Zoektocht naar minst pijnlijke oplossing voor AOW

Hoewel de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar vast zit, lijkt voor invoering van een flexibele AOW-leeftijd wel draagvlak te bestaan.

De onderhandelingen binnen de Sociaal-Economische Raad (SER) om tot een alternatief te komen voor de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar lijken nog altijd muurvast te zitten.

Gisteren werd duidelijk dat de twee grootste vakcentrales CNV en FNV lijnrecht tegenover elkaar staan. De FNV, met 1,4 miljoen leden de grootste werknemersclub, blijft zich standvastig verzetten tegen een verhoging van de AOW-leeftijd, terwijl de christelijke vakcentrale, met 350.000 leden de op één na grootste, een gematigder standpunt inneemt.

Het CNV heeft er nooit een geheim van gemaakt dat het onder strikte voorwaarden bereid is de verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar goed te keuren.

Dat standpunt werd gisteren nogmaals naar voren gebracht in een poging de moeizame onderhandelingen binnen de SER vlot te trekken. Nee, stelt de vakcentrale, het CNV is nog steeds niet zomaar voor verhoging van de AOW-leeftijd, maar bij gebrek aan alternatieven valt er wél over te praten. Daarbij moet dan wel éérst worden onderzocht of er andere maatregelen genomen kunnen worden, zoals het aanpakken van de topinkomens. Want, stelt het CNV, de lasten moeten eerlijk worden verdeeld, de rijken moeten meebetalen.

De belangrijkste voorwaarde voor een verhoging van de AOW-leeftijd is voor het CNV echter een maximale arbeidsduur van 45 jaar en een verhoging van de arbeidsdeelname van ouderen. Want, stelt de vakcentrale, we kunnen wel praten over doorwerken tot 67, maar de realiteit is nu dat een heel kleine groep de 65 ook werkend haalt.

De afgelopen weken passeerden verschillende alternatieve scenario’s de revue binnen de SER. De belangrijkste, afschaffing van de hypotheekrenteaftrek voor huizen duurder dan 1 miljoen euro, is inmiddels van de baan vanwege een gebrek aan draagvlak en omdat die maatregel niet genoeg geld oplevert. Ook andere alternatieven doorstonden de financiële doorrekening door het Centraal Planbureau niet. CPB-directeur Coen Teulings liet al eerder weten dat verhoging van de AOW-leeftijd het meest effectief is.

Nu vrijwel alle partijen binnen de SER daarvan zijn overtuigd, is het zaak om een manier te vinden waarbij de invoering van een hogere AOW-leeftijd de minste pijn zal doen bij de achterban van de werknemersverenigingen. Voor FNV én CNV laat een verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar zich namelijk bar lastig verkopen aan de leden.

Nadat het standpunt van het CNV gisteren via het Financieele Dagblad naar buiten werd gebracht, regende het telefoontjes bij de vakcentrale. Rond het middaguur had al een handvol leden zijn lidmaatschap opgezegd. Het illustreert de spagaat van de vakbonden: enerzijds een achterban die niet van plan is om langer door te werken dan 65 jaar, anderzijds de onvermijdelijke verhoging van de AOW-leeftijd.

Er lijkt echter één alternatief te zijn waar alle partijen zich de komende tijd in kunnen vinden: flexibilisering van de AOW-leeftijd. Vandaag lieten de werkgevers weten te voelen voor een zogenoemde ‘spilleeftijd’ van 67 jaar, met daarbij de mogelijkheid voor mensen om toch zonder al te veel verlies van inkomen met 65 jaar te stoppen. Ook pleiten de werkgevers voor een grotere vrijheid bij werknemers: wie langer door wil werken, moet daar ook de mogelijkheid voor krijgen.

Dit voorstel benadert het plan van het CNV dat ook vindt dat werknemers die dat willen, na hun 65ste moeten kunnen doorwerken. En zelfs het FNV biedt op dit punt ruimte. Want hoewel de vakcentrale gisteren liet weten onverminderd vast te houden aan „de doelstelling om de AOW-leeftijd op 65 te houden”, was het een maand geleden uitgerekend FNV-voorzitter Agnes Jongerius die pleitte voor de invoering van een flexibele AOW.

Een gezamenlijk SER-standpunt waarin een flexibilisering van de AOW-leeftijd de hoofdrol speelt, zou volgens ingewijden dan ook wel eens dé smeerolie kunnen zijn om snel uit de impasse te raken.

Dat laatste is noodzakelijk, want de tijd dringt. Voor 1 oktober moet de SER met een unaniem voorstel komen.

Opmerkelijk genoeg is het SER-gesprek dat voor morgenochtend gepland stond, inmiddels afgelast. Volgens bronnen binnen de SER omdat de verschillende partijen tijd nodig hebben om intern opnieuw positie te bepalen. Naar verwachting zal in de loop van volgende week verder worden gepraat.