Lelijk? Dan minder kroost

Mensen met een aantrekkelijk gezicht krijgen meer kinderen dan mensen die lelijk worden gevonden. Dit concludeert de Fin Marcus Jokela in het septembernummer van Evolution and Human Behavior . Jokela analyseerde de levensloop van 1244 vrouwen en 997 mannen die in 1957 van de middelbare school kwamen in de Amerikaanse staat Wyoming. Hun aantrekkelijkheid werd beoordeeld op basis van de pasfotootjes in de schoolgids van 1957. Het is een uniek maar beperkt onderzoek.

Er blijkt uit de analyse een belangrijk verschil tussen de mannen en de vrouwen. Bij mannen pakt het zo uit dat het lelijkste kwart gemiddeld meer dan 10 procent minder nakomelingen kreeg dan de rest. Verder maakt het niet uit. Gewoon mooie mannen en erg mooie mannen krijgen gemiddeld even veel kinderen.

Bij vrouwen krijgt de mooiste helft duidelijk meer kinderen dan de lelijkste helft. Maar de allermooiste krijgen er minder dan de redelijk mooien. Het kwart mooiste vrouwen krijgt 6 procent meer kinderen dan de lelijke helft, maar het kwart gewoon mooie vrouwen (het derde kwartiel, de 50 tot 75 procent mooien) krijgt wel 16 procent meer kinderen dan de lelijke helft.

Een mogelijke verklaring voor het verschil tussen mooie en erg mooie vrouwen is dat erg mooie vrouwen mogelijk meer investeren in de kwaliteit van hun kinderen. Ook is mogelijk dat ze kieskeuriger zijn in de partnerkeuze.

Het onderzoek van de Fin is een van de weinige onderzoeken naar het verband tussen lichamelijke aantrekkelijkheid en voortplantingssucces in een industriële samenleving. In de moderne wereld vol welvaart, cosmetica en goede gezondheidszorg is het niet vanzelfsprekend dat oude evolutionaire instincten (zoals mooi = gezond) nog altijd gelden.