Vrij tokkelen op de harp met losse tritsjes noten

Met elkaar muzikaal bakkeleien, zonder afspraken zonder regels. Leer The New Dutch Swing tijdens de Dutch Impro Academy in Rotterdam.

Zonder dogma’s vrij improviseren met een licht absurdistisch en humoristisch accent. De Nederlandse geïmproviseerde muziek, The New Dutch Swing, waarin men ver blijft van (Amerikaanse) improvisatiemodellen, maakt sinds de jaren zestig school over de hele wereld. De belangrijkste maatgever: ‘instant composing’ – muziek zonder afspraken, ter plekke bedacht. Maar is die onbegrensde muziekvorm simpel over te dragen?

Musici van de eerste orde als drummer Han Bennink, cellist Tristan Honsinger, pianist Cor Fuhler en trombonist Wolter Wierbos, slaan voor de eerste keer de handen ineen op de Dutch Impro Academy. Een zomerschool in het World Music & Dance Centre in Rotterdam, waar een week lang kennis en ervaring wordt uitgewisseld. Bassist Wilbert de Joode beschouwt het als een „hoognodige impuls in de scene”. De improgeneratie met pioniers als Misha Mengelberg en Willem Breuker vergrijst, constateert hij. En jonge musici hebben grote belangstelling voor de avant-garde.

Zes docenten geven deze week al spelend kennis door. „Ze willen alles van me weten”, zegt slagwerker Han Bennink. „Ik ben er gewoon moe van. Het liefst bakkelei ik alleen muzikaal met ze. Tja, impro maken, het is als zomaar de straat oversteken. Dan komt er een bakfiets aan. Dan ligt er een dode hond. Je zoekt steeds weer een ander pad.” Rietblazer Peter van Bergen zet zijn studenten liever op scherp met ogenschijnlijk simpele, maar prikkelende vragen. Zoals: „Wat is jouw muzikale taal? En dan: „Als je die zou vernietigen, hoe klinkt het dan?”

Bij bassist Wilbert de Joode worstelen drie conservatoriumstudenten met zijn opdracht iets te spelen dat totaal buiten hun comfortzone ligt. Experimenteer er op los, is zijn devies. Maar de jonge bassist Corné Jan Roos zucht. „Ik weet nog niet eens wat ik wél beheers, laat staan hoe dat er buiten klinkt.” En ook de Spaanse harpiste Angélica Vázquez Salvi kan haar techniek en aangeleerde ideeën over tonaliteit moeilijk loslaten. Binnen een soundscape-achtige improvisatie tokkelt zij onwennig enkele tritsjes noten.

„Stop maar”, zegt De Joode. „Dit heb ik al eens gehoord. Probeer een gebied te vinden op je instrument waar je nooit komt. Tonaliteit doet er toe. Je handen moeten jeuken andere mogelijkheden te vinden op je instrument.” Salvi’s handen blijven machteloos in haar schoot. Dan wijst De Joode op de harp, bovenaan bij de stemschroeven. „Kijk hier eens, hoe zou dat klinken? Of hier, met een andere vingertechniek? Dan komen andere creatieve ideeën vrij.”

„Een harnas van onzekerheid”, omschrijft de Joode later. De Dutch Impro Academy reikt leergierigen ‘als coach’ een sleutel aan. „Er zit al zoveel muziek in de deelnemers, ze beseffen alleen niet wat ze kunnen”, vindt Han Bennink. Techniek en ervaring zegt volgens de musici in de geïmproviseerde muziek niet zoveel. „Het gaat erom je eigen stem en vocabulaire te vinden.”

Bij cellist Tristan Honsinger en pianist Cor Fuhler klinken abstracte klankvormen in een collectieve improvisatie. De oudere bassist Simon Fell uit Frankrijk improviseert er geïnspireerd op los. Mooi hoe de instrumenten in elkaar haken. En natuurlijk staat er niets op papier. „Jonge musici blijven zich daarover verbazen”, merkt Honsinger later op. „Een goed begin en een einde zijn fijn, maar het blijft spannend wat er tussen komt. Je moet de muziek echt iets bieden. En hoe ouder je wordt, des te meer je die verantwoordelijkheid gaat voelen.”

Concerten Dutch Impro Academy 27/8 WORM, Rotterdam. 28/8 Bimhuis, Amsterdam. 29/8 Zomerjazzfietstour, Ezinge. Inl: www.dutchimproacademy.com