De kunstenaar wacht angstig af

Een hele stad vol met kraampjes, podia, optredens – aan het begin van een seizoen van nieuwe kunstuitingen, waaraan dit nummer van het Cultureel Supplement gewijd is, valt vooral op hoeveel er te beleven zal zijn. Dit weekeinde, op de Uitmarkt in Amsterdam. En later, overal in het land.

De redactie heeft in dit nummer een aantal kunstuitingen eruit gelicht – niet willekeurig, maar in het licht van het enorme aanbod wel met l’embarras du choix.

Kunst – omdat er zoveel van is, lijkt het vrij eenvoudig. Dat is er gewoon. Maar wie weet hoeveel zorgen, gedoe, zielenpijn, twijfels er achter de totstandkoming van elke kunstuiting verborgen liggen?

Neem de film Oogverblindend van Cyrus Frisch, met Georgina Verbaan en Rutger Hauer, die deze week voor het eerst in de bioscopen draait. Het is – in weerwil van de sterbezetting – vermoedelijk geen film die de brede massa’s die door de Uitmarkt trekken, zal behagen, meer een undergroundfilm voor een select, zij het niet noodzakelijkerwijze klein publiek. Een goede film ook, naar de maatstaven van dat genre.

Een ‘kleine’ film dus, maar de maker is er al sinds het jaar 2000 koortsachtig mee bezig, en heeft er tot een week vóór de bioscooppremière aan gesleuteld. In 2000 schreef Frisch, in een opwelling, de tekst – de film behelst een dialoog aan de telefoon tussen een eenzame vrouw die een beetje gek wordt van de junks voor de deur van haar huis en een man in Argentinië, die zij bij toeval aan de telefoon krijgt.

In 2005 organiseerde Frisch een voorstelling op het toneel van zijn tekst, die hij als een repetitie voor de film beschouwde – delen van die voorstelling zijn trouwens verwerkt in de geluidsband van de film.

Die was in 2008 af. Dacht Frisch toen. Want toen hij in december van dat jaar een persvoorstelling bijwoonde – de film zou in première gaan op het International Film Festival in Rotterdam – sloeg hem plotseling de schrik om het hart. Het einde werkte helemaal niet, kwam als mosterd na de maaltijd. Nog voor de festivalpremière monteerde hij de halve film om.

De muziek bij de film is onder andere van de tangogiganten Osvaldo Pugliese en Astor Piazzolla. Pas drie weken geleden werd duidelijk dat de rechten voor de muziek van Pugliese helemaal niet geregeld konden worden – de rechthebbenden gaven gewoon een jaar lang geen antwoord op aanvragen tot toestemming – en dat de financiële eisen van de erven Piazzola het budget van Oogverblindend vér te boven gingen. In allerijl werd de componist Jan Kooper gevonden om een nieuwe score te schrijven en te spelen.

En ten slotte sloeg, één week voor de première, de filmmaker de schrik nogmaals om het hart: de ondertitels bij de Engelse tekst ruïneerden het beeld, bedacht hij. In grote haast werden aan de theaters waar de film draait alsnog alternatieve (digitale) kopieën zonder ondertitels ter beschikking gesteld, en boekjes met de tekst gedrukt, zodat de toeschouwer die iets ontgaan is, dat thuis nog eens kan nalezen.

En nu maar afwachten, of er iemand komt.