Binnen vijf minuten al klaar

Ruben Houkes werd al in de eerste ronde van de WK judo in Rotterdam geveegd.

Dat was slikken voor de man die in 2007 nog wereldkampioen werd.

Ruben Houkes kan weer een rouwproces in. Het was de montere conclusie van de Nederlandse judoka nadat hij gisterochtend verrassend in de eerste ronde van de wereldkampioenschappen in Rotterdam was uitgeschakeld. De regerend wereldkampioen (2007) en winnaar van de bronzen olympische medaille (2008) deed zelfs even denken aan de doemdenker die hij zo’n vier jaar geleden was.

Want Houkes zocht na afloop de oorzaak van zijn vroege aftocht van de oranjegekleurde tatami in de kracht van zijn gewichtsklasse. Hij is met zijn 1,76 meter de langste judoka in de lichtste gewichtsklasse (-60 kg), die wordt gedomineerd door behendige Aziaten en Oost-Europeanen. Slechts tien van de zestig deelnemers waren met de woorden van Houkes „pannekoeken”, de anderen konden met kleine verschillen van elkaar winnen en verliezen.

De wereldkampioenschappen in Ahoy duurden nog geen vijf minuten voor de titelverdediger. De tot Canadees genaturaliseerde Braziliaan Sergio Pessoa wierp Houkes 31 seconden voor het einde van de partij op zijn rug, nadat de judoka van het Haarlemse Kenamju zich tot een „rare aanval” had laten verleiden. „Dit is doodzonde”, zei Houkes. „Deze teleurstelling zal me lang bijblijven, maar gelukkig heb ik in mijn loopbaan niet alleen maar verloren.”

De laatste opmerking tekent de instelling waarmee Houkes anno 2009 op de tatami stapt. Hij memoreerde in Ahoy nog eens hoe kapot hij was geweest toen hij geen startbewijs had behaald voor de Olympische Spelen van 2004 in Athene. De in Schagen geboren zoon van een klokkenmaker trainde misschien wel het hardst van allemaal, maar zag zijn inzet nooit beloond bij internationale titeltoernooien. Prestaties bleken niet uit te rekenen als een som, waardoor de last van de strijd tegen zijn natuurlijke gewicht, de spanning en het reizen te zwaar werd. Meerdere keren vertrouwde hij bondscoach en vriend Maarten Arens toe dat hij overwoog te stoppen.

Arens en Cor van der Geest, clubtrainer bij Kenamju en nu technisch directeur van de judobond, interpreteerden de twijfels in 2005 als een schreeuw om hulp. Met hulp van sportpsycholoog Jan Huijbers leerde Houkes genieten van het trainingsproces naar titeltoernooien. Hij kreeg oefeningen ter ontspanning, positivisme en visualisatie van zijn beste momenten als judoka. ‘Je bent wat je denkt’, was de les die de judoka uit de mentale training trok.

De twee bronzen medailles die volgden bij Europese kampioenschappen bleken een voorbode van de wereldtitel in september 2007. In de chaos van Rio de Janeiro vocht Houkes zich in een roes naar de gouden medaille. Hij was zo verrast, dat hij op de terugvlucht naar Amsterdam steeds wakker schrok om te controleren of de medaille in zijn bagage zat. „Mijn leven is helemaal veranderd nadat ik wereldkampioen ben geworden”, blikte hij gisteren terug. „Die titel ben ik vandaag ook niet kwijtgeraakt. Ik ben een keer wereldkampioen geworden en dat blijft.”

De zilveren medaille bij de EK en het olympisch brons van vorig jaar beschouwde Houkes al als „slagroom op de taart”. Ook judode hij met het besef dat hij na ‘Peking’ aan zijn elleboog werd geopereerd. Dit seizoen begon hij met enkele blessures, waardoor hij acht weken geen judotraining kon doen, maar alleen kracht- en conditietraining.

Toch moest hij bij zijn onttroning in Ahoy even slikken. „Daar gaan we weer”, zuchtte hij. „Ongelofelijk, want ik was mentaal en fysiek helemaal top. Ik wilde hier voor eigen publiek voor een medaille gaan en word in de eerste ronde geveegd. Ik weet niet hoe lang dit proces zal duren. Veel judoka’s genieten maar even en staan lang stil bij teleurstellingen.”

Houkes wilde niet uitweiden over zijn toekomst. Hij is nu dertig jaar en begon vier jaar geleden met oud-judoka Ziggy Tabacznik in Haarlem een sportmarketingbureau dat intussen zeven werknemers heeft. Hoewel Houkes dit seizoen in ieder geval nog met zijn club wil judoën, storen de nieuwe regels in de sport hem. „De wereldjudobond regeert vanuit de ivoren toren, maar ik zeg nog niet dat ik stop. Eind dit jaar neem ik een beslissing.”