Willem en Joep zijn dikke vrienden

De strafzaken tegen ex-havenbaas Willem Scholten en zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen worden er sterker op nu de gemeente Rotterdam aangifte heeft gedaan wegens omkoping.

Ruim 1,1 miljoen euro. Dat is het bedrag dat zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen in twee tranches aan havenbaas Willem Scholten zou hebben betaald, „in ruil voor tegenprestaties”. Steekpenningen dus.

Nu de financiële opsporingsdienst FIOD-ECD hierop is gestuit, heeft de gemeente Rotterdam deze week besloten opnieuw aangifte te doen tegen de oud-directeur van het Havenbedrijf en tegen Van den Nieuwenhuyzen, „in verband met vermoedelijke omkoping van een ambtenaar”.

Ruim vier jaar geleden deed Rotterdam al aangifte tegen Scholten – nadat hij in augustus 2004 al stante pede was ontslagen – omdat hij buiten zijn boekje was gegaan. Op eigen gezag, buiten medeweten van zijn toezichthouders bij de gemeente en van zijn aandeelhouder (ook de gemeente) en ook buiten de boekhouding om had hij aan het RDM-concern van Van den Nieuwenhuyzen een serie financiële garanties verstrekt. Dát was de tegenprestatie.

Met deze garanties, oplopend tot ruim 183 miljoen euro, kon de zakenman gemakkelijker bankleningen lospeuteren voor zijn internationale defensieconcern (duikboten, helikopters, pantservoertuigen). Door het stempel van de toenmalig directeur van het gemeentelijk Havenbedrijf waren banken als Commerzbank en Barclays vanaf december 2002 bereid om tientallen miljoenen aan kredieten te verstrekken aan RDM.

Voor Scholten, zo heeft hij zich sinds de ontmaskering in augustus 2004 verdedigd, lag het belang in de Rotterdamse haven. Zíjn haven. Hij vond dat Van den Nieuwenhuyzen gecompenseerd moest worden voor het gedwongen laten schieten van een omvangrijke duikbootleverantie aan Taiwan. Door die miljardenorder dreigde China met een boycot van de Rotterdamse haven, wat een miljoenenstrop zou opleveren.

De gemeente Rotterdam heeft dit argument voetstoots, maar met enig argwaan aangenomen, maar nam het Scholten wel kwalijk dat hij op eigen houtje had geopereerd. Het bracht de stad, na het omvallen van het RDM-concern, in grote financiële problemen. Ze bleef zitten met drie waardeloze onderpanden, waaronder het omstreden stoomschip Rotterdam. Drie banken eisten ruim 100 miljoen euro aan leningen op. In slepende rechtszaken is een kleine 20 miljoen weggestreept; om 80 miljoen wordt nog in geprocedeerd.

Het Openbaar Ministerie, die de zaak al sinds augustus 2004 onderzoekt, heeft de motivatie van de havenbaas altijd gewantrouwd. Vertelde Scholten wel het hele verhaal? Speelde er geen persoonlijke belangen? De twee, zo ontdekte de FIOD-ECD vorig jaar al, kenden elkaar zeer goed. Tijdens een regiezitting in de zaak-Scholten, vorig najaar, zei justitie op een appartement van Van den Nieuwenhuyzen in Antwerpen te zijn gestuit, waar Scholten lange tijd gebruik van had mogen maken. Had de hulp die Scholten aan Van den Nieuwenhuyzen had geboden „het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen?” vroeg de officier zich bijna retorisch af.

Tien maanden later denkt justitie antwoord op deze vraag te hebben gevonden: ja. Twee directe betalingen heeft de FIOD-ECD opgespoord, van Van den Nieuwenhuyzen aan Scholten, zo bevestigen bronnen rond het onderzoek. De ex-haventopman zou in samenhang met de garantieregeling eind 2002 eerst ruim 650.000 euro op een geheime Zwitserse bankrekening hebben ontvangen, en later nog eens een half miljoen.

Toen het gemeentebestuur van Rotterdam dit verhaal onlangs van enkele FIOD-ambtenaren te horen kreeg, reageerde het naar verluidt furieus. Vrijwel onmiddellijk besloot de stad opnieuw aangifte te doen wegens ambtelijke omkoping, een zwaar vergrijp. Het zal de lopende strafzaak tegen Scholten, die volgens planning in december dient, beslist versterken.

De zaak tegen Van den Nieuwenhuyzen wordt er nu ook ingewikkelder op, of in elk geval zwaarder. Hij werd in oktober 2007 in Zwitserland opgepakt op verdenking van faillissementsfraude rond enkele omgevallen RDM-bedrijven. Hij zou miljoenen, die hij kreeg als voorschot op orders van de overheid, hebben weggesluisd naar gelieerde RDM-bedrijven die nog overeind staan, met name zijn holding op Curaçao. Zijn rechtszaak laat nog op zich wachten. Hij werd in januari 2008 tegen betaling van een borgsom van 10 miljoen vrijgelaten.

Zelf zegt hij al vijf jaar te wachten op „concrete beschuldigingen” van justitie. Hij heeft de afgelopen maanden slechts „flarden van voorlopige aantijgingen” gezien, maar nog altijd geen compleet dossier. Dat steekt. „Ik kan me niet zorgvuldig op de zaak voorbereiden.” In een telefonische reactie noemt hij het verwijt van omkoping „volkomen onzin, natuurlijk”. Hoe zit dat dan wel? „Ik ga niet inhoudelijk reageren voor ik een fatsoenlijk dossier heb ontvangen.”

Van den Nieuwenhuyzen heeft dezer dagen wel andere, vrolijker zaken aan zijn hoofd. Deze week werd hij voor de tweede maal opa. En in juli kreeg hij zelf een zoon.

Meer over het Havenschandaal op nrc.nl/economie