Den Haag laat beachvolleybal verder groeien

De beachvolleyballers spelen in Scheveningen voor het eerst de World Tour. Het moet de opmaat zijn voor toewijzing van de WK in 2015. Maar wil het publiek wel betalen?

Ondanks het matige weer waren op zomaar een woensdagavond redelijk veel volleybalveldjes bij het ‘beachstadion’ in Scheveningen bezet. Het aantal strandvolleyballers groeit snel. De publieke belangstelling blijft wat achter. Daar moet verandering in komen, vinden de volleybalbond en de gemeente Den Haag.

Met de World Tour, die deze week voor het eerst in Scheveningen is neergestreken, hopen bond en gemeente de belangstelling aan te wakkeren. Na de EK en WK is de World Tour het hoogste podium voor de beachvolleyballers. Dit reizende circus doet plaatsen aan als Sjanghai, Moskou en Brasilia. En de komende drie jaar ook Scheveningen. Het toernooi behoort alleen (nog) niet tot de grandslamserie, die met extra prijzengeld gedoteerd is. In Scheveningen is de prijzenpot gevuld met 190.000 dollar, ongeveer 135.000 euro.

Bij de mannen hebben Reinder Nummerdor en Richard Schuil drie keer een World Tour-toernooi gewonnen. Bij de vrouwen waren Sanne Keizer en Marleen van Iersel dit jaar derde in Osaka.

De World Tour dient als opstap voor de WK, die de Haagse sportwethouder Sander Dekker (VVD) in 2015 hoopt binnen te halen.

Bij zijn aantreden vroeg Dekker zich af waarmee Den Haag zich op sportgebied kon onderscheiden. „Den Haag is in Nederland de enige grote stad aan zee; daarmee zijn we onverslaanbaar.”

De gemeente maakte met de volleybalbond (NeVoBo) en voetbalbond (KNVB) de afspraak dat Scheveningen de thuisbasis wordt voor het strandvolleybal en -voetbal. Verder wist Den Haag de Nederlandse topzeilers van Medemblik naar Scheveningen te lokken en wil de gemeente de surfers aan zich binden. Dit jaar werd een tijdelijke surfdorp (tot en met eind 2010, red.) bij het Scheveningse havenhoofd geopend.

Voor studerende topsporters is aan de Statenlaan het Huis voor de Topsporter gerealiseerd. Daar wonen onder anderen beachvolleyballers, voetballers en zeilers. Sanne Keizer (24) verhuisde ook voor haar sport naar Den Haag, maar zij geeft de voorkeur aan een eigen appartement in Mariahoeve. Over de ontwikkeling van Den Haag als strandsportstad zegt Keizer: „Je ziet de groei. Het stadion is al drie keer zo groot geworden en voor beachvolleybal is een overdekte hal waar bij slecht weer getraind kan worden.”

Nu nog de uitstraling waarvan in andere landen wel sprake is, met Klagenfurt (Oostenrijk), Stavanger (Noorwegen) en Gstaad (Zwitserland) als voorbeeld. In die steden trekken de beachvolleybaltoernooien moeiteloos tienduizend mensen. Ter vergelijking: het stadion in Scheveningen biedt plaats aan zo’n tweeduizend toeschouwers. In Klagenfurt liggen volgens Keizer mensen in de rij voor een kaartje. „Als Klagenfurt dat zonder strand kan organiseren, dan moet dat toch ook in Den Haag kunnen?”

Dat het beachvolleybal – sinds 1996 een olympische sport – de potentie heeft groter te worden, daarvan zijn betrokkenen overtuigd. Michel Everaert, beachvolleybalmanager bij de NeVoBo, staaft die bewering met cijfers. „In 2004 waren er vier beachvolleybalclubs, nu naar schatting tachtig. De bondsbegroting voor het beachvolleybal bedroeg toen 50.000 euro, momenteel ongeveer 1,5 miljoen. Everaert voorpelt dat beachvolleybal over een twintigtal jaren de zaalvariant voorbij is gestreefd. „Dan heeft ieder dorp een eigen beachvolleybalclub.”

Beachvolleybal in Nederland onderscheidt zich van andere landen met de vele recreatieve wedstrijden rond internationale toernooien. In het buitenland gaan mensen naar het beachvolleybal kijken, in Nederland spelen ze het zelf. Topspeler Nummerdor: „Buitenlanders kijken hun ogen uit als ze hier honderd veldjes rond het stadion zien liggen.”

De vraag is of de recreatieve spelers en nieuwsgierige passanten bij de World Tour een kijkje zullen nemen in het stadion. Een mogelijke drempel kan de toegangsprijs (vijf euro, red.) zijn. Het is voor het eerst dat er in Nederland betaald moet worden om naar beachvolleybal te kijken. Bij de Nederlandse kampioenschappen waren de tribunes in Scheveningen ondanks de gratis toegang niet volledig bezet. De spelers zijn niet enthousiast over het entreegeld, dat overigens alleen geldt voor de wedstrijden op vrijdag, zaterdag en zondag, maar de bond rekent desondanks op 15.000 betalende bezoekers bij de World Tour.