Cassettebrief aan mijn ouders

Driss Tafersiti kwam als jonge Marokkaanse gastarbeider naar Nederland. Hij bleef. Wekelijks feuilleton over zijn belevenissen.

Ik heb een vriendin. Zij is verliefd op mij, ik ben verliefd op haar. Jolanda heeft tegen mij gezegd dat we verkering hebben. Verkering betekent volgens Jolanda het volgende: je bent van elkaar zonder getrouwd te zijn. Maar ik wist het zeker, met haar wilde ik een traditioneel Marokkaans huwelijksfeest van drie dagen hebben. Ik zag het helemaal voor me. Mijn neef Mustapha zou liefdesliederen zingen, terwijl Kemal de Turk op zijn sas zou spelen. En er zou eten zijn, heel veel eten; tajines met vlees en pruimen, couscous bedekt met kaneel en suiker en schalen met alle denkbare fruit.

Jolanda wilde er niets van weten. Als ik haar mijn fantasieën vertelde, dan moest ze lachen. Maar voor mij was het een serieuze zaak. Huwelijk was de enige verkering die ik kende. Al dat gedoe vooraf was zinloos, als het uiteindelijk toch tot een huwelijk zou leiden.

Ik had het in mijn hoofd tot in de kleinste details gepland. Mustapha en Kemal zouden samen met mij bij Jolanda’s ouders langs gaan om haar hand te vragen. Als mijn oudste familielid in dit land zou Mustapha het woord tot de vader van Jolanda richten: „Meneer Tielemans, dit is mijn neef Driss. Hij wil met uw dochter trouwen. Driss is een goeie jongen en een harde werker. Hij heeft zich op zijn werk nog nooit ziek gemeld. Hij zal een uitstekende echtgenoot zijn voor uw dochter. Hij zal haar niet slaan en ze mag alles eten wat ze wil, ook varkensvlees. En als ze naar school wil blijven gaan, dan mag dat van Driss. Toch, Driss?” Ik zou in nederige houding op de bank zitten: ogen op de grond gericht, handen tussen de knieën, en als mij een vraag werd gesteld zou ik alleen maar knikken. Kemal zou mierzoete koekjes bakken voor mevrouw Tielemans. En als de ouders akkoord zouden gaan met ons aanzoek, dan zouden we op z’n Marokkaans joelen: Joei-joei-joei-joei!

Het plan dat ik had bedacht, was perfect. Op een ding na: hoe moest ik dit aan mijn ouders vertellen? Ze hadden me naar Europa gestuurd om geld te verdienen, niet om te trouwen.

Mustapha kon zijn pret niet op: „Eerst Nederlands leren en nu zelfs plannen maken om met een Nederlandse te trouwen. Je ouders zullen de Middellandse Zee over zwemmen en je aan je oren terug naar Marokko slepen als ze hierachter komen.”

Toch was Mustapha niet blind voor mijn lijden. Hij pakte op een dag de cassetterecorder en stopte er een cassette in. „We gaan een cassettebrief naar je ouders sturen. We gaan ze overtuigen waarom Jolanda de beste vrouw voor jou is.” Hij drukte op ‘rec’ en ik deed mijn verhaal. „Bismi allahi arahmani arahim. Vader, moeder, ik ben het die tegen jullie praat, Driss, jullie zoon, herkennen jullie mij? Hoe is het daar, valt er regen? Hoe is het met de dieren? Gaat het goed met de buren? Ik hoop dat jullie allemaal gezond zijn. Met mij gaat het goed. Ik heb werk en ik heb me nog nooit ziek gemeld. Het gaat goed hier. Ik wens jullie een boot vol met zegeningen toe. Vader, moeder, ik wil het graag over iets hebben met jullie…”

Stotterend en met een rood hoofd vertelde ik ze over Jolanda. Ik had nog nooit met mijn ouders over een vreemde vrouw gesproken, laat staan over een Europese vrouw. En al helemaal niet in termen van een huwelijk.

Maar het inspreken van de cassette luchtte op. Over een paar maanden zou ik hun antwoord ontvangen. Ook op cassette. In de tussentijd zou ik blijven dagdromen over het huwelijk met mijn droomvrouw.

Driss Tafersiti