Woordenbrij waar geen einde aan komt

Inglourious Basterds Regie: Quentin Tarantino. Met: Brad Pitt, Christopher Waltz.In: 78 bioscopen.*

Mag dat zomaar? Kun je een groep joods-Amerikaanse soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog afschilderen als een bende psycho’s die zich van dezelfde bloeddorstige methoden bedienen als de nazi’s? In de VS heeft een aantal commentatoren zich eraan gestoord dat in Inglourious Basterds, de nieuwste film van Quentin Tarantino, hun landgenoten zo, al martelend en moordend, door het door Duitsland bezette Frankrijk trekken.

Hoe gaat dat? De ‘Bear Jew’ (Eli Roth) slaat gaarne de hoofden van nazi’s van hun romp met een honkbalknuppel en de leider van het commando, luitenant Aldo Raine (Brad Pitt) kerft hakenkruizen in het voorhoofd van nazi’s. Van elk van zijn manschappen eist hij honderd scalpen van de nazi’s die ze hebben omgebracht.

De vraag naar het morele gehalte van zulke taferelen is relevant, maar het is ook evident dat de film zich op geen enkele manier serieus buigt over welke historische gebeurtenis dan ook. Inglourious Basterds verwijst, net als alle andere films van Tarantino, uitsluitend naar typen en scènes uit andere films, primair afkomstig uit pulpgenres: van oorlogsfilms als The Dirty Dozen tot spaghettiwesterns.

Brad Pitt figureert prominent op de posters en in de trailer van de film, maar zijn aandeel aan Inglourious Basterds is bescheiden. Hij is van alle acteurs ook op afstand de zwakste; hij spreekt met watten in zijn mond en een vet hillbilly-accent, steeds met de suggestie dat hij ook niet weet waarom hij doet wat hij doet.

In Duitsland is Inglourious Basterds opmerkelijk positief ontvangen. De wilde, onbezonnen manier waarop Tarantino thema’s te lijf gaat die in Duitsland alleen met de grootst mogelijke omzichtigheid ter sprake kunnen worden gebracht, wordt daar door veel recensenten als verfrissend ervaren. Dat is begrijpelijk, maar er zit toch ook een twijfelachtige kant aan: als joden zich net zo wreed en bloeddorstig gedragen als nazi’s, ook al is het maar voor de duur van een tamelijk onzinnige film, dan maakt dat het diepe Duitse schuldgevoel toch eventjes wat lichter. Dat is ook weleens prettig, al kost het dan een paar hoofdhuiden.

Op enig moment moet Quentin Tarantino zijn gaan geloven dat hij een groot schrijver is. Anders valt de eindeloze woordenbrij van Inglourious Basterds niet te verklaren, ruim 2,5 uur verbale incontinentie, zo tergend voor de toeschouwer dat de verleiding groot is om naar het scherm te roepen: hou toch eens vijf minuten je waffel! De figuren op het doek zullen dat niet horen, want ze zijn voortdurend zelf aan het woord.

Tarantino heeft de taal zowel tot thema als tot een belangrijk element van de plotwendingen in de film gemaakt. In tegenstelling tot de meeste andere Hollywoodfilms, laat hij niet al zijn personages Engels spreken, maar waar nodig ook Frans, Duits en Italiaans.

Al die wisseltrucs met taal leiden niet tot meer geloofwaardigheid, integendeel, ze versterken juist het kunstmatige karakter van Inglourious Basterds. De SS’er Hans Landa (een geestige, maar overdreven de hemel in geprezen rol van de Oostenrijkse televisieacteur Christoph Waltz) blijkt een talenwonder te zijn. In de eerste scène – overigens de beste van de film – zit hij een Franse boer te verhoren die onderduikers herbergt, maar wel in het Engels, want deze Franse melkveehouder anno 1941 spreekt die taal vloeiend.

Tarantino houdt dit taalspel bijna tot het einde vol, waardoor een film die toch al verdrinkt in woorden nog verder wegzinkt, met ondertiteling en scènes met tolken. Maar op het moment suprême, tijdens de swingend in beeld gebrachte ontknoping, laat hij, volkomen inconsequent, een Frans personage, een bioscoopzaal vol Duitsers in het Engels toeroepen: „Dit is het gezicht van de joodse wraak!”

Alles is film bij Tarantino, waarbij zijn liefde voor cinema naadloos overgaat in een fascinatie voor celebrities en iconen. En dan maakt het weinig uit of die iconen aan Duitse of geallieerde kant stonden. Leni Riefenstahl en Goebbels zijn voor hem net zo fascinerend als zijn helden uit Hollywood.

Film zorgt er uiteindelijk voor dat de nazi’s hun verdiende loon krijgen: dankzij het zeer brandbare nitraat van de filmstroken van toen gaat een fraai filmtheater in Parijs in vlammen op, waar op dat moment de fine fleur van het Derde Rijk zich heeft verzameld. „Cinema verslaat de nazi’s. Ik krijg daar een kick van”, zei Tarantino daarover in Cannes. Maar hij vergeet even dat niet alleen nazi’s in vlammen opgaan, maar ook de bioscoop. Er is eerder sprake van een nihilistische kamikazeactie dan van een ondubbelzinnige overwinning voor de cinema.