Beeldende kunst

Op internationale tentoonstellingen als Documenta en Manifesta viel de afgelopen jaren op dat kunstenaars met hernieuwde interesse naar de historische avant-gardebewegingen terugkijken. Opeens zag je overal odes aan de ideologieën van het modernisme. Die trend lijkt nu ook overgeslagen op de Nederlandse musea. Het Van Abbemuseum gaat op 19 september van start met een driedelige tentoonstelling over El Lissitzky. De expositie Alexander Rodchenko – Revolution in photography, die Foam vanaf 18 december organiseert, sluit hier mooi op aan. Van de Russische avant-gardist zullen tweehonderd foto’s worden getoond, waarvan een groot deel nooit eerder in het Westen te zien is geweest. Het Haags Gemeentemuseum blikt vanaf 17 oktober terug op de bron van de abstracte schilderkunst met de blockbuster Cézanne – Picasso – Mondriaan. Iets later, op 20 oktober, opent in De Lakenhal de tentoonstelling Theo van Doesburg en de internationale avant-garde, waarin behalve het werk van de veelzijdige Nederlander ook dat van tijdgenoten als Gino Severini, Kurt Schwitters, Hans Arp en Vilmos Huszár te zien is. En het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem laat vanaf 14 november zien hoe Edgar Fernhout zich ontwikkelde van een realistische schilder tot een abstract kunstenaar op de tentoonstelling Edgar Fernhout modernist. In het nieuwe jaar besteedt het Haags Gemeentemuseum nog meer aandacht aan historische kunststromingen op de tentoonstellingen Der Blaue Reiter (vanaf 6 februari) en Meer dan kleur (vanaf 11 april), over het fauvisme en het expressionisme. De Amsterdamse Hermitage pakt vanaf 6 maart uit met de tentoonstelling Wortels van de moderne kunst, waar onder meer topstukken van Braque, Matisse en Picasso getoond worden. Op het gebied van de hedendaagse kunst zijn er weinig verrassende nieuwe talenten te verwachten. Wel komt een aantal gevestigde sterren, onder wie Bill Viola (De Pont), Elizabeth Peyton (Bonnefantenmuseum) en Carsten Höller (Boijmans Van Beuningen).