Kabinet laconiek over Vlaamse onrust

Nederland en Vlaanderen zijn in gesprek over de Westerschelde. Premier Balkenende belooft een snelle oplossing. De Vlamingen zijn niet gerust.

In Brussel hadden ze al wat eerder een telefoontje uit Den Haag verwacht, maar vorige week kwam het dan toch: premier Jan Peter Balkenende belde de Vlaamse minister-president Kris Peeters. Die had, zeggen Vlaamse betrokkenen, net een paar uur vrij genomen om te fietsen. Balkenende zei dat Nederland de Vlaamse zorgen over het uitdiepen van de Westerschelde serieus neemt.

In Brussel was er lang twijfel over Nederland: was de Vlaamse woede daar wel doorgedrongen? Nederland moet nu onmiddellijk gaan beginnen met het uitbaggeren van de vaargeul van de Westerschelde, vindt Vlaanderen. Want zo is het afgesproken.

Bij de persconferentie van gisteren, na het bezoek van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Yves Leterme aan Den Haag, was die spanning ook te zien. Een goede buur is beter dan een verre vriend, zei een opgewekte minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA). De reactie van een Leterme, even later: „Je bent buren door geografie [...] maar je kunt alleen vrienden blijven als afspraken worden gehonoreerd.”

Sommige burenruzies kunnen eeuwen duren. Zoals die tussen Nederland en België over de Westerschelde, de zeearm die de Antwerpse haven met de zee verbindt. Sinds 1585, toen Nederland een blokkade van die zeearm instelde die twee eeuwen duurde, is de situatie wel verbeterd. Optimisten dachten dat de Scheldeverdragen uit 2005 een definitief einde aan de twist zouden maken. Maar in de eerste helft van dit jaar kwamen oude gevoeligheden weer boven. Toen bleek dat het Nederlandse kabinet grote problemen heeft om de verdragen uit te voeren.

De voor Vlaanderen belangrijkste afspraak is die over het uitbaggeren van de vaargeul, waardoor ook de grootste zeeschepen 24 uur per dag de Antwerpse haven kunnen bereiken. Nederland had daar al in 2007 mee moeten beginnen en dit jaar klaar moeten zijn. Minister Verburg (Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, CDA) vroeg de Vlamingen om toestemming om pas dit jaar aan de werkzaamheden te beginnen. Dat mocht van de Vlamingen. Maar een maand geleden blokkeerde de Raad van State het begin van de werkzaamheden. De baggervergunning liet volgens het rechtscollege te veel onduidelijkheden bestaan over de natuurschade van het uitdiepen.

Sindsdien zijn de Vlamingen kwaad, en doet het kabinet alsof er niets aan de hand is. Een Vlaamse parlementariër vroeg om een boycot van Zeeuwse mosselen. De Antwerpse havenschepen stuurde een ingezonden brief naar Nederlandse kranten, de Vlaamse premier Kris Peeters ontbood de Nederlandse ambassadeur voor uitleg.

Nederland ontkent dat het problemen heeft met de uitvoering van de verdragen. Verhagen, gisteren: „Afspraak is afspraak, verdrag is verdrag.” En hij beloofde dat het kabinet het baggeren „zonder vertraging” zou uitvoeren. Een merkwaardige en onrealistische uitlating, klinkt het anoniem uit coalitiekringen. Want om dat voor elkaar te krijgen, moet er in vier maanden nogal wat gebeuren: de blokkade van de Raad van State moet worden omzeild, het baggeren moet worden uitgevoerd.

De geruststellende woorden van Verhagen lijken vooral bedoeld voor Vlaamse oren. Bronnen rond het kabinet zijn laconiek over de onrust over de grens. In politiek Den Haag denken ze graag dat de woede vooral bij de Vlaamse bevolking zit, en dat er op politiek en bestuurlijk niveau weinig mis is.

In Vlaanderen zelf weten ze beter: het zijn vooral politici, bestuurders en ondernemers voor wie het nu genoeg is geweest. Zij denken dat Nederland vertragingstactieken gebruikt om de concurrentiepositie van de Rotterdamse haven te versterken. En ze doen van alles om aan hun bevolking uit te leggen waar de onbetrouwbaarheid van Nederland precies zit. Als de Nederlanders niet zelf hadden besloten om de Zeeuwse Hertogin Hedwigepolder niet te ‘ontpolderen’, zou de Raad van State de werkzaamheden aan de Westerschelde nooit hebben stilgelegd. Deze maatregel stond in de Scheldeverdragen als een wettelijk vereiste natuurcompensatie voor de schade door eerdere uitdiepingen van de vaargeul.

Hier gooiden regionale politieke overwegingen roet in het eten. Delen van de Zeeuwse bevolking verzetten zich tegen de ontpoldering. Zij vonden een pleitbezorger in het Zeeuwse CDA-Kamerlid Ad Koppejan, wiens succes volgens sommige bronnen deels te danken is aan de Zeeuwse afkomst van Balkenende. Uiteindelijk stemde het parlement door ratificatie van het verdrag formeel in met ontpoldering. Maar het eiste van minister Verburg dat ze de ontpoldering moest voorkomen door ergens anders natuurcompensatie te vinden.

Het kabinet ontkent dat er verband is tussen het terugdraaien van de ontpoldering en de blokkade door de Raad van State. Maar ook in de coalitie wordt toegegeven dat de milieuorganisaties die de zaak bij de Raad van State aanspanden, dat waarschijnlijk niet hadden gedaan als de ontpoldering was uitgevoerd.

Nu moet het kabinet een uitweg vinden. Er moet snel gebaggerd worden. Er moet natuurcompensatie worden gevonden zonder de Hedwigepolder aan te raken – hoewel coalitiepartner ChristenUnie dat nu weer als optie noemt. Die natuurcompensatie moet dan wel weer voldoen aan de eisen van de Europese Commissie. Natuurorganisaties moeten tevreden worden gesteld, anders blijven ze de uitvoering vertragen.

Morgen hoopt het kabinet een oplossing voor deze politiek-bestuurlijke puzzel te presenteren. De fermheid waarmee kabinetsleden beloven dat alles goed komt, staat in sterk contrast met het abstractieniveau waarmee ze praten over mogelijke oplossingen.

Er circuleren twee opties. Een noodwet maken die beroepsprocedures en milieu-eisen buitenspel zet. Bij de tweede verdieping van de vaargeul omzeilde het kabinet zo ook een blokkade van de Raad. Maar ook een noodwet moet door het parlement. De tweede optie, die sneller is, bestaat eruit de Raad met een nieuw plan te overtuigen dat er wel voldoende aandacht is voor de natuur.

De Vlamingen houden heel scherp in de gaten waar het kabinet mee komt. Een nauw betrokken bron: „Het is mooi dat Nederland belooft de afspraak na te komen, maar voor ons blijft de grote vraag: hoe en wanneer.”