Gravenstijn opgelucht na laatste partij

Deborah Gravenstijn heeft gisteren bij de WK op een teleurstellende manier haar judoloopbaan beëindigd. „Helaas is het helemaal verkeerd afgelopen”, zei ze na de snelle uitschakeling.

Rotterdam, 28 aug. - „Het is goed geweest” en „het is klaar”. Deborah Gravenstijn herhaalde de woorden gisteren een paar keer in Rotterdam. Alsof de net 35-jarige judoka zichzelf ervan wilde overtuigen dat zojuist in de tweede ronde van de wereldkampioenschappen haar loopbaan echt was geëindigd.

Het optreden van Gravenstijn in Ahoy had op voorhand iets weg van een zorgvuldig gepland afscheid. Met de wereldkampioenschappen in haar eigen stad, voor een tribune met tientallen van haar trouwe en luidruchtige volgers. Met haar beeltenis door heel Rotterdam op reclame-uitingen voor het titeltoernooi. En met haarzelf als oudste judoka in de gewichtsklasse van vrouwen tot 57 kilogram.

Als zelfverklaard controlfreak had ze zich met bondscoach Marjolein van Unen tot in de puntjes voorbereid. Toch was ze dinsdag bloednerveus, een gevoel dat woensdag weer was weggeëbd. Gravenstijn, die vorig jaar met olympisch zilver in Peking haar grootste succes vierde, zei gisteren dat het ook nadelen heeft om veel bewuster met haar sport bezig te zijn dan in het begin van haar loopbaan. Op de tatami is ze niet meer zo onbevangen dan voorheen en heeft ze voor zichzelf een bepaald verwachtingspatroon bij toernooien.

Ondanks de regie ging het ’s ochtends al mis. Na een bye in de eerste ronde weigerde de veertien jaar jongere Française Morgane Ribout in de tweede ronde elke medewerking. De latere wereldkampioen liet Gravenstijn in vijf minuten kansloos. Wie na afloop vroeg of de spanning haar te veel was geworden of dat haar vorm te wensen over had gelaten, kreeg een felle reactie. „Teringjantje, elke vezel in mijn lichaam wilde vandaag. Ik had het gevoel wereldkampioen te kunnen worden. Helaas is het helemaal verkeerd afgelopen.”

Misschien was Gravenstijn zonder het te beseffen na de Spelen van Peking al klaar als judoka. Ze stapte pas in februari weer eens op de tatami en verloor bij wereldbekerwedstrijden in Wenen en Hamburg al in de eerste ronde. Ook bij de Europese kampioenschappen in april bleef Gravenstijn met lege handen. In Tbilisi wist ze wel de partij om het brons te bereiken, maar brak een gebrek aan wedstrijdritme haar op.

Ook zei Gravenstijn gisteren dat het haar lastig lijkt doelen te stellen in haar leven na het judo, maar somde vervolgens op wat ze nu al buiten haar sport onderneemt. Haar contract bij de topsportselectie van defensie als kapitein bij de luchtmacht en officier fysiotherapeut loopt nog een jaar door. Ze is begonnen aan een studie bij de Randstad Topsport Academie. Ook denkt ze straks een rol te kunnen spelen bij de begeleiding van judotalent, dat ze een vlakkere weg naar de top gunt dan ze zelf heeft gehad. „Ik heb voor sommige dingen zelf moeten ploeteren en dat kost een hoop energie.”

De loopbaan van de Rotterdamse met Surinaamse roots was er een vol persoonlijke en sportieve dieptepunten. Na het olympisch brons van 2004 beleefde ze de donkerste momenten in haar leven. Haar moeder en haar jongere zus overleden en ze scheidde van haar man. Een ongelukkige val op de tatami bezorgde haar een dubbele nekhernia, die werd gevolgd door een zware knieblessure. Judo zorgde er naar eigen zeggen voor dat ze op de mat wel eens werd omgegooid, maar daarbuiten bleef staan. In Peking droeg ze het olympisch zilver op aan zichzelf.

Gravenstijn kón bij terugkomst uit China met de WK in Rotterdam in het vooruitzicht eenvoudigweg niet stoppen, verklaarde ze gisteren. Zelfs na de nederlaag tegen Ribout liet ze nog ruimte voor een vervolg van haar loopbaan. „Zeg nooit nooit”, zei ze lachend en rekende hardop voor dat ze bijna 38 jaar is als de Olympische Spelen van Londen beginnen.

Maar in Ahoy wees alles erop dat de frêle meervoudig medaillewinnares bij de WK en EK vooral opgelucht was na haar laatste partij. Ze onderbrak haar gesprek met verslaggevers voor een innige omhelzing met haar vertrouweling en oud-coach Jan de Rooij. Om daarna met vochtige ogen te vertellen over de receptie die haar wachtte. „En ik ga zo naar de tribune om door iedereen geknuffeld te worden.”

Tekenend was dat Gravenstijn, die bij eerdere belangrijke wedstrijden haar verdriet of chagrijn maar moeilijk kon verbergen, Ahoy met opgeheven hoofd wilde verlaten. „Dat kan nu nog even niet, want ik had mezelf beloofd dat het veel langer zou duren. De wedstrijd zit nog helemaal in mijn lijf en kop. Maar ik kan er wel vrede mee hebben zoals het is gegaan.”