Bounties zullen strijdige werelden verenigen

Colson Whitehead: Sag Harbor. Vertaald door Theo Scholten. Contact, 350 blz. € 19,95****

Toen Colson Whitehead tien jaar geleden debuteerde was direct duidelijk dat hij de stem van een nieuwe generatie vertegenwoordigde. Waar de Afrikaans-Amerikaanse literatuur altijd sterk had geleund op thema’s als onderdrukking, slavernij, uitsluiting en vrijheidsstrijd, sprak hier iemand uit de groeiende zwarte middenklasse. In zijn debuut sneed Whitehead weliswaar het thema van de rassenrelaties aan, maar genuanceerder;minder verontwaardigd. Hij bestendigde die toon ook in later werk. Whitehead nam afstand van het idioom van de burgerrechtenstrijd, en deed een stap in richting van de postraciale taal van Barack Obama.

Whiteheads nieuwe roman Sag Harbor, kan worden opgevat als autobiografie. We volgen zijn alter ego, de 15-jarige Benji, die midden jaren tachtig vrijwel zonder ouderlijk toezicht de zomer doorbrengt in een vakantiehuis in Sag Harbor, het ‘zwarte’ deel van de chique Hamptons van Long Island. Benji is een stuntelige knul met een beugel, die een voorliefde heeft voor sciencefictionboekjes en getormenteerde witte muziek. Leg dat maar eens uit aan je omgeving. Benji is een oreo – in onze nomenclatuur een bounty – maar voor hem is blanke invloed de normaalste zaak van de wereld. ‘Wat jullie een paradox noemen,’ zegt hij, ‘noem ik gewoon mezelf.’

Benji’s problemen zijn hoofdzakelijk universeel van aard. Wat gebeurt er wanneer de voorheen onzichtbare meisjes een rol gaan spelen? Hoe kom je binnen bij een concert waar je niet naar binnen mag? Hoe ga je om met kwajongensspelletjes die uit de hand lopen? Hoe functioneer je binnen de groep?

De roman blinkt uit in detail, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor popcultuur, het voornaamste instrument voor zelfdefinitie. Aan alles voel je dat dit geleefde geschiedenis is.

Met Sag Harbour raakt Whitehead expliciet aan het ‘dubbele bewustzijn’ van zijn generatie. Wie zwart en succesvol is leeft in een nieuwe wereld, die is ingeklemd tussen de klassieke zwarte en witte gemeenschappen. De kritische blik van beide wordt gevoeld. Uiteindelijk zullen de ‘oreo’s’ de schakels vormen die de strijdige werelden samen zullen brengen. Die optimistische gedachte wordt onderstreept door het zwarte lijflied anno 1985: We Shall Overcome heeft afgedaan en plaatsgemaakt voor Ain’t No Stopping Us Now – weg met de verbeten strijdvaardigheid van de onderdrukte. Vanaf nu weerklinkt de zelfverzekerdheid van hen die zich ontworsteld hebben en op stoom beginnen te raken.

Auke Hulst