Slippers op werk kan dus écht niet

Buiten is het warm. Dus wat trek je nu aan naar je werk?

Geen korte broek, geen blote oksels, en geen sokken met stripfiguren.

Buiten is het mooi weer: tijd voor slippers en een korte broek. Tenzij je moet werken, want wat trek je dan aan?

Een korte broek is écht niet representatief, zegt personal stylist Renée van den Berg Tap van Ambition & Fashion. „Je bent immers het visitekaartje van het bedrijf. En tijdens een presentatie zorgt je outfit voor een bepaalde indruk. Niet de inhoud van je verhaal.”

Maar wat dan wel? Dat verschilt per sector, maar in het bedrijfsleven moeten mannen altijd in pakken blijven lopen. Van den Berg Tap adviseert een kostuum te dragen van dunne wol. „Dat is een heel koele stof. Het voorkomt dat je gaat zweten in de zomer.”

Vermijd ook synthetische stoffen. „En houd altijd deodorant bij je. Niets is zo vervelend als een zweetlucht. En je collega’s durven je er niet gauw op aan te spreken. Zorg er daarom ook voor dat je nooit twee dagen achter elkaar hetzelfde draagt.”

Wat helpt tegen zweetplekken, is het dragen van een T-shirt onder het overhemd. Maar je mag het shirtje niet zien. „Dus draag een V-hals.”

Probeer niet de mouwen op te stropen. „Dat is niet formeel. Misschien kan het op sommige werkplekken wel, maar als je ergens zit waar veel klanten over de vloer komen, kun je dat risico niet nemen.” Lange mouwen stralen namelijk vertrouwen uit, vertelt Van den Berg Tap.

Schoenen moeten altijd netjes zijn. Slippers zijn uit den boze, ook in de zomer. „Draag schoenen met leren zolen en poets ze regelmatig.”

En voor vrouwen geldt: draag geen open schoenen. Ik vind dat je hielen wel mag zien, en een enkele teen ook wel. Maar het is al snel te veel.” Als je toch heel graag buiten met open schoenen wilt lopen, is het raadzaam om met twee paar schoenen je huis te verlaten. „Dat is heel New Yorks. Een stel gympen voor buiten en pumps voor binnen.”

Ook moeten vrouwen te korte kleding vermijden. „Geen minirokjes of korte jurken, maar van een redelijke lengte. Zorg dat je niet in de problemen komt als je bukt.”

Blote benen mogen van de stylist wel. „Maar ik draag liever fijne netkousen. En als je panty’s draagt, zorg dan wel dat je altijd een reservepaar bij de hand hebt.” Denk er ook aan dat tatoeages en piercings niet tevoorschijn komen.

Vrouwen kunnen korte mouwtjes aan, zolang je maar niet de oksels ziet. „Draag vooral geen spaghettibandjes. En als je een jurk zonder mouwen aanhebt, draag er dan een jasje overheen. Zeker als je ouder bent dan 45 jaar.”

Volgens Van den Berg Tap kun je bij het kiezen van je kleding, het beste denken vanuit de klant. „Kleding is zó belangrijk in je presentatie. Als je het vertrouwen van iemand anders wilt winnen, moet je hier rekening mee houden in je kleding. Je kunt maar een keer een eerste indruk maken.”

Dat betekent: niet te felle kleuren en niet te veel accessoires. Je kleding moet op elkaar zijn afgestemd. Als je sieraden wilt dragen, laat ze dan subtiel zijn. „Draag maximaal één eye-catcher.”

Een waarschuwing: Nederlanders zijn erg onkritisch wat betreft kleding, vindt Van den Berg Tap. „Wij vinden altijd maar dat alles moet kunnen. Maar vergeleken met andere landen lopen we er echt bij als een stelletje slonzen. Denk daar dus aan als je een afspraak hebt met een buitenlandse klant.”

Draag dus zeker geen sokken en das met stripfiguren of andere grappige motieven. „Mensen denken dat ze lollig zijn, maar het komt niet goed over.”