Stotijn op dreef in horrorlied

Klassiek Christianne Stotijn, mezzosopraan, en Joseph Breinl, piano. Gehoor: 25/8 Kleine Zaal Concertgebouw Amsterdam. Herh. o.a. 2/11 Musis Sacrum Arnhem.****

Een Mahler-wereldpremière, gisteravond tijdens de Robeco Zomerconcerten, gezongen door Christianne Stotijn. De in Mahler gespecialiseerde mezzosopraan en haar pianist Joseph Breinl lieten componist Fredrik Schwenk negen gedichten van Gustav Mahler op muziek zetten onder de titel Die rote Blume.

In feite gaat het om de tekst van Das klagende Lied, door de 20-jarige Mahler in 1880 voltooid. In het grootse driedelig werk voor orkest, koor en solisten lag volgens Pierre Boulez alles wat Mahler later zou componeren al besloten.

Schwenk komt in Die rote Blume met een sterk gereduceerde versie van Das klagende Lied . Daar schemert niettemin Mahlers muziek nog duidelijk doorheen. Het is als een scherp gelijnde ets naar een kleurig schilderij. De breed uitgemeten romantische ballade over twee broers die een rode bloem zoeken om een koningin te mogen trouwen – de een vermoordt de ander – is een door Stotijn en Breinl in soms ademloos tempo en met veel dramatiek verteld horrorverhaal.

Die rote Blume was zo het hoogtepunt van een fantastisch geprogrammeerd recital met dromen, angstdromen en de voortdurende dreiging van de dood: liederen van Wolf, Pfitzner, Fauré, Loewe, Sjostakovitsj, Schumann en Moessorgski. Zonder dat Schubert aan bod kwam, zat het macabere ‘Erlkönig’-thema toch in liederen van Pfitzner en Loewe.

Stotijn, voortreffelijk begeleid door Breinl, was op haar allerbest in die verhalende liederen, zeer beeldend voorgedragen. En steeds weer eindigend met de dood. Soms zo grotesk dat Stotijn er zelf om moest lachen.