Aandacht voor paard leidt tot dressuurtitel

Bij de landenwedstrijd op Windsor Castle in Engeland behaalde het dressuurteam gisteren een van de mooiste overwinningen uit de geschiedenis. Met dank aan de ‘Hollandse school’.

Rotterdam, 27 aug. In het voetbal is het een veelgebruikte term. Maar in de paardensport deed hij gisteren pas zijn intrede. „Wat ons geheim is”, vroeg dressuurbondscoach Sjef Janssen gisteren na de klinkende overwinning in de landenwedstrijd van de EK op Windsor Castle. „De Hollandse school. We passen ons aan bij het paard. Zo houd je hem te vriend en wil hij voor jou presteren. Elk paard wordt anders getraind, want elk paard is verschillend.”

Met de Hollandse school behaalde Nederland gisteren een van de mooiste overwinningen in de dressuurgeschiedenis. Want het was niet zo zeer de uitslag van de wedstrijd – Nederland won goud, Engeland zilver, Duitsland brons – maar de manier waarop Edward Gal, Anky van Grunsven, Adelinde Cornelissen en Imke Schellekens-Bartels de winst naar zich toetrokken. Gal reed met zijn negenjarige hengst Totilas de beste score ooit (84,085) in een Grand Prix en het totaalresultaat van de equipe was eveneens een wereldrecord: 238,595.

Dat Gal de beste individuele prestatie leverde, kwam niet als een verrassing; vorige maand vestigde de ruiter uit Harskamp ook al een wereldrecord bij de kür op muziek. Verrassender was het dat Adelinde Cornelissen dinsdag de basis legde voor het teamgoud met een proef die door sommige kenners als de beste van het landentoernooi wordt beschouwd. Met haar debuut op een internationaal kampioenschap brak de amazone uit Beilen definitief door. De teleurstellende ervaring bij de wereldbekerfinales in Las Vegas – waar haar paard Parzival een peesblessure opliep – was snel vergeten.

De enige die (nog) niet aan de verwachtingen kon voldoen op Windsor Castle is Anky van Grunsven. In de hele proef van de drievoudig olympisch kampioene zaten kleine storingen, wat haar een zesde plaats in de algehele rangschikking opleverde – net voor collega Schellekens-Bartels. Hoewel Van Grunsven haar best deed de tegenvallende score te relativeren – „we hebben ook veel goede dingen hebben laten zien” – was aan de getergde uitdrukking op het gezicht van echtgenoot Sjef Janssen af te lezen dat niet alles op rolletjes liep. Toen Van Grunsven en Salinero hadden afgegroet, maakte de bondscoach zich snel uit de voeten. Een pittig gesprek zou ongetwijfeld nog volgen.

Janssen erkende dat Duitsland door het dopingschandaal rond dressuurvedette Isabell Werth niet op volle sterkte had kunnen aantreden; zonder haar behaalden de Duitsers hun slechte prestatie ooit op een EK. „Maar ook al had Duitsland dat wel gekund, dan nog hadden wij gewonnen”, zei de Limburger. „Duitsland heeft altijd gewonnen, maar is daardoor op een gegeven moment stil blijven staan. Men dacht dat het allemaal vanzelf ging. Al hun goede trainers waren oud en zijn nu dood. Nu doet iedereen daar wat anders. Dat lijkt me niet goed.”

Als altijd reageerde Janssen ingetogen op het succes van zijn pupillen. Hij fleurde naar eigen zeggen pas op toen hij bij de prijsuitreiking naast prinses Haya, de voorzitter van de internationale paardenbond FEI, werd geplant. „Wat zag zij er goed uit”, reageerde hij na afloop verrukt.

Janssen zag in dat het wel wat uitbundiger mocht, maar met zijn kritische instelling had hij het wel ver gebracht. „De lat ligt hoog”, zei de bondscoach laconiek. „Ik zie nog mogelijkheden voor verbetering.” Een zijdelingse opmerking waar veel van zijn collega’s wakker van zullen liggen.