Compensatie bij langzame rechtsgang

Het kabinet gaat optreden tegen onredelijk trage rechtspraak. Er komt volgend jaar een wetsvoorstel volgens welk burgers die te lang op een vonnis of arrest moeten wachten, financiële compensatie krijgen.

Dit bleek in Straatsburg, waar onlangs de Staat een procedure dreigde te verliezen van Alfred Mol, die sinds 1997 wacht op een uitspraak van het gerechtshof in Den Haag. De Staat trachtte de zaak te laten schrappen door de klager 7.000 euro, en de Europese rechter corrigerende wetgeving toe te zeggen.

Mol is al 29 jaar verwikkeld in een geschil over de rechten op een computersimulatieprogramma bestemd voor de petrochemie. Hij klaagde over de gebrekkige rechtsgang in Nederland bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, dat hem in juni in het gelijk stelde. Lidstaten zijn verplicht hun rechtspraak zo te organiseren dat het voor burgers een ‘effectieve remedie’ is. Het Hof nam genoegen met de toezegging van Nederland de wetgeving te verbeteren en verhoogde de schadevergoeding voor Mol tot 11.000 euro.

Een woordvoerder van het ministerie van Justitie zegt dat het wetsvoorstel nog in voorbereiding is en in Nederland nog niet officieel aangekondigd of voor advies voorgelegd is. Hij verklaarde dat het voorstel zich op het bestuursrecht en civiel recht zal richten en „mogelijk later” op het strafrecht.

In het bestuursrecht zijn burgers nu het vaakst de dupe van de overschrijding van de redelijke termijn. Begin dit jaar werd de Staat in een zaak van een Amelandse pomphouder nog tot 6.000 euro vergoeding veroordeeld. Deze burger procedeerde zestien jaar. In de rechtspraak wordt nu ad hoc bepaald wat traag is en met welk bedrag de ‘spanning en frustratie’ van de wachtende burger gecompenseerd moet worden. De Raad van State vindt nu dat een procedure daar in totaal vijf jaar mag duren. De Centrale Raad van Beroep houdt het op vier jaar. Als vuistregel voor de vergoeding geldt 500 euro per half jaar vertraging. Boetes worden soms verlaagd bij wijze van compensatie.

Het wetsvoorstel zal de burger waarschijnlijk het recht geven tijdens een procedure, maar ook nog daarna, een klacht over de lengte ervan in te dienen. De rechter die over de zaak oordeelt, zou ook bevoegd moeten zijn voor de klacht over de redelijke termijn. Als maatstaf denkt de wetgever erover het ‘spanning en frustratie’-criterium uit de rechtspraak over te nemen, en ook aansluiting te zoeken bij de bedragen die nu worden toegekend. Het zou niet mogen gaan om materiële schade, alleen immateriële. De regeling zou ook toegepast kunnen worden in het vreemdelingen- en fiscale recht.