'Schoffelweigeraar' wil een principiële uitspraak

De ‘schoffelweigeraar’ uit Arnhem wil dat de rechter bepaalt dat schoffelen met behoud van een uitkering een vorm van dwangarbeid is. Vakbond AbvaKabo FNV steunt zijn principestrijd.

„Eerst een sigaretje roken”, zegt Bennie Beck na afloop van het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht. Daarna wil hij best even praten.

Een kleine twee jaar procederen heeft hij inmiddels achter de rug. Het verhaal van Beck, bekend geworden als de Arnhemse ‘schoffelweigeraar’, begint in het voorjaar van 2007 als hij een uitkering aanvraagt. Om die uitkering te krijgen, moet Beck deelnemen aan het reïntegratieproject Work First. Daar moet hij kiezen uit twee soorten werk: schoffelen of tubes inpakken. Beck weigert, waarop de gemeente hem kort op zijn uitkering. In de rechtszaak die Beck vervolgens aanspant, beschuldigt hij de gemeente van dwangarbeid. Deels krijgt Beck gelijk van de rechter: hij weigerde terecht te schoffelen voor zijn bijstandsuitkering en de gemeente moet het ingehouden geld terugbetalen. Maar er was géén sprake van dwangarbeid.

En dat is de reden waarom Beck vandaag in hoger beroep gaat. „Mijn punten zijn dan wel binnen”, zegt hij, „maar ik strijd voor het principe: er is wel degelijk sprake van dwangarbeid.” Zijn advocaat Arno van Deuzen, van vakbond AbvaKabo FNV, wil dan ook „een principiële uitspraak” van de Centrale Raad van Beroep.

Voor de juristen van de gemeente Arnhem lijkt het een uitgemaakte zaak. Arnhem heeft Beck netjes terugbetaald, dus de zaak is gesloten, klinkt het bij aanvang van het hoger beroep. „Dit lijkt op procederen om het procederen.”

Is er een procesbelang? Zeker wel, stelt Van Deuzen in zijn pleitnota, want wat er met Beck is gebeurd, is in strijd met artikel 4 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Kortgezegd: mensen mogen niet gedwongen worden tot het doen van bepaalde arbeid.

Arnhem blijft er bij dat er absoluut geen sprake was van dwangarbeid. „Er wordt hier een beeld neergezet alsof de gemeente Arnhem iedereen met een uitkering de kwikmijnen instuurt. Dat is pertinente onzin”, betoogt een van de juristen. Ja, één onderdeel van het reïntegratieproject waar Beck aan deelnam, bestond uit werk voor de plantsoenendienst. „Maar daarbij ging het niet om het werk zelf, maar om vaardigheden als het vermogen om op tijd te komen en samen te werken.”

Flauw, vindt Beck na afloop van de zitting, om een zaak als deze vooraf te laten gaan door de vraag of er wel een procesbelang is. „Ik ben twee jaar aan het procederen en de gemeente begint over procesbelang! Dit gaat om het principe.” Zijn advocaat knikt. „Deze zaak is van groot belang: als de Centrale Raad tot een uitspraak komt waarin zij stelt dat er wel degelijk sprake is van dwangarbeid, dan heeft dat grote gevolgen. Dan moeten alle gemeentes in Nederland de uitvoering van hun reïntegratietrajecten veranderen.”

Beck heeft intussen „al lang” weer werk als manager van een tankstation in Arnhem. Welk tankstation hoeft van hem niet in de krant. „Ik wil op m’n werk niet bekendstaan als de schoffelweigeraar.”

De Centrale Raad van Beroep doet over zes weken uitspraak.