China gaat misstanden bij orgaandonaties bestrijden

Met een nieuw systeem voor het vrijwillig afstaan van organen wil China een einde maken aan de illegale handel in organen van geëxecuteerde gevangenen en aan andere zwartemarktpraktijken. Het nieuwe systeem moet de legale vraag en het aanbod van organen beter op elkaar afstemmen.

Ongeveer een miljoen mensen in China hebben jaarlijks nieuwe organen nodig, maar slechts 10.000 van hen krijgen daadwerkelijk een hart, lever of nier. Mede daardoor is een grote zwarte markt ontstaan die wordt gevoed door handelaren in organen van ter dood veroordeelden die de kogel hebben gekregen. Het ‘oogsten’ van organen van gevangenen werd in 2005 erkend door een Chinese overheidsarts, maar is sindsdien gebagatelliseerd.

Bij de presentatie van het nieuwe, experimentele donorensysteem – een databank met vraag en aanbod en een transportmechanisme – werd het gebruik van organen van gevangenen bekritiseerd als „zeer corruptiegevoelig” en „geen juiste bron”.

In staatskranten is nu ook voor het eerst openlijk erkend dat de handel in organen van gevangenen ertoe leidde dat alleen rijke patiënten of hun familieleden in staat waren nieuwe organen te bemachtigen op de zwarte markt. Deze praktijk werd vorig jaar in de aanloop naar de Olympische Spelen in Peking nog ontkend, toen bekend werd dat zeventien Japanners in China levers en nieren hadden gekocht voor 87.000 dollar per stuk.

Het ministerie van Gezondheidszorg heeft geen bezwaar tegen ter dood veroordeelden die vrijwillig en na medisch onderzoek organen afstaan. In China bestaat nog steeds grote weerstand tegen het afstaan van organen na de dood.