Burgemeesters in oorlogstijd

Een topstuk uit het Spaarpottenmuseum

Ik denk dat ik wel weet wat kunstenaars van politici vinden. Politici zijn handige jongens, zich als eerste ontfermend over de belastingcenten die binnenvloeien en tuk op het gezelschap van bierbrouwers en bankiers.

Ik denk dat ik wel weet wat politici van kunstenaars vinden. Types die met overbodige en rare dingen bezig zijn, en nog ordeloos ook. ’t Is dat we in een boekje hebben gelezen dat kunst respect verdient, aldus de politici, maar het wordt tijd het onderwijs zo in te richten dat die boekjes voorgoed verdwijnen.

Ik ken nauwelijks politici met culturele bagage. Ik ken nauwelijks kunstenaars met politiek benul. Er gaat veel geld van de staat naar de kunst. Waarom? Goeie vraag. Het zal iets te maken hebben met schaamtegevoel en dat gevoel zal weer te maken hebben met het respect uit de boekjes die er helaas nog zijn en nodig moeten worden opgeruimd.

De politiek staat een paar centen af aan de kunst, dat is zeker. Met pijn, want politici kunnen zo duizend betere bestemmingen opsommen. Hier moet ik me inhouden. Kunstenaars bukken zich en rapen het geld op dat uit de overheidsvensters wordt gegooid.

Ik herinner me niet anders of kunst en overheid liggen met elkaar overhoop. ’t Mooist is altijd het kronkelen, draaien en likken van de lui die tussen kunstenaars en politici in hangen, de bestuurslaag die de centen verdeelt. De fondsdirecteuren, de adviesraadleden, de museumkoepels. Ze moeten dikke maatjes met de politici blijven, maar kunnen de kunstenaars niet écht overboord gooien.

De Volkskrant vroeg een paar bestuurlijke mee-eters naar hun mening over de strijd die de Amsterdamse wethouder van cultuur Carolien Gehrels heeft aangebonden tegen Thorbeckes adagium ‘kunst is geen overheidszaak’. Politici moeten juist ingrijpen in de kunst, vindt zij, en van de kunst eisen dat ze ‘een bijdrage levert aan het samenleven’ en ‘een beeld geeft van de diversiteit’.

De traditie wil dat Amsterdamse cultuurwethouders evenveel verstand van cultuur hebben als een toiletontstopper van hoofdrekenen. Maar de ‘publieksvriendelijkheid’ van kunst schijnt ineens een dringende vereiste. Andries Mulder, directeur van het Amsterdams Fonds voor de Kunst, prijst de wethouder: ‘Als de kunstwereld zelf niet ingrijpt, dan doen anderen dat, misschien wel de PVV.’ Ah! Daar komt meteen de aap uit de mouw.

Laat ons de kunstliefde en de wijsheid van politici prijzen, piepen de de kunstraden ineens. Geef ze volmacht. Anders gaat straks al onze poen rechtstreeks naar het spaarpottenmuseum.