Orgaanbank komt in opstand

My Sister’s Keeper. Regie: Nick Cassavetes. Met: Cameron Diaz, Jason Patric, Abigail Breslin, Sofia Vassilieva, Alec Baldwin. In: 37 bioscopen.**

Anna heeft er genoeg van. Ze wil niet langer haar nier afstaan aan haar zus Kate. Anna functioneert haar hele leven al als orgaandonor voor haar zieke zus. Toen bleek dat Kate leed aan een zeldzame leukemievariant, besloten haar ouders met hulp van genetische manipulatie een tweede dochter te verwekken, om zo een geschikte donor te hebben. Maar Anna spant een rechtszaak aan tegen haar moeder om voortaan zelf over haar lichaam te beslissen. Ook al gaat dit in tegen haar familie, en tegen Kate met wie ze een goede relatie heeft.

De verfilming van Jody Picoults gelijknamige roman (met tot woede van Picoult een ander einde) is vooral bedoeld om ethische kwesties inzichtelijk te maken. Mogen we dna aan sperma toevoegen voordat in-vitrofertilisatie plaatsvindt? Ben je verplicht donor te zijn voor je zus?

Door Kates slepende ziekte in geuren en kleuren te laten zien, wordt My Sister’s Keeper al snel een melodrama. Maar dan wel eentje die nauwelijks beroert. De veel te gefragmenteerde vertelling staat geconcentreerde emoties in de weg. Zo heeft ieder familielid een voice-over en zien we in flashbacks hun gezichtspunt op de getroebleerde familiegeschiedenis. Belangrijker voor het falen van de film is het personage van de moeder. Cameron Diaz speelt haar als een bazige, doordrammerige vrouw die alles op het spel zet om Kate te redden. Voor haar is weinig sympathie op te brengen.