Hoe Iran onder de voogdij van de jurist terechtkwam

Michael Axworthy: Iran. Een cultuurgeschiedenis. Bulaaq, 384 blz. € 29,50.

De protesten tegen de frauduleuze verkiezingen in Iran zijn bloedig neergeslagen, en de eerste showprocessen zijn begonnen; maar de vragen blijven. Hoe heeft het zover kunnen komen? Wat voor samenleving gaat er schuil achter deze demonstraties? Blijkbaar is Iran wezenlijk complexer dan de revolutionaire islam van ayatollah Khomeini en de provocerende politieke slogans van president Ahmadinejad doen voorkomen.

De Britse historicus Michael Axworthy probeert recht te doen aan deze rijkdom en complexiteit. Dat levert een bij vlagen ronduit spannend boek op. Axworthy benadrukt dat het hedendaagse Iran een belangrijke, en niet enkel negatieve, politieke rol speelt in buurlanden als Irak en Afghanistan. Die rol is niet van vandaag of gisteren: sinds eeuwen staat Iran al centraal in de wereldgeschiedenis: de vorsten van de Achaemenidische dynastie (550-330 v.Chr.) probeerden het antieke Griekenland te veroveren; het Sassaniedenrijk (224-651) kon zich qua macht en omvang meten met zijn rivaal, het Romeinse rijk; en de Safavieden-dynastie (1501-1736) gaf de aanzet tot een ware Perzische culturele renaissance.

Op cultureel gebied heeft Iran eeuwenlang een enorme invloed uitgeoefend, tot in de Arabische wereld, India en Centraal Azië. Die Perzische culturele invloed begint al bij de vroege profeet Zarathoestra, die vermoedelijk omstreeks 1000 voor Christus leefde. Hij was de grondlegger van een dualistische religie, die naast de schepper Ahoera Mazda ook een god van het kwaad kende, Ahriman. In de gestalte van de duivel is dit principe van het kwaad ook doorgedrongen tot de Joods-christelijke traditie.

Axworthy gaat niet in detail op deze bredere invloeden, maar beschrijft wel uitgebreid de rijke cultuur van het historische territorium van Iran. De leesbaarheid van zijn verhaal wordt verder vergroot door talrijke fragmenten uit de Perzische poëzie. Deze meer literaire passages vormen ook een wat lichter contrapunt voor de – vaak deprimerende – opeenvolging van autoritaire heersers en chaotische revoluties in de Iraanse geschiedenis.

Onvermijdelijk staat Axworthy stil bij de achtergronden van de grimmige hedendaagse Iraanse politiek; gek genoeg is het juist hier dat hij zijn aandacht voor het culturele leven een beetje verliest, afgezien van een korte vermelding van filmers als Abbas Kiarostami. Dat is vreemd, want juist nu vertonen film, literatuur en muziek ondanks – of ten dele juist door – de censuur van het islamitische regime allerlei nieuwe creatieve impulsen. Wel maakt hij duidelijk hoezeer de islamitische republiek een breuk vormt met het verleden, waarin de ulama of islamitische schriftgeleerden zich grotendeels afzijdig hielden van de politiek. De huidige republiek is gebaseerd op Khomeini’s principe van Velayat-e faqih, of ‘voogdij van de jurist’, waarin de religieuze leiders waken over het volk dat onbekwaam wordt geacht om zelf over zijn lot te beslissingen. Dit principe leidde tot een totaal nieuwe staatsvorm in Iran, waarin voor het eerst in de geschiedenis de religieuze schriftgeleerden ook de wereldse macht uitoefenen. Onder collega-schriftgeleerden – en ook in het Iran van vandaag – is de voogdij van de jurist allerminst onomstreden. Ook staat deze staatsvorm haaks op het principe van de volkssoevereiniteit waarop de islamitische republiek tegelijkertijd is gebaseerd.

Als cultuurgeschiedenis haalt Axworthy’s verhaal misschien net niet het niveau van Roy Mottahedehs briljante The Mantle of the Prophet (1985), maar als kennismaking met de rijkdom en complexiteit van Iran sinds de pre-islamitische tijd is het moeilijk te overtreffen.