Is een hond wel beter af dan een mens in de zorg?

De Brit Theodore Dalrymple heeft gelijk als hij schrijft dat een hond bij een dierenarts geen maanden hoeft te wachten op een operatie (Opiniepagina, 15 augustus). De vraag is alleen of die hond beter af is dan een mens, zoals Dalrymple stelt. De meeste operaties die bij mensen worden uitgevoerd, vinden bij honden simpelweg niet plaats. Soms ontbreekt de techniek, maar meestal dicteert gezond verstand dat het huisdier de inspanningen niet waard is.

De veterinaire gezondheidszorg kent een pragmatisme dat in de zorg voor mensen logischerwijs ontbreekt. Waar het leven van een hond niet zelden eindigt met een spuitje, zijn vrijwel alle Nederlanders met name in hun laatste levensjaren goed voor enkele honderdduizenden euro`s aan zorgkosten.

Gezondheidszorg is niet te duur voor de armen - gezondheidszorg is alleen te betalen door de allerrijksten. Dat vereist per definitie een landelijk redistributief stelsel. En of dit stelsel nu een verzekeringsstelsel is, of een `egalisatiefonds` zoals Dalrymple voorstelt, de problemen die eruit voortvloeien zijn dezelfde.

Enerzijds is er het gegeven dat mensen die zorg niet uit eigen zak hoeven te betalen, meer zorg vragen dan mensen die dat wel moeten (de zogeheten moral hazard).

Anderzijds ontstaat een aanbodmarkt met een zeer gebrekkige prijsvorming. Dit zijn diepgewortelde economische problemen.

En zolang zorgaanbieders als Theodore Dalrymple (die psychiater is) aangeven dat ze de economie van hun bedrijfstak ”een tikkeltje saai” vinden, en de lezer waarschuwen zich te hoeden voor gezondheidseconomen, zijn oplossingen voor dit probleem vermoedelijk ver te zoeken.