'Oppositie geen agent buitenland'

De Iraanse opperste leider heeft gisteren gezegd geen bewijs te hebben gezien dat de leiders van het oppositieprotest tegen de uitslag van de presidentsverkiezingen handelden op aangeven van buitenlandse mogendheden, zoals conservatieve woordvoerders verklaren.

De opperste leider staat in theorie boven de partijen, maar hij had zich na de demonstraties openlijk aan de zijde van de ultraconservatieve factie en president Ahmadinejad geschaard. Sommige analisten zagen zijn uitspraak als een poging de ultraconservatieven weer enigszins in te tomen.

Meer dan 100 oppositieleiders, journalisten en intellectuelen staan op het ogenblik juist in Teheran terecht op beschuldiging van opstand tegen het regime en samenspanning met het buitenland. Op de vierde zitting van het proces werden deze week prominente hervormingsgezinde politici gepresenteerd die met ‘bekentenissen’ kwamen. Tegen hen zijn zware straffen geëist.

Ex-president Khatami brandmerkte hun verklaringen later als „ongeldig” omdat ze onder „buitengewone omstandigheden” tot stand waren gekomen. Volgens de verslagen presidentskandidaten Mousavi en Karroubi zijn arrestanten verkracht en anderzins gemarteld.

Haviken hebben ook de arrestatie van Khatami, Mousavi en Karroubi geëist. Maar opperste leider ayatollah Ali Khamenei zei dat „bij dergelijke belangrijke zaken de rechterlijke macht moet oordelen gebaseerd op sterke redenen en bewijzen”, niet „verdenkingen en geruchten”.

De uitspraken van ayatollah Khamenei op een bijeenkomst met een groep studenten werd gemeld door de Iraanse staatstelevisie. De opperste leider voegde er wel aan toe dat er „geen twijfel” was dat de massademonstraties na de verkiezingsoverwinning van president Ahmadinejad vantevoren waren beraamd door Irans vijanden, „of hun leiders dat nu wisten of niet”.

In een ander gebaar naar de oppositie verzekerde ayatollah Khamenei dat leden van de veiligheidsdiensten die zich schuldig hebben gemaakt aan misdrijven tegen demonstranten niet aan vervolging zullen ontkomen. „Ik waardeer het werk van de politie en de Baseej [militie] tijdens de onlusten, maar dat betekent niet dat bepaalde misdrijven die hebben plaatsgehad niet zullen worden onderzocht en we zullen ons bezighouden met elk lid van deze twee [organen] die fouten hebben gemaakt”. (AFP, Reuters, AP)