Keerpunt in partyland

Het debacle met het strandfeest afgelopen zaterdagnacht in Hoek van Holland brengt nu ook de positie van burgemeester Aboutaleb van Rotterdam in het geding. Maandag liet hij de gemeenteraad weten de komende twee jaar geen gratis grootschalige dance-evenementen meer toe te staan. In afwachting van een periode van ‘bezinning en onderzoek’. De burgemeester acht het risico van excessief en massaal geweld te groot.

Deze maatregel stuit bij een meerderheid van de raad op bezwaren. Al is het maar een bescheiden maatregel. Om meer dan drie geplande evenementen zal het niet gaan. De raad vindt echter dat de burgemeester te snel conclusies trekt, de relschoppers „gelijk geeft” en de Rotterdammers nu „dupeert”. Dat ziet de gemeenteraad verkeerd.

Duidelijk is dat vijf dagen na de massale vechtpartijen, waarbij één dode en ten minste zes gewonden vielen, de bestuurlijke en politieke spanning met reden is opgelopen. Het plaatselijk bestuur blijkt zaterdagmiddag op de hoogte van dreigend hooliganisme te zijn geweest. Is er genoeg gedaan om geweld te voorkomen? Heeft de burgemeester voldoende van zijn bevoegdheden gebruikgemaakt? Waar waren de gebiedsverboden en fouilleerplichten toen ze nodig waren? Was er voldoende en het juiste politiepersoneel aanwezig?

Politiechef Meijboom van het korps Rotterdam-Rijnmond gaf deze week openhartig toe dat er fouten zijn gemaakt: de mobiele eenheid had paraat moeten zijn. Deze vlotte erkenning siert hem.

Hoewel nog niet alle feiten bekend zijn, is het uit getuigenverklaringen aannemelijk geworden dat de politie in het nauw is gedreven en daarbij heeft geschoten. Ook staat wel vast dat een groep hooligans dit strandfeest uitkoos om er met de politie te gaan vechten.

Dit kan een keerpunt betekenen voor ‘Nederland Feest- en Evenementenland’. Als het georganiseerde hooliganisme van de voetbalstadions en treinstellen overschakelt naar de strand- en parkconcerten, uitmarkten en dancefeesten, dan zijn die dus onmogelijk geworden. Dat heeft Aboutaleb goed gezien. Zijn maatregel is daarom tijdig en terecht. De politieke en bestuurlijke aandacht moet gaan naar het hooliganisme als ontwrichtende maatschappelijke factor.

Het is ondenkbaar en onhoudbaar om ieder openbaar toegankelijk straatfeest voortaan als een risico-evenement te behandelen, louter omdat er een groep is die onder publieksdekking met de politie wil vechten. Dat is misschien jammer, maar een ramp is het niet. Er is geen groot maatschappelijk belang gemoeid met het ruimhartig toestaan van gratis toegankelijke massale vermaaksevenementen, die de laatste jaren een grote opgang maakten. Aan gratis divertissement is geen tekort, maar eerder een overschot.

Politiecontrole bij dergelijke evenementen is bovendien allesbehalve gratis. Dergelijke festivals en concerten gedijen zeer goed achter een kassa, met een hek erom en voldoende, zelf gefinancierde beveiliging.