Zakenbelangen gaan niet altijd voor, dat is wel lastig

Driehonderd mensen heeft de wijngaard in dienst. De zaken gaan goed, al is het ook weer geen vetpot. Danie is de baas. Hij is de ook optimist van de familie. Hij is de oudste zoon en die krijgt altijd alles.

De beroemdste telg van de familie Malan hangt ietwat uit het zicht. ‘Glo in God, Glo in Jou Volk, Glo in Jouself’, meldt een glimmende gedenkplaat ter nagedachtenis aan Daniël François Malan, de Zuid-Afrikaanse premier die na de verkiezingswinst van de Nasionale Party in 1948 de apartheid institutionaliseerde. Het plakkaat is bevestigd aan de buitenmuur van het huis van Danie Malan, de eigenaar van wijnboerderij Allesverloren, ver van het proeflokaal waar de toeristen komen. De oud-premier, een broer van de overgrootvader van Danie Malan, werd hier geboren. „Maar wijn maken wilde hij niet. Hij was de oudste in het gezin en had recht op de wijngaard, maar hij wilde predikant worden en ging daarna de politiek in. Dankzij hem is het bedrijf uiteindelijk bij mijn tak van de familie gekomen.”

De boerderij, aan de voet van de Kasteelberg in de weidse Riebeek-vallei, bestaat sinds 1704. Alles wat de kolonisten in het onbarmhartige Swartland hadden opgebouwd, werd in datzelfde jaar door brand verwoest terwijl ze in Stellenbosch naar de kerk waren. Alles was verloren. Maar alles werd hersteld en honderd jaar later werd er voor het eerst ook wijn verkocht. In 1872 kwam de wijnboerderij in handen van de familie Malan. De 45-jarige Danie Malan („van de vijfde generatie”, beklemtoont hij keer op keer) is niet alleen de eigenaar, maar ook de wijnmaker. Zijn shiraz is vermaard in Zuid-Afrika. De editie van 2007 werd weer met prijzen overladen. Maar mogelijk nog beroemder is Allesverloren door zijn port. Volgens „de critici”, zegt Danie Malan, maakt hij buiten Portugal de beste port in de wereld. Al mag die officieel niet zo heten, want voor de Europese Unie komt port per definitie alleen uit Portugal.

In totaal produceert Allesverloren op 227 hectare 1,3 miljoen liter wijn en port. Een groot deel daarvan is voor de export. Allesverloren is voor de Zuid-Afrikaanse markt wat duur. „Mensen hier zijn gewend niet meer dan 20 rand (2 euro) aan een fles wijn uit te geven. Alleen in het rijke Johannesburg en in Kaapstad heb ik in eigen land redelijke afname.”

In zijn witte bakkie, een kleine pick-uptruck, hobbelen we over de landerijen. Een herdershond rent voor de wagen uit, jagend op wilde zwijnen die de wijngaarden zouden kunnen verwoesten. Vanaf het hoogste punt, op de flanken van de Kasteelberg, wijst hij waar welke druiven staan. „Had ik al gezegd dat we jaarlijks ook nog 170.000 liter cabernet sauvignon verkopen?”

De shiraz en de cabernet zouden nóg beter kunnen zijn, zegt Malan, als hij alleen de druiven die hier tegen de berg groeien gebruikte. „Maar wat doe ik dan met de rest? Als ik het een beetje mix, dan krijg ik een prima smaak. Het is gewoon handel.” In ‘nieuwe’ wijnlanden als Zuid-Afrika is het altijd laveren tussen kwaliteit en commerciële belangen, zegt hij. Zuid-Afrikaanse wijnen moeten snel gedronken worden. „Natuurlijk kan ik wijn maken die dertig jaar moet liggen om op smaak te komen. Maar dan zou mijn bedrijf inmiddels wel over de kop zijn.”

Het gaat het bedrij van de Malans voor de wind, zoals het de hele Zuid-Afrikaanse wijnindustrie sinds het eind van de apartheid in 1994 goed gaat. Vorig jaar werd volgens bedrijfsorganisatie Wines of South Africa bijna 800 miljoen liter wijn gemaakt. Ruwweg de helft hiervan ging naar het buitenland.

„Ik mag niet klagen”, zegt Malane. „Afgezien van de criminaliteit gaat het hier in Zuid-Afrika best goed. Vóór 1994 was het sappelen, maar toen de boycots voorbij waren werd de hele wereld mijn afzetmarkt. Ik heb op de boerderij meer mensen in dienst dan ooit, ongeveer driehonderd, en hun kinderen gaan allemaal naar school. Vóór 1994 dacht iedereen dat er burgeroorlog zou komen en dat Zuid-Afrika naar de filistijnen zou gaan. Maar economisch gaat het geweldig. Het potentieel in Zuid-Afrika is veel groter dan de problemen die we hebben.”

Zelfs de economische crisis komt minder hard aan dan hij had gedacht. „Vanaf november vorig jaar ging de handel met Europa even moeilijk, maar uiteindelijk heb ik over het afgelopen boekjaar, dat liep tot juli, 7 procent meer omzet behaald.”

Zijn optimisme staat in schril contrast met de zorgen van de rest van de familie Malan. Danies jongere zussen, Yvette en Elena, bestieren op het erf van Allesverloren het restaurantje The Pleasant Pheasant en voor zijn zwager Bertus Bester, de echtgenoot van Yvette, heeft Danie Malan een paar jaar geleden een fors conferentiecentrum neergezet. De familieleden betalen huur aan Danie, de grote baas. En zijn schoonvader, Orland Firmani, doet de pr en de verkoop. „Er is natuurlijk maar één wijnmaker nodig, maar om fricties te voorkomen moet je iedereen aan het werk houden”, glimlacht Danie Malan, druk sturend om de auto op het paadje te houden. „Hoe zeggen ze dat? Houd je vijand dichtbij maar je familie dichterbij?”

Maar de zaken van zwager Bertus gaan slecht. Een jaar geleden had hij in zijn conferentiecentrum nog regelmatig feesten en bedrijfsvergaderingen. Nu staan er slechts een paar bruiloften ingepland. Voor oktober. „Conferenties zijn de eerste dingen waar grote bedrijven op lijken te bezuinigen. Ze hebben mijn mooie locatie ingeruild voor de vergaderruimte in het kantoor in Kaapstad. Fok man. Het is waardeloos.”

En de huur moet gewoon betaald? „Nou nee, daar heeft Danie dan wel weer een aardige oplossing voor gevonden. Ik betaal hem huur per bezoeker die ik in het conferentiecentrum ontvang. Een soort belastingheffing. Op het moment betaal ik dus niks.” Maar het blijft lastig, zakendoen met de familie. „Ik ben gewoon iets preciezer dan Danie. Nu we geen gasten hebben wil ik het terrein rondom het pand nog iets mooier maken, maar Danie moet dat betalen en hij vindt het onzin.”

Dat zijn de ongemakken van het familiebedrijf. „Je moet altijd beseffen dat het persoonlijk is”, zegt Danie Malan. „Zakenbelangen gaan niet altijd voor. Dat is lastig. Mijn vader wilde dat ik het bedrijf zou overnemen, maar we hadden eigenlijk altijd mot. Ook doordat ik andere ideeën over het bedrijf had. Ik zei: kak man, met jou wil ik niet in een huis wonen. Dus na mijn studie heb ik eerst een paar jaar met mijn vrouw in het dorp gewoond en pas toen zij stopte met werken zijn we in het managershuis van de wijnboerderij ingetrokken.”

Danies jongere broer Chris had ook best belangstelling gehad in Allesverloren, zegt Bertus. „Maar ja, zo werkt het niet: de oudste krijgt alles.” Chris heeft nu een boerderij een uur rijden verderop, in Piketberg.

Volgens Danie Malan ligt dat iets genuanceerder. Het was hem altijd duidelijk dat hij de wijnboerderij van zijn vader Fanie zou overnemen. „Ik ben hier in 1987 begonnen met werken en vanaf 1988 heb ik in feite het bedrijf geleid. In 1990 maakte ik mijn eerste eigen wijn. Ik heb 8,5 miljoen rand [tegen de huidige koers 850.000 euro] geleend om de boerderij te kopen. Mijn broer had volgens mij niet eens echt belangstelling. Het ziet er veel mooier uit dan het in werkelijkheid is. Het is hard werken om deze oude boerderij draaiende te houden. Ik heb een hoge omzet, maar de winst is beperkt. Chris heeft meer belangstelling voor winst, vermoed ik.”

Of zijn kinderen het bedrijf in de toekomst willen overnemen, weet hij nog niet. „De oudste is zeventien en wil in de filmindustrie gaan werken. Tja, dat is een andere wereld. Mijn zoon van vijftien en mijn jongste dochter lijken wel belangstelling voor het boerenleven te hebben. Maar ik zal ze zeker niet deze kant opduwen.”

Het kapitaal blijft sowieso in de familie: Allesverloren Estate is tegenwoordig eigendom van de Malan Family Trust. „Als mijn kleinkinderen weer willen boeren, dan kunnen ze dat altijd doen. Je moet het gevoel hebben dat je voor dit vak geboren bent, anders kun je het niet. Niet alleen omdat je hard moet werken, maar ook omdat het bestaan onzeker is. Subsidies zoals in Europa en Amerika hebben we in Zuid-Afrika niet. Het is dus geen vetpot. Door klimaatverandering wordt het westelijk deel van het land bovendien aanzienlijk droger. Het zal voor mijn kinderen lastiger worden met boeren een inkomen te verdienen. Maar als ze daarin slagen, dan is het het mooiste beroep in de wereld.”

Zie voor de vorige afleveringen van deze zomerserie nrc.nl/familiebedrijf