Orde kijkt naar rol advocaat van staat

De raad van toezicht van de Haagse orde van advocaten doet onderzoek naar de rol van de landsadvocaat in de zaak van de Catshuisbrand. Dat bevestigt mr. Lineke Bruins, deken van de raad.

Bij schilderwerkzaamheden in het Catshuis, de ambtswoning van de premier, kwam in 2004 een schilder om het leven toen de thinner (een verboden en brandgevaarlijk oplosmiddel) waarmee hij werkte explodeerde en vlam vatte.

In juni bleek dat de landsadvocaat had geadviseerd een ‘zeer gevoelig’ en ‘ook onvoldragen’ TNO-rapport niet door te zenden aan het Openbaar Ministerie. De conclusies in het rapport – waarin werd gesteld dat de wandbekleding zeer brandgevaarlijk was en mogelijk een rol had gespeeld bij de dood van de schilder – zouden kunnen betekenen dat de Staat medeschuldig is aan het verloop van de brand.

Er was volgens de oppositiepartijen in de Tweede Kamer sprake van een doofpotaffaire. Tijdens het debat over de Catshuisbrand omschreef premier Balkenende de handelwijze van zijn adviseurs als „onzorgvuldig, onjuist en onvolledig”. Volgens hem hebben ambtenaren en de landsadvocaat via e-mail op „een te informele toon” met elkaar gecommuniceerd.

Het onderzoek van de deken richt zich op het optreden van de landsadvocaat bij de juridische afwikkeling van de brand. Het is in oktober klaar. Wanneer de deken vindt dat de landsadvocaat laakbaar heeft gehandeld, kan de zaak worden voorgelegd bij de tuchtrechter. Een tuchtrechtelijk onderzoek kan uitmonden in een waarschuwing, een berisping, een schorsing, en in het uiterste geval ‘schrapping van het tableau’.

De landsadvocaat staat de Nederlandse Staat bij in juridische procedures. Sinds 1999 is mr. Bert-Jan Houtzagers de landsadvocaat. Hij is partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.

Als de landsadvocaat ernstige fouten heeft gemaakt en zich „onethisch of verwerpelijk heeft gedragen” zou de overheid zich in de toekomst door een ander advocatenkantoor moeten laten bijstaan, vindt het Tweede Kamerlid Ulenbelt (SP). Hij heeft minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) schriftelijk gevraagd de Tweede Kamer te informeren over de uitkomst van het onderzoek.