Mot

Tijdens een racefietstochtje pauzeerde ik maandagmiddag even bij Jan Patat, aan het strand bij Hoek van Holland.

„Dan denk ik: dat had míjn kind kennen wezen!” Verderop hoor ik een groepje vrouwen in gesprek, op zo’n toon van verontwaardigde solidariteit. „Als ’t zo mot, dan hoeft ’t van mijn niet meer, ja toch?” De dames knikken.

Het lijken inderdaad wijze, ware woorden. Na 9/11 waren massa-evenementen nog soft target voor Al-Qaeda. Nu zijn ze ook Eldorado’s voor griepvirussen en plaats delict voor hooligans. Alleen met mondkapjes en kogelvesten kun je ze nog bezoeken. Je kunt je tienerdochter nog beter in haar eentje rond de wereld laten zeilen dan haar in dit land naar een festival laten gaan.

Nu heb ik massabijeenkomsten, uit welke hoek dan ook, altijd al fabelachtig weerzinwekkend gevonden, maar dat neemt niet weg dat iedereen z’n eigen pleziertjes moeten kunnen beleven.

Curieus aan de zaak-Hoek van Holland is dat 1) de politie op de hoogte was van de komst van de hooligans; 2) er uit ‘bezuinigingsoverwegingen’ geen ME maar politie in burger zou zijn ingezet; 3) er hoegenaamd geen toegangscontrole was; 4) de ongenode gasten ‘geen onbekenden’ van de politie waren. Voeg daar aan toe dat 5) het onderzoek dusdanig vastzit dat ze bij Opsporing verzocht oproepen om amateurfilmpjes naar de recherche te sturen, en je vraagt je af waarom ons politiecorps zo incapabel is.

Ik bedoel, als ze een groep van twee, drie ontspoorde schoolklassen niet eens meer aankunnen, hoe moet dat dan als straks de baardmannen van Al-Qaeda en Talibaan daadwerkelijk met hun bomgordels op ons festivalterrein verschijnen?

Net als bij Koninginnedag luidt het argument dat we van onze gezellige feestjes geen ‘forten’ moeten maken („Als ’t zo mot…”). Maar waarom eigenlijk niet? We leven nu eenmaal niet meer in de tijd van klompendansen op dorpspleinen.

Risicoanalyses, preventieve acties en fortificaties moeten voortaan onlosmakelijk horen bij massa-evenementen. Binnen de muren kan iedereen dan onbekommerd z’n pleziertje beleven. Als ’t zo mot, dan mot ’t maar zo.

Christiaan Weijts