Schuldeiser: gesjoemel van Kosmopolis met El Hema

Kosmopolis moest via kunst en cultuur begrip kweken tussen culturen. Financieel ging het mis. De schuldeisers vragen zich af wie er gaat betalen.

Kosmopolis is dood, lang leve Kosmopolis. Terwijl een curator bezig is met de afwikkeling van het faillissement van de landelijke stichting Kosmopolis, zetten de stedelijke stichtingen Kosmopolis hun culturele activiteiten voort. Zij krijgen nog steeds rijkssubsidie, omdat zij volgens verantwoordelijk minister Plasterk (Cultuur, PvdA) goed functioneren. Voor de schulden die de landelijke stichting maakte, worden zij niet verantwoordelijk gesteld. Bij de grootste schuldeiser, The Brand Hotel (TBH), wekt dit alles onbegrip en woede.

TBH hielp Kosmopolis bij het uitwerken van het project El Hema, een Arabische variant van de Hema. Het bureau heeft bij de curator een openstaande rekening ingediend van ruim 180.000 euro.

Kosmopolis werd in 2006 opgericht om via kunst en cultuur meer begrip te kweken tussen de bevolkingsgroepen in Nederland. De stichting ontving van het rijk in totaal 5 miljoen euro subsidie. Naast het landelijke bureau werden er lokale stichtingen opgericht in Rotterdam, Den Haag en Utrecht. De landelijke stichting betaalde mee aan activiteiten die door de stedelijke stichtingen werden georganiseerd en organiseerde ook zelf activiteiten.

Het tekort bij Kosmopolis landelijk ontstond doordat er te veel toezeggingen werden gedaan. De stichting werd op 25 maart op eigen verzoek failliet verklaard. De vier medewerkers zijn ontslagen. De inventaris werd verkocht. Op de rekening stond nog ruim 3 ton. Bij de curator meldden zich tot nu toe bijna negentig schuldeisers. Zij claimen in totaal ruim 6 ton.

„De overheid heeft vier stichtingen opgericht, alle schulden laten maken door Kosmopolis landelijk en vervolgens draaien ze die de nek om, ten koste van de leveranciers en opdrachtnemers”, zegt A. Bourdrez, advocaat van TBH. „De lokale stichtingen profiteren nu van datgene wat The Brand Hotel en anderen hebben geleverd. Ze zijn ongerechtvaardigd verrijkt en weigeren te betalen.”

De directeuren van de stedelijke stichtingen vinden dat te simpel geredeneerd. „Wij zijn onafhankelijke stichtingen”, zegt Liane van der Linden, directeur van Kosmopolis Rotterdam. „Wij hadden geen zakelijke relatie met de schuldeisers. Als de ene broer failliet gaat, laat je toch ook niet de andere broer betalen? En we hebben er ook het geld niet voor.”

TBH stelt dat het de hele winkelinrichting, fotografie, productontwikkeling, design en een groot deel van de producten die in de El Hema-winkels werden verkocht, heeft voorgefinancierd. Kosmopolis Nederland noch de steden zouden hebben betaald.

„Bij El Hema Den Haag werden producten verkocht die wij hebben laten maken”, zegt Stephan Pröpper, directeur van TBH. „Kosmopolis landelijk, ondertussen failliet, had daar nog niet voor betaald. Dat noem ik heling.”

De directeuren in de steden reageren furieus. Rabiaâ Benlahbib, directeur van Kosmopolis Den Haag zegt: „Het uitwerken van de tentoonstelling in Den Haag hebben wij helemaal zelf gedaan. Daar was The Brand Hotel niet bij betrokken. En de producten die wij hebben verkocht, waren geen eigendom van hen, maar van de landelijke stichting Kosmopolis. Wij verkochten ze in consignatie.”

Kosmopolis Nederland heeft in oktober 2008 twee keer 50.000 euro overgemaakt naar TBH, als voorschot op aangegane verplichtingen, zo blijkt uit gesprekken met betrokkenen bij de afhandeling van het faillissement. Kosmopolis stelde zich op het standpunt dat zij hiermee eigenaar was van de El Hema-producten.

TBH is het daar niet mee eens, omdat er ook andere kosten, zoals arbeidskosten, productontwikkeling en designkosten moesten worden betaald. De totale rekening bedroeg 275.000 euro. Daarvan is volgens Pröpper 100.000 euro voldaan.

Kosmopolis Utrecht ziet er na dit debacle voorlopig van af om El Hema te openen. Er is wel een andere geïnteresseerde, in Gent. Die wil de overgebleven spullen kopen. Maar wie is nu eigenaar? De curator wil er geen uitspraak over doen. Hij hoopt in de herfst meer duidelijkheid te hebben.