Schieten en vechten in donkere duinen

Geleidelijk wordt duidelijk hoe het dancefeest Sunset Grooves zo uit de hand liep.

Agenten moesten vluchten voor relschoppers. „Achter de duinen steeg rook op.”

Eerst is er gegil: „een pipa, een pipa!”. Het moet rond kwart voor twaalf zijn geweest toen hij het straatwoord voor pistool hoorde, zegt derdejaars rechtenstudent Saulo van Waardenburg (22).

Hij kijkt waar het gegil vandaan komt en ziet iets glimmen. Een politiebadge. En omdat het goddank agenten zijn die hun pistolen op de menigte richten, blijft hij staan. Ze schieten toch niet, denkt hij.

Dan begint het.

De sfeer op het strandfeest Sunset Grooves in Hoek van Holland zaterdag is pas grimmig geworden na zonsondergang, vertelt Van Waardenburgs huisgenoot Sies Perneel (20), eerstejaars rechtenstudent. Tot die tijd zijn er alleen dagjesmensen. Voor de ingangen staan nog geen lange rijen. Er is nog geen jongen van negentien dood en er zijn nog geen gewonden.

Publiek komt binnen via ongeveer tien smalle gangen van hekwerk, zegt een dertigjarige vrouw die bij een uitzendbureau werkt. Aan het einde staan mensen in turquoise polo’s. „Geen brede sportschooltypes.” Ze vragen of ze haar strandtas wil openen en of er drank of deodorant in zit. Nee, zegt ze. Ze mag door.

Mensen zonder tas – mannen – wordt niets gevraagd. Niemand doorzoekt tassen. Niemand vraagt naar wapens.

Er staan hekken om het terrein maar die zijn niet afgeplakt met zwart plastic, zoals gebruikelijk op feesten. Mensen geven flessen drank door, over het hek en eronderdoor, door het zand. Iemand heeft een koelbox. Er zijn tieners. Die mogen er eigenlijk niet zijn.

Sies Perneel staat midden op het veld, links van een groot lichtelement met knipperende lampen. In de schemering voelt hij steeds meer geduw.

Geduw links. Een jongen van een jaar of achttien met een zonnebril op zijn hoofd beledigt een blond meisje, met „ziekten en beroepen”. Ze is, denkt Perneel, 21 jaar. Ze huilt. Haar vrienden manen de jongen tot kalmte en houden hem tegen.

Geduw rechts. Een groep mannen – „strakke hemdjes, donkere blote bovenlijven, dreadlocks” – stormt Perneel voorbij. „In een fractie van een seconde storten ze zich op die ene jongen. Ze slaan en schoppen hem, hard. Als hij niet meer beweegt, verspreiden ze zich over het terrein. Ze kenden de jongen volgens mij niet. Ze zochten ruzie.” Omstanders slepen de jongen weg. Hij is bewusteloos. Ze laten hem vallen. Ze rapen hem op. Geen hulpdienst, geen beveiliger is erbij.

Drankmuntjes kosten 2,50 euro, de wc’s zijn vies en het is er druk. Er is maar één wc-blok, zo ver weg mogelijk van het podium. Er is nauwelijks telefonisch bereik.

Ook Luciën van Montfoort (34), servicemonteur, uit Utrecht hoort het gegil rond kwart voor twaalf. Op basis van zijn en andere getuigenverklaringen moet het zo zijn gegaan:

Vier mannen, twee in wit shirt, een met een lichtblauw hesje en een in een groene of blauwe jas staan midden op het terrein met de ruggen tegen elkaar. Omstanders staan in een cirkel om hen heen. De agenten laten hun badge zien. Bij één agent hangt die om zijn nek. Ze kijken alle kanten op en draaien om elkaar heen.

Ze richten de pistolen in de lucht en op de menigte. Van Montfoort zegt dat ook op hem is gericht. Perneel ziet relschoppers naar de agenten lopen.

Een agent lost een schot in de lucht en enkele seconden erna nog een. Dan lopen de agenten in hoog tempo richting VIP podium, linksvoor op het veld. Ze tillen een hek uit het betonnen blok en verdwijnen. Een groep jongens springt op de hekken. Ze slopen het VIP podium. Van Montfoort zegt dat hij dan nog „twee of drie schoten” hoort. „Dat moet vlak achter het hek zijn geweest.

Rechtsachter op het veld zijn dan ongeveer twintig agenten in gele hesjes het veld opgelopen. Ze lopen zijwaarts, hun armen in elkaar gehaakt. Voor de bar aan de duinkant vormen ze een rij, met de gezichten naar de menigte. Wie in de weg liep kreeg klappen, zegt Van Montfoort. Ze dragen wapenstokken. In elk geval één van hen heeft een pistool, ziet hij.

Tientallen relschoppers stellen zich op rond de rij agenten. „Joden joden”, scanderen ze en „Rotterdam hooligans”. De relschoppers horen niet bij elkaar, vermoeden de feestgangers. Van Montfoort: „Ik heb de heel avond geen grote groepen bij elkaar gezien, dus óf ze zochten sensatie, óf het is afgesproken werk.” Perneel: „Ze hadden met elkaar gemeen dat ze een hekel hebben aan politie.”

De ongeveer twintig politieagenten in gele hesjes trekken zich terug in de duinen. Tientallen relschoppers gaan er schreeuwend achteraan.

Er is één duinpad om van het strand weg te komen. Feestgangers, politie en relschoppers willen over dat pad weg en als dan van de andere kant van het pad groepen agenten de stroom tegemoet komen, is het niet meer te overzien wie met wie vecht en wie schiet.

„Ik denk dat alleen de politie heeft geschoten, omdat je constant hetzelfde geluid hoorde: toef-toef-toef”, zegt Saulo van Waardenburg. Hij staat met zijn vrienden aan de zeekant van de duinen, maar de duinen worden bij het pad lager. Hij hoort er kogels afketsen tegen stenen en hekken achter hem. Dan denkt hij niet meer dat de politie met traangas of rubberen kogels schiet. „Achter de duinen steeg rook op”, zegt Perneel. „Kruitdamp.” Politie te paard komt het terrein op. De hekken staan er dan al niet meer.

De 30-jarige vrouw van het uitzendbureau doet er een uur over om van de parkeerplaats tot de Maasdijk te komen. De A13 was dit weekend afgesloten. Een rijstrook van de A20 was afgezet voor de hulpdiensten. Om vier uur ’s nachts is ze thuis.