Zorgen over het Nederlandse koraalrif

Nederland krijgt er in 2010 drie gemeenten bij: Saba, Bonaire en St. Eustatius. De bescherming van hun natuur is nog niet geregeld.

Nevelwouden, zeldzame koraalriffen en broedplekken van zeeschildpadden – Nederland annexeert eind volgend jaar meer dan 14.000 hectare uniek natuurgebied in het Caraïbisch gebied. Maar het ministerie van Landbouw en Natuur (LNV) weet nog niet wie over het beheer ervan moet gaan.

Volgend jaar worden de Antilliaanse eilanden Bonaire, St. Eustatius en Saba bijzondere gemeenten van Nederland en daarmee Nederlands grondgebied. Het hoogste punt van Nederland is dan niet meer het drielandenpunt bij Vaals, maar de hoogste bergtop van Saba (887 meter). Bezoekers van het drielandenpunt worden daar nu al met borden op gewezen. „We vóélen ons bestuurlijk verantwoordelijk voor die natuurgebieden”, zegt een woordvoerder van LNV. „Maar hoe we daar invulling aan geven, moet nog worden uitgezocht.”

Natuur was een ondergeschoven kindje tijdens de onderhandelingen over de toekomst van de Antilliaanse eilanden, stelde de Raad Landelijk Gebied, adviesorgaan van het ministerie, onlangs vast in Koraalriffen in Nederland. Terwijl voor Nederland kenmerkend historisch landschap als duinen, heide en akkerranden binnenkort wordt verrijkt met koraalrif, nevelwoud en zo’n 14.500 plant- en diersoorten, is de beheersverantwoordelijkheid nog nauwelijks geregeld.

Het eilandbestuur van St. Eustatius, waarvan ruim een kwart als natuurgebied wordt aangemerkt, luidde deze maand de noodklok bij minister Verburg (LNV, CDA). Dat eilandsbestuur krijgt, na opheffing van het Antilliaanse landsbestuur, voorlopig de bestuurlijke verantwoordelijkheid over de natuurgebieden. En daar voelt het niet veel voor. „Een gemeenschap van zo’n 3.000 inwoners wordt dan belast met die verantwoordelijkheid. Dat is vergelijkbaar met het opdragen van het beheer van de Hoge Veluwe aan het dorp Hoenderloo. Niemand in Nederland zou dat begrijpen”, schreef gezaghebber G. Berker.

Nederlands grondgebied of niet, tot 2015 blijft de Antilliaanse natuurwetgeving van kracht, bevestigt LNV. Het ministerie heeft 1,3 miljoen euro beschikbaar voor natuurbeleid op de drie eilanden. Daarvan is 1 miljoen bestemd voor dierenwelzijn, niet voor natuurbeheer. Te weinig, vindt de Raad Landelijk Gebied. Extra geld, kennis en personeel is nodig om waardevolle natuur en biodiversiteit te behouden. Voorkomen moet worden dat de natuurbelangen van de nieuwe gemeenten „ongemerkt verdwijnen in allerlei politiek budgettaire afwegingen”.

LNV stuurt straks een kwartiermaker naar de Caraïben, zegt de woordvoerder. „Samen met VROM bekijken we hoe we met behulp van bestemmingsplannen bescherming kunnen bieden. Dat kan ertoe leiden dat natuurgebieden daar een beschermde status krijgen.” Ze vindt het eilandbestuur nogal vroeg met waarschuwen. „We gaan onze verantwoordelijkheid nemen.”

St. Eustatius is niet gerust. Natuurbeheer vergt geld en mankracht. Berker: „Dat kan niet met een halftime kwartiermaker voor drie eilanden die de situatie eerst eens rustig gaat bestuderen.”

Eerdere artikelen op nrc.nl/antillen