Veel te druk om op tijd te trouwen

Jasreen is 27 en wil graag anderen gelukkig maken, maar dan moet ze dat zelf ook zijn. Haar wens: een eigen café waar jongeren zichzelf kunnen zijn.

Jasreen is net 27 geworden. Vrouwen in India behoren op die leeftijd al lang getrouwd te zijn en kinderen te hebben. Maar daar heeft Jasreen niets mee te maken. Al op de middelbare school wees ze aanzoeken van Sikh-kennissen uit Amerika boos van de hand. Ze heeft niets tegen het huwelijk, zegt ze. Maar het is niet voor haar. Heel misschien later. Voorlopig heeft ze het nog veel te druk. Met haar baan. En met haar toekomstdromen.

Ze wil ooit werken bij Microsoft, of bij Infosys. Zien of ze zich kan handhaven als salesmanager in de eredivisie van de Indiase IT-sector. Ze wil ook leren drummen, want ze moet haar energie kwijt. Vreemde talen wil ze ook leren. Dan kan ze zich nog beter uitdrukken.

Maar haar grootste wens is, zegt ze, een eigen café beginnen. Een plek waar jonge mensen zichzelf kunnen zijn. Waar ze zich kunnen ontspannen na een dag hard werken. „De bedrijfscultuur is zo uitputtend”, zegt ze. Een plek ook waar ze niet op de vingers worden gekeken door ouders of schoonouders. „Ook al ben je met de gaafste man getrouwd, als je thuis komt zit je vast in de rol van schoondochter”. Bij haar moeten jongens én meisjes gewoon een sigaret kunnen roken of een glaasje drinken.

Jasreen woont in Gurgaon, een moderne satellietstad zuidelijk van New Delhi die het afgelopen decennium is verrezen, en waar nog steeds dag en nacht wordt gewerkt aan de bouw van nog meer glanzende kantoorgebouwen en woontorens. Hoog boven de grond slingert de metrolijn in aanbouw zich naar deze futuristische enclave.

Hier voelt Jasreen zich op haar gemak, zegt ze op het dak van haar appartement. Via een ijzeren brandtrap aan de buitenkant van de muur kom je bij haar huisje: een kamer van ongeveer vier bij vijf meter, waarin een groot bed staat, een televisie en een kast. Er is ook nog een keukentje achter een bamboegordijn, waar net plaats is voor een aanrecht en een kookstel. Dat is alles.

Ze houdt er een strak levensritme op na. Elke dag om vijf uur ’s middags komt een taxi haar ophalen om haar naar kantoor te brengen. Jasreen werkt sinds bijna een jaar voor het Amerikaanse IT-bedrijf CampusEAI, ontwerper en beheerder van webportals voor universiteiten. Van half zes tot half drie in de nacht zit ze aan de telefoon en legt ze contacten met potentiële klanten, de meesten in Amerika. Als ze weer thuis is gebracht, gaat ze wat eten, zet de televisie aan („Ik kijk graag naar Oprah Winfrey”) of leest een boek. Pas om een uur of vijf, zes gaat ze slapen.

The Jungle Books van Rudyard Kipling ligt op het hoofdkussen. The White Tiger van Bookerprijswinnaar Aravind Adiga heeft ze net uit. Een mooi boek, vindt ze. Dat de hoofdpersoon zijn baas de keel doorsnijdt, is natuurlijk niet zo mooi. Maar dat hij iemand is die zich vanuit het niets omhoog werkt in de harde samenleving, dat spreekt haar aan, zegt ze. In India heeft iedereen, hoe arm ook, de kans vooruit te komen, vindt ze. Als je maar van aanpakken weet. En, zegt ze met Amerikaans accent: „Ik hou van de diversiteit van India. Ik heb geen enkele behoefte in het buitenland te gaan wonen.”

Zonder vals sentiment vertelt ze over haar vader, een textielwinkelier uit Chandigarh, in Punjab, die ze op achtjarige leeftijd verloor. Op een avond klopten huurmoordenaars aan. Ze schoten hem dood, in opdracht van een vriend des huizes die zijn schulden niet wilde betalen. „De buren sloten snel deuren en ramen. Ze wilden niets zien. Dat vond ik het ergste”, zegt Jasreen.

Eerst werd over vader niet meer gesproken. Hem ter sprake brengen, was te pijnlijk. Ze mocht haar moeder niet nog niet verdrietiger maken, ze moest sterk zijn, haar en haar zusje alleen maar tot steun zijn. Op school leerde Jasreen zich te uiten. Superintelligent was ze niet, maar als het aankwam op toneelspelen en toespraken houden, stond ze altijd vooraan. Ze leerde begrijpen wie ze was: een levenslustige, gevoelige jonge vrouw, die zichzelf niet wilde opsluiten voor de buitenwereld. Als kind al had ze een eigen mening, en die wilde ze ook uiten. Zo groeide ze snel naar volwassenheid, en zo was ze ook in staat haar moeder, nu 54, en haar zusje, tweeënhalf jaar jonger, te steunen.

Dat is cruciaal in Jasreens verhaal: „Alleen als ikzelf gelukkig ben, kan ik mijn moeder gelukkig maken”. Voor haar zusje geldt het omgekeerde: „Als mijn moeder gelukkig is, is zij het ook.”

De consequentie is misschien wel dat Jasreen over enige tijd haar zelfstandige leven in Gurgaon de rug toekeert en terugkeert naar Chandigarh om weer bij haar moeder in te trekken. Want, zegt ze: binnen een jaar tot anderhalf jaar zal er een man voor haar zusje zijn gevonden en zal ze trouwen. Dat wil haar zusje wel. Alle kans dat ze bij haar toekomstige schoonouders in zal trekken. Dan blijft moeder alleen achter. Die gedachte is onaanvaardbaar, zegt de onafhankelijke Jasreen ook.

Maar, nogmaals, er is wel een voorwaarde: „Ik moet dan wel een goede baan vinden”. Immers, van nietsdoen zou ze ongelukkig worden. En dan zou ze ook haar moeder ongelukkig maken. Trouwens: het is ook mogelijk dat moeder straks naar Gurgaon komt en bij haar intrekt, bedenkt ze zich opeens.