Polo kun je zo gek maken als je wilt

Aki van Andel, sinds 1999 international, geldt als beste polospeler van Nederland.

Dit weekeinde is hij een van de smaakmakers bij de Dutch Polo Masters.

De gebeurtenis dateert van twee jaar geleden en staat in het geheugen van Aki van Andel gegrift. „Ik speelde in Spanje een WK-kwalificatiewedstrijd”, zegt Nederlands beste polospeler. „Die dag zat ik niet lekker in mijn vel. Alsof ik ieder moment onderuit kon gaan met mijn paard. En steeds maar die drang om mijn vader te bellen. For no reason, totdat hij er gek van werd. ‘Belt die jongen nou wéér’, hoorde ik hem na de zoveelste keer mompelen.”

Na de wedstrijd wilde Van Andel (26) in zijn auto stappen toen de telefoon ging. ‘Papa is dood’, vertelde zijn zus. Hij kreeg een hartaanval tijdens een oefenwedstrijd in Frankrijk. En hoe moeilijk de maanden die daarop volgden ook waren, dit hield Van Andel zichzelf steeds voor: mijn vader is in het harnas gestorven. Terwijl hij deed wat hij het liefste deed – poloën – in het land waar hij zich het meeste thuis voelde, Frankrijk.

De zoon van multimiljonair Harry van Andel heeft nadien nooit overwogen een punt achter zijn sportcarrière te zetten. Maar sinds de dood van zijn vader staat hij wel anders in het leven, vertelt hij op het terras van het Amsterdamse Hilton hotel. „Voorheen draaide alles om polo. Ik trainde elke dag, had geen tijd voor een vaste relatie. Nu het heilig moeten er af is, kan ik beter genieten. En mijn prestaties lijden er niet onder, integendeel.”

Van Andel is een van de smaakmakers bij de Dutch Polo Masters, die aanstaand weekeinde bij Polo Club Vreeland worden gehouden. Hij behoort tot een selecte groep Nederlandse spelers met handicap drie. „Niet veel als je het met de Argentijnse wereldtoppers vergelijkt”, relativeert de speler van Polo Club Wassenaar, die sinds 1999 vaste kracht is van het Nederlandse team. „Maar met zo’n handicap vergoeden toernooidirecteuren wel al je onkosten, van hotels en vervoer tot paardenstalling en huisvesting van verzorgers. En geloof me, dat kan aardig in de papieren lopen.”

Dat brengt ons bij het elitaire karakter van polo. Een eenvoudige berekening leert dat je minimaal een ton moet neertellen om polo serieus te kunnen beoefenen.

„Dat klopt. Het is niet alsof je een tennisracket in de achterbak gooit en naar de club rijdt. Maar je kunt ook op een lager niveau beginnen met goedkopere paarden. En in een vrachtwagentje toernooien afrijden. Je kunt het zo gek maken als je wilt.”

Hoe gek maakt u het?

„Mijn handicap geeft al aan hoe serieus ik met deze sport bezig ben – want je wordt vooral beter door het heel veel te doen. Maar sinds ik voor het eerst een polowedstrijd bijwoonde – ik was negen – is de liefde voor de sport er alleen maar groter op geworden. Ik begon op mijn twaalfde met één paard. Nu heb ik samen met mijn zus [polospeelster Fleur van Andel] een polo-organisatie die jaarlijks drie toernooien organiseert.”

In vroeger tijden was polo een oorlogsspel, waarbij met de hoofden van overwonnen vijanden werd gespeeld. Wat zie je daar nu nog van terug?

„Ook nu gaat het er soms fel aan toe. Er zijn spelers die proberen je van het paard te gooien. In het veld kun je elkaars bloed soms wel drinken. Maar na de wedstrijd schud je elkaar de hand en drink je samen een biertje. Polospelers kennen geen wrok.”

James Moray Brown schreef eind negentiende eeuw in zijn standaardwerk over polo dat ‘geen sport een man beter voorbereidt op de strijd die hem in het leven wacht dan polo’. Heeft dat iets met die twee uitersten te maken?

„Die uitspraak heb ik wel vaker gehoord. En ik denk dat ik wel begrijp wat hij daarmee bedoelt. In polo is het belangrijk dat je het hoofd koel houdt. Dat je goed anticipeert en snel reageert. Dat zijn kwaliteiten die in het dagelijks leven goed van pas komen. Niet alleen als je vader overlijdt en je op jonge leeftijd de leiding krijgt over een bedrijf. Maar ook als dingen mislopen als je een studentenfeest organiseert. Mij valt altijd op hoe snel leeftijdsgenoten zich uit het veld laten slaan. Lig je daar nou van wakker, denk ik dan.”

Polo behoort de gevaarlijkste sporten ter wereld. Is dat onderdeel van de kick?

„Polo is een teamsport, een balsport en een paardensport – de ideale combinatie. Je kunt je lelijk bezeren als je valt. Ruiter en paard behalen snelheden van zestig kilometer per uur. En het is geen pretje als er 400 kilo paard over je heen rolt. Een vriend van me brak onlangs zijn nek op drie plekken tijdens het poloën. Mogelijk is hij voor het leven verlamd. Dan schrik je wel even.”

Nog even over het elitaire karakter van polo. Bij uw club de Wassenaarse zoekt de ballotagecommissie aspirant-leden die ‘zo zuiver mogelijk binnen de sfeer van de club passen’. Wat houdt dat in?

„Mensen van een bepaald type en een bepaalde maatschappelijke klasse. Dat kan om mensen met oud geld of nieuw geld gaan. En mensen vanuit alle delen van de wereld. In de praktijk blijkt dat er zelden aspirant-leden geweigerd worden en dat het ledenbestand zeer gevarieerd is.”

De organisator van de Masters wil polo toegankelijker maken. Dus oude tradities als het aanstampen van graspollen, maar ook ‘lekkere beats en champagne’. Een goede ontwikkeling?

„Ieder mens moet openstaan voor verandering. Maar je moet het niet forceren. Goede dingen komen meestal vanzelf.”