In Kabardino-Balkarië zijn de zonen vermoord

Op de Kaukasus neemt geweld tegen burgers toe.

Ook in de Russische deelrepubliek Kabardino-Balkarië. ‘Het is hier als onder de Stalinterreur.’

Tanks, raketwerpers en vrachtwagens vol zwaarbewapende militairen rollen dreigend in de Stavropol-regio over de weg die de Russische deelrepublieken Kabardino-Balkarië, Ingoesjetië, Tsjetsjenië en Dagestan aaneenrijgt. „Moskouse troepen voor Ingoesjetië”, zegt taxichauffeur Andrej. „Want daar loopt het met al die bomaanslagen lekker uit de hand.”

Afgelopen maanden verloor het Kremlin een groot deel van zijn greep op de Noord-Kaukasus. Wekelijks zijn er aanslagen op de politie, en politici.

Alleen in Kabardino-Balkarië lijkt het rustig. Maar dat is schijn. Dezer dagen wordt in de hoofdstad Naltsjik het proces voortgezet tegen 58 deelnemers aan de opstand op 13 oktober 2005 tegen politie en veiligheidsdienst FSB. Volgens de officiële versie bestormden op die dag tussen de 100 en 200 jonge vrome moslims politiebureaus, gebouwen van de FSB, het vliegveld en twee wapenwinkels, uit woede over hun systematische onderdrukking door de politie. Bij de gevechten werden 35 politie- en FSB-agenten en 14 burgers gedood.

Maar een dag later lag het aantal gedode burgers ineens op 72 en twee dagen later waren het er 95. En er komen er nog geregeld bij, want de politie in Kabardino-Balkarië jaagt op orthodoxe moslims als op groot wild. De antiterreurwetten die na ‘9/11’ zijn ingevoerd geven hen vrij spel.

Naast het gebouw van het Openbaar Ministerie wiegen vijf moeders foto’s van hun volwassen zonen. Ingelijst of los. Mooie jongens van in de twintig met een gedeeld lot: ze zijn doodgeschoten tijdens of kort na de opstand.

De 53-jarige Raja Keresjeva rouwt om haar beide jongens. 25 en 21 waren ze. „Ik heb geen kinderen meer”, zegt ze bitter. „De politie beweert dat ze tijdens de opstand zijn omgekomen, maar waarom mochten we ze niet begraven en zijn ze door de politie in het geheim gecremeerd? Waarom kregen we dat pas na een jaar te horen? Ik wil gerechtigheid.”

Volgens de 53-jarige advocaat Larissa Dorogova was de opstand een uit de hand gelopen protest tegen religieuze onderdrukking. „Er waren veel minder betogers dan achteraf werd beweerd”, zegt ze aan een tafeltje in café Salam, tegenover het gebouw van het OM. „En onder hen bevonden zich al helemaal geen extremisten.”

Het waren volgens haar toevallige passanten, of jongens die pas werden gearresteerd na afloop van de gevechten. Later zei de politie dat ze tijdens de opstand waren gedood. Dorogova’s zoon Chadzjimoeratov is ook opgepakt en staat nu terecht.

In de aanklacht tegen de jongens staat dat ze de stad wilden innemen als opmaat voor de vestiging van een kalifaat op de hele Noord-Kaukasus. Dat zeggen autoriteiten steeds om de terroristische aanslagen in die regio te verklaren. Maar het gaat voorbij aan de ware redenen voor het geweld, zoals de grote werkloosheid, de corruptie bij politie en veiligheidsdiensten en de elkaar bestrijdende clans.

In Kabardino-Balkarië is de onderdrukking van vrome moslims nog een extra factor. „Jongeren kiezen hier voor de orthodoxe islam uit verzet tegen de armoede, de corruptie, de diefstal van overheidsgeld door onze bestuurders”, zegt Dorogova. „Orthodoxe moslims willen zuiver en eerlijk leven, zoals de koran voorschrijft. Als je nuchter bent, zoals zij, dan zie je veel beter wat er mis is in deze maatschappij. Bijvoorbeeld dat de politie hier de narcoticahandel en de prostitutie beheerst.”

Dorogova vertelt dat in augustus 2004 in Naltsjik vijf van de zes moskeeën zijn gesloten. Eerder al werden gelovige moslims door politie en FSB in elkaar geslagen en soms zelfs vermoord. Als de gelovigen wilden bidden op het terrein rondom de moskee, werden ze opgepakt. „Omdat het vrijdaggebed collectief plaatsvindt, kwamen ze bij particulieren thuis bijeen, waar de politie dan binnenviel. Het meest vernederend was nog dat de politieagenten een kruis in het haar van de gearresteerden schoren.”

Tegenover haar aan tafel nipt de 57-jarige Mariam Achmetova van haar thee. Haar zoon Edoeard Mironov is ook een van de beklaagden. „Hij werd een maand na de opstand gearresteerd”, zegt ze. „Zijn huis werd omsingeld en in brand gestoken. Zijn vrouw afgetuigd. Hun kinderen zijn op straat gezet in de kou. Edoeards vriend probeerde te vluchten, maar werd doodgeschoten.”

Ze haalt diep adem en gaat op kalme toon verder. „De minister van Binnenlandse Zaken was tien minuten later ter plaatse en begon de politie uit te foeteren omdat ze Edoeard niet ook hadden doodgeschoten. Toen de brandweer kwam om te blussen, verbood hij dat. ‘Hier woont tuig’, zei hij. ‘We zouden de hele straat moeten platbranden, omdat er binnen vijf jaar alleen maar terroristen wonen’. ”

Edoeard werd naar een speciale gevangenis overgebracht, waar de hel begon, vertelt Mariam. Hij werd gemarteld, er waren schijnexecuties. „Zo is het al die jongens vergaan. Ze zijn inmiddels ziek door die martelingen.”

Op 18 mei werd ook Mariams jongste zoon gearresteerd. Hij werkte met drie anderen op straat, toen de politie kwam. „Die agenten hebben een granaat en kogels in hun jaszakken gestoken en hen op grond daarvan gearresteerd. Zo worden honderden mannen in ons land opgepakt. Al hun familieleden komen daarna op een geheime lijst van de politie te staan met namen van moslimterroristen. Het is hier als onder de Stalinterreur.”

Een paar kilometer verderop zit de 29-jarige Tsjetsjeense advocaat Magomed Aboebakarov in het vrijwel lege Café Verdi. Hij verdedigt enkele verdachten en is vertegenwoordiger van mensenrechtenorganisatie Memorial op de Noord-Kaukasus. „In Kabardino-Balkarië ging het mis toen in 1999 een lijst met namen van orthodoxe moslims werd opgesteld. De antiterreurwetten uit 2001 stellen de politie in staat de stoffelijke resten van gedode verdachten van terrorisme niet vrij te geven. Door die wetten kan de politie iedereen ombrengen zonder dat er ooit een lijkschouwing komt. Het onderzoek wordt gestaakt als een terreurverdachte is overleden.”

„In Ingoesjetië en Tsjetsjenië is de orthodoxe islam niet verboden en worden burgers opgepakt om andere redenen dan hun geloof. Maar in Kabardino-Balkarië wordt bewust een islamitische vijand geschapen.”

Een andere factor voor de toegenomen spanningen op de Noord-Kaukasus is dat Moskou geld naar die regio stuurt voor terrorismebestrijding, dat volgens Aboebakarov in de zakken van de lokale autoriteiten verdwijnt. „Zolang die autoriteiten volhouden dat ze met terrorisme te maken hebben, blijft dat geld komen. De kans dat de situatie hier net zo uit de hand loopt als in Ingoesjetië en Tsjetsjenië is dan ook groot. Door het gewelddadige overheidsoptreden is een vendetta ontstaan die makkelijk kan omslaan in een burgeroorlog.”