodden Nederlandse soldaten in 1947 honderden dorpelingen. Een Indonesische actiegroep ijvert voor herstelbetalingen. De Nederlandse regering sprak van spijt, maar wilde van excuses niet weten. De Indonesische regering hield zich stil.

In de Indische gemeenschap in Nederland zal dit zoveelste hoofdstuk in de verwerking van het dekolonisatiedrama met gemengde gevoelens zijn ontvangen. Op de lange en zware jaren van Jappenkampen en internering in afgesloten woonwijken volgde met de Japanse capitulatie geen werkelijke vrede. Na de afkondiging van de onafhankelijkheid werden duizenden ‘Europeanen’, onder wie velen van deels Indonesische afkomst, op gruwelijke wijze vermoord door bendes en hysterische massa’s. Deze episode wordt de bersiap genoemd, naar het Indonesisch voor ‘wees paraat’.

Die herinnering, gekoppeld aan de ontberingen in de oorlog, het onvrijwillige vertrek uit Indië en de als kil ervaren ontvangst in Nederland, beheersten de gevoelens van de Indische gemeenschap.

Het duurde lang voor de eerste studies over de bersiap verschenen – net zoals die Nederlandse oorlogsmisdaden pas laat werden geboekstaafd. Inez Hollander, docent Nederlands in Berkeley, suggereert in Verstilde stemmen en verzwegen levens opzet: de Indonesische regering heeft geen belang bij het oprakelen van deze zwarte bladzijden uit de onafhankelijkheidsstrijd, evenmin als Nederland. Daarmee, zo suggereert Hollander met velen uit de kringen van ‘gerepatrieerden’, werd een monsterverband gesloten en de bersiap verdonkeremaand.

Verstilde stemmen is een familiegeschiedenis die begint met de vestiging, in de 19de eeuw, van een Nederlandse kolonist en eindigt met een huiveringwekkende reconstructie van de dood van Hollanders achteroom door toedoen van de Japanse bezetter en het omkomen van twee verre nichtjes in een orgie van geweld tijdens de bersiap. Bij afwezigheid van veel archief en overleveringen in de eigen familie moet zij zich voor de vooroorlogse periode vooral laten leiden door historische studies en Indische letterkunde.

Het terugkerende thema is dat eerst de hele geschiedenis boven tafel moet komen en als trauma moet worden benoemd voordat kan worden begonnen met rouwverwerking. Tevreden sluit Hollander het boek af met de vaststelling: ‘De wonden waren nog steeds open, want het verhaal was nooit verteld. Dat verhaal is er nu. De pc gaat uit. De healing can begin.’ Een sceptische lezer kan zich afvragen wie behoefte had aan die healing – afgezien dan van de auteur en de paar familieleden die dit verhaal hielpen reconstrueren. In een naschrift suggereert zij dat onthulling en verwerking cruciaal is voor een hele generatie overlevenden en nakomelingen.

Is dat zo? Sociologe Marlene de Vries onderzoekt in Indisch is een gevoel of het nageslacht van de eerste generatie Indische Nederlanders zich nog Indisch voelt. Gaat het in Verstilde stemmen vooral over blanke Nederlanders, bij De Vries draait het om de nakomelingen van de ‘gekleurde’ Indo’s. Dit kleur- en hiermee samenhangende statusverschil telde in de kolonie zwaar en viel in Nederland niet weg. Maar in hun strijd om erkenning trokken beide groepen steeds meer met elkaar op – zij werden een lotsgemeenschap. Nederland reageerde afhoudend en het duurde lang voor de regering een symbolisch ‘Indisch gebaar’ maakte, van individuele betalingen tot steun aan collectieve doelen zoals historisch onderzoek en het ondersteunen van de Indische cultuur.

Indisch is een gevoel werd gesubsidieerd door de stichting Het Gebaar. Ongetwijfeld werd deze steun mede geïnspireerd door wat De Vries aanduidt als de brede bezorgdheid over het voortbestaan van de Indische gemeenschap. Deze vooraf gesignaleerde zorg wordt al lezend begrijpelijker. De eerste Indische generatie was dan wel heterogeen, maar deelde vele ervaringen, zowel in Indië als in Nederland. In de volgende generaties verbleekten de tweedehands ‘herinneringen’, leefden de frustraties van de ouders minder en werd het Indische minder bepalend. Het Gebaar subsidieerde daarmee een grondige – en zeer leesbare – inventarisatie van het gevreesde verdunnen van de Indische ‘gemeenschap’ en identiteit. De Vries, die empathie aan distantie weet te koppelen, voorspelt dat voor toekomstige generaties de Indische voorouder(s) niet meer dan een voetnoot bij hun biografie zullen zijn.

Zover is het echter nog niet. Voorspelbaar is wel dat met het uitsterven van de eerste generatie juist de herinnering aan die gruwelijke oorlogsjaren zal verbleken – door de tijd, niet doordat er een postkoloniale doofpot was of is. Minder zeker is of met het wisselen der generaties ook de vraag naar de therapeutische benadering van onze koloniale geschiedenis steeds verder zal afnemen.